Gear Fab 2004-(GF-208)
Gerry Jimerfield (zang en gitaar) uit Durango, Colorado, speelde samen met Ernie McElwaine (keyboards) in de band The Lords Of London, had al enkele singles gemaakt en in de TV show "Hullabaloo" gespeeld.
Jack Duncan (basgitaar) en Barry Davis (drums en zang) uit El Paso, Texas speelden in de succesvolle band The Pawns en werden uitgenodigd om in Farmington, New Mexico, met een lokale promotor op te treden.
Gerry en Ernie gingen naar dat optreden om naar The Pawns te luisteren en na de show stelde Gerry zich aan Jack voor en vertelde dat hij connecties aan de westkust had, waardoor het mogelijk was om samen iets te doen.
Enkele maanden later kreeg hij een telefoontje en Barry en Jack kwamen naar Durango, waar ze, geheel gratis, in het motel van Gerry's ouders mochten wonen.
De nieuw ontstane band oefende enkele maanden en de leden besloten dat er een extra gitarist bij moest komen, waardoor Randy Russ uit El Paso zich bij het viertal voegde.
Ze gingen naar Denver en speelden daar regelmatig in verschillende clubs in de omgeving in o.a. Denver, Ft. Collins, Boulder en Estes Park onder de naam The Lords Of London, waar ze het podium deelden in de beroemde Family Dog met American Standard, die gitarist Tommy Bolin in de gelederen had.
Daarna ging de band naar California, maar na een mislukt avontuur daar, verhuisde de band terug naar Colorado en had een succesvolle tijd gedurende de zomer van 1967, die later bekend zou worden als "The Summer Of Love".
Toen de band naar Los Angeles terug ging, besloten hun managers dat het tijd werd om een album op te nemen, maar die hadden het ouderwetse idee opgevat, dat rock bands geen eigen nummers mochten schrijven en niet in de studio speelden.
Ook veranderden ze de bandnaam in The Jimerfield Legend en onder die naam trad de band regelmatig op, maar hun managers wilden de naam Jimerfield er niet bij en daarom kwam hun LP uit onder de naam The Legend, waarbij de muziek gespeeld werd door studio muzikanten.
Nadat één van de managers de band in Denver had zien optreden, waarbij ze psychedelische lichtshows gebruikten en een hoop jongeren uit hun bol gingen van de muziek, vroeg hij hen, waarom ze nooit hadden verteld, dat ze eigen nummers speelden en op die manier optraden en de bandleden antwoordden dat ze dat hadden geprobeerd, maar dat hij en de andere manager niet naar hun luisterden.
De manager ging terug naar Los Angeles en vertelde zijn partner, dat hij het nodig vond dat de band een album maakte met eigen nummers en toen The Lords Of London terug in Los Angeles kwamen, begonnen ze met de opnamen voor hun LP onder leiding van de producer Richard Russell, echter zonder keyboards speler, want die had besloten te stoppen.
De LP die in 1968 werd opgenomen onder de naam Dragonfly en in 1970 door het Megaphone label werd uitgebracht, bevatte 10 eigen nummers en 2 covers, maar op de hoes stonden geen foto's of gegevens van de bandleden.
Omdat Dragonfly financiël aan de grond zat, geen promotieteam achter de LP had staan en geen optredens meer had, ging de band uit elkaar en was Dragonfly in feite niet meer dan een naam.
"Blue Monday" is een heerlijke progressieve rocksong en het openingsnummer van de LP, die gevolgd wordt door "Enjoy Yourself", eveneens een progressieve rocksong, waarin enkele prima tempowisselingen zitten.
De eerste cover is er één van Willie Dixon's "Hootchie Kootchie Man", maar omdat Dragonfly hier een geheel eigen versie van maakt, klinkt deze erg spannend en vind ik dit één van de betere versies.
Dan volgt er een song, getiteld "Feel It", dat een lekker ritme heeft, dat je aanzet tot meebewegen met de muziek, voordat er met de tweede cover "Trombodo", geschreven door producer Richard Russell, begonnen wordt en dit nummer duurt slechts 33 seconden en gaat over in "Portrait Of Youth", een prima porocksong.
'Crazy Woman" is weer een schitterende progressieve rocksong, waarin de band enkele verrassende uitstapjes maakt en deze loopt vloeiend over in "She Don't Care", dat een vrij rustig begin heeft, maar over gaat in een nummer met verschillende tempowisselingen en een psychedelisch einde.
Daarna krijg je "Time Has Slipped Away" te horen en ook hierin hoor je de band in hun beste doen met heerlijke progressieve rock en in "To Be Free" is het al niet anders, maar in het 38 seconde tellende "Darlin'" verrast de band me opnieuw.
De laatste song, "Miles Away", is een redelijk commerciël nummer, met weer enkele verrassingen en is een waardige afsluiter voor de LP.
Dragonfly heeft met hun gelijknamige LP een schitterende nalatenschap achter gelaten, die niet in je collectie mag ontbreken.
vrijdag 16 maart 2012
donderdag 8 maart 2012
Review: Diamondhead - Diamondhead
Gear Fab 2004-(GF-209)
Op zijn veertiende besloot Bob Yeazel, die in Denver, Colorado, opgroeide, gitaar te leren spelen en na in enkele lokale bandjes te hebben gespeeld, kwam hij in de West Coast Pop Art Experimental Band terecht gedurende korte tijd.
Daar ontmoette hij Ron Morgan en Jimmy Greenspoon, die later Three Dog Night zouden vormen, maar zijn tijd in deze band was eveneens kort en samen zouden ze verder gaan onder de naam Superband en Roger Bryant en Myron Pollack aantrekken, maar ondanks dat ze een single uitbrachten, was ook deze band geen lang leven beschoren.
Hierna vormde Bob de band Beast, die het prima deed, want ze toerden door de Verenigde Staten en Canada en maakten 2 LP's in de Norman Petty Studios te Clovis, New Mexico en nadat ook deze band ter ziele was gegaan, vroeg Jerry Corbetta Bob om in Sugerloaf te komen spelen en maakte hij met die band de LP Spaceship Earth.
Nadat Bob samen met Bob MacVittie uit Sugerloaf was gestapt, ging hij terug naar Denver en kocht daar de Warthog Studios, één van de eerste studio's in Denver die platen maakte.
Er stond wat oudere apparatuur, die nog prima te gebruiken was en hij had de mogelijkheid om er dag en nacht op te nemen en er werden heel wat nummers daar opgenomen, waarvan het meeste helaas verdween.
Via vrienden kreeg Bob gratis studiotijd in een professionelere studio en hij had net verscheidene songs opgenomen, die hij met de band Diamondhead live speelde.
Diamondhead bestond toen uit: Bob Yeazel - sologitaar, Peter Johnson - piano, Roger Bryant - basgitaar en Galen Pew - drums en toen laatstgenoemde de band verliet kwam Bob MacVittie over uit Los Angeles om zich bij de band te voegen en ook werd Roger Bryant vervangen door Jerry Krenzer en kwam David Williams als saxofonist / fluitist bij Diamondhead, maar ook Jerry Corbetta speelde met ze mee op enkele songs, die in de periode 1972-1973 opgenomen werden, waarbij nog aangemerkt moet worden, dat Diamondhead begin 1973 van naam veranderde in Brother Son en van beide bands staan er nummers op deze CD (9 van Diamondhead en 4 van Brother Son).
13 Nummers dus, die niet uitgebracht werden in de tijd dat ze opgenomen zijn, maar pas in 2004 in deze release van Gear Fab.
Het eerste nummer van de CD heet "When The Blues Come Walking" en is een prima progressieve rocksong, die gevolgd wordt door "In The City", waarin de band in de stijl van Three Dog Night speelt en een swingend nummer laat horen.
Daarna hoor je "Crazy Man", dat een lekker in het gehoor klinkende popsong is, waarna het commerciële, maar swingende "Let's Have Some Fun" gespeeld wordt en ook "Love In The Morning" klinkt prima en heeft een progressief karakter.
"Strange Lady" is een mix van funk en progressieve rock en "Lady Of The Night" is een schitterende popsong van bijna 6 1/2 minuut.
In "This Laid Back Life" gaat de band op de rustige toer en in het laatste nummer van Diamondhead, getiteld "This Is A Love Song" laat de band je een lekkere popsong horen.
De 4 nummers van Brother Son beginnen met "No Name Singer", dat een heerlijk swingend ritme heeft en hier en daar richting progressieve rock gaat.
Met "Poor Man" hoor je een lekkere popsong met lichte progrock invloeden, maar ook jazz invloeden ontbreken niet en het geheel klinkt me als muziek in de oren en in "My Ship Is Coming In" schakelt de band terug naar een iets rustiger tempo en is er van jazz of progrock invloeden geen sprake meer en ook in "The
One That Got Away" hoor je Brother Son gewoon lekkere pop muziek spelen, die niet echt opvallend te noemen is.
Toch moet ik zeggen dat de CD van Diamondhead / Brother Son prima te pruimen is en de nummers klinken, zoals dat in het tijdbeeld past, over het algemeen lekker en zijn zeker het beluisteren waard, maar ik mis toch een echte uitschieter.
Op zijn veertiende besloot Bob Yeazel, die in Denver, Colorado, opgroeide, gitaar te leren spelen en na in enkele lokale bandjes te hebben gespeeld, kwam hij in de West Coast Pop Art Experimental Band terecht gedurende korte tijd.
Daar ontmoette hij Ron Morgan en Jimmy Greenspoon, die later Three Dog Night zouden vormen, maar zijn tijd in deze band was eveneens kort en samen zouden ze verder gaan onder de naam Superband en Roger Bryant en Myron Pollack aantrekken, maar ondanks dat ze een single uitbrachten, was ook deze band geen lang leven beschoren.
Hierna vormde Bob de band Beast, die het prima deed, want ze toerden door de Verenigde Staten en Canada en maakten 2 LP's in de Norman Petty Studios te Clovis, New Mexico en nadat ook deze band ter ziele was gegaan, vroeg Jerry Corbetta Bob om in Sugerloaf te komen spelen en maakte hij met die band de LP Spaceship Earth.
Nadat Bob samen met Bob MacVittie uit Sugerloaf was gestapt, ging hij terug naar Denver en kocht daar de Warthog Studios, één van de eerste studio's in Denver die platen maakte.
Er stond wat oudere apparatuur, die nog prima te gebruiken was en hij had de mogelijkheid om er dag en nacht op te nemen en er werden heel wat nummers daar opgenomen, waarvan het meeste helaas verdween.
Via vrienden kreeg Bob gratis studiotijd in een professionelere studio en hij had net verscheidene songs opgenomen, die hij met de band Diamondhead live speelde.
Diamondhead bestond toen uit: Bob Yeazel - sologitaar, Peter Johnson - piano, Roger Bryant - basgitaar en Galen Pew - drums en toen laatstgenoemde de band verliet kwam Bob MacVittie over uit Los Angeles om zich bij de band te voegen en ook werd Roger Bryant vervangen door Jerry Krenzer en kwam David Williams als saxofonist / fluitist bij Diamondhead, maar ook Jerry Corbetta speelde met ze mee op enkele songs, die in de periode 1972-1973 opgenomen werden, waarbij nog aangemerkt moet worden, dat Diamondhead begin 1973 van naam veranderde in Brother Son en van beide bands staan er nummers op deze CD (9 van Diamondhead en 4 van Brother Son).
13 Nummers dus, die niet uitgebracht werden in de tijd dat ze opgenomen zijn, maar pas in 2004 in deze release van Gear Fab.
Het eerste nummer van de CD heet "When The Blues Come Walking" en is een prima progressieve rocksong, die gevolgd wordt door "In The City", waarin de band in de stijl van Three Dog Night speelt en een swingend nummer laat horen.
Daarna hoor je "Crazy Man", dat een lekker in het gehoor klinkende popsong is, waarna het commerciële, maar swingende "Let's Have Some Fun" gespeeld wordt en ook "Love In The Morning" klinkt prima en heeft een progressief karakter.
"Strange Lady" is een mix van funk en progressieve rock en "Lady Of The Night" is een schitterende popsong van bijna 6 1/2 minuut.
In "This Laid Back Life" gaat de band op de rustige toer en in het laatste nummer van Diamondhead, getiteld "This Is A Love Song" laat de band je een lekkere popsong horen.
De 4 nummers van Brother Son beginnen met "No Name Singer", dat een heerlijk swingend ritme heeft en hier en daar richting progressieve rock gaat.
Met "Poor Man" hoor je een lekkere popsong met lichte progrock invloeden, maar ook jazz invloeden ontbreken niet en het geheel klinkt me als muziek in de oren en in "My Ship Is Coming In" schakelt de band terug naar een iets rustiger tempo en is er van jazz of progrock invloeden geen sprake meer en ook in "The
One That Got Away" hoor je Brother Son gewoon lekkere pop muziek spelen, die niet echt opvallend te noemen is.
Toch moet ik zeggen dat de CD van Diamondhead / Brother Son prima te pruimen is en de nummers klinken, zoals dat in het tijdbeeld past, over het algemeen lekker en zijn zeker het beluisteren waard, maar ik mis toch een echte uitschieter.
vrijdag 2 maart 2012
Review: Jonathan & Charles - Another Week To Go
Gear Fab 2004-(GF-210)
Op een dinsdagnacht ontmoetten Jonathan en Charles ontmoetten elkaar in Roanoke, Virginia, de volgende dag zei Charles nachtbaan op, donderdags speelde het duo voor 150 jongeren en op zaterdagavond traden ze in west-Virginia op met een groep teenagers.
Vanaf die dag speelden ze op stranden, in koffiehuizen, kelder clubs en kerken, maar waar ze ook begonnen te zingen, plotseling waren er veel jongeren, die luisterden naar elk woord dat ze zongen, want dit duo had hun iets te vertellen via hun teksten en muziek, vonden de jongeren.
In 1967 namen Jonathan & Charles hun enige LP op, getiteld "Another Week To Go", die door het Inter-Varsity label werd uitgebracht en 11 songs bevatte.
Tegenwoordig is Jonathan pastoor in Christ Church te Grove Farm, Sewickly en Charles is high school leraar te Tampa, Florida.
Het openingsnummer van de CD heet "Mrs. Chisholm's Weekend" en dit is een vrolijke folksong met religieuze ondertoon, want, zoals al eigenlijk uit de hierboven geschreven tekst uit te maken was, de songs gaan min of meer allemaal over het geloof.
Ook in "Like A Lonely Street Lamp", een schitterende relie folksong, komt dit weer sterk naar voren en dat zal de rest van de CD niet veranderen.
Een song met een heel opgewekt ritme is "Songs In The Daytime" en hierbij krijg je sterk de neiging mee te gaan zingen, wat waarschijnlijk ook de bedoeling van dit duo was.
"Weary And Worn" is een serieuze vraag over het leven en dan met name over het geloof, die Jonathan & Charles stellen met deze song.
De bedoeling van het volgende nummer "What Would You Say" is net als bij "Weary And Worn" vragen bij je op te roepen en je naar het geloof te richten.
Antwoorden krijg je in "Loves You Too", dat een vrolijke song is, die gevolgd wordt door "A Pretty Good Guy", dat een mooie ballad is en op zijn beurt gevolgd wordt door "Colors And Shades", eveneens een schitterende ballad.
Dan volgt het rustige "Everything's The Same", dat een heerlijke song is om bij weg te dromen.
In "Wake Up One Morning" legt het duo uit waarom ze dit soort liedjes zingen en zo gedreven zijn deze songs uit te dragen en in de laatste song van deze CD "You Call Me A Fanatic" dragen ze de boodschap om te geloven nog eens extra uit.
De nummers, die op "Another Week To Go" staan, hebben duidelijk een boodschap, die vandaag de dag nog steeds van kracht is en dat is als je gelooft in Jezus en God en je je naar hun maatstaven gedraagt, zal het goed met je komen.
De songs klinken prachtig, ongeacht of je je iets van de teksten aantrekt en deze CD is het dan ook meer dan waard om in ieder geval beluisterd te worden.
Op een dinsdagnacht ontmoetten Jonathan en Charles ontmoetten elkaar in Roanoke, Virginia, de volgende dag zei Charles nachtbaan op, donderdags speelde het duo voor 150 jongeren en op zaterdagavond traden ze in west-Virginia op met een groep teenagers.
Vanaf die dag speelden ze op stranden, in koffiehuizen, kelder clubs en kerken, maar waar ze ook begonnen te zingen, plotseling waren er veel jongeren, die luisterden naar elk woord dat ze zongen, want dit duo had hun iets te vertellen via hun teksten en muziek, vonden de jongeren.
In 1967 namen Jonathan & Charles hun enige LP op, getiteld "Another Week To Go", die door het Inter-Varsity label werd uitgebracht en 11 songs bevatte.
Tegenwoordig is Jonathan pastoor in Christ Church te Grove Farm, Sewickly en Charles is high school leraar te Tampa, Florida.
Het openingsnummer van de CD heet "Mrs. Chisholm's Weekend" en dit is een vrolijke folksong met religieuze ondertoon, want, zoals al eigenlijk uit de hierboven geschreven tekst uit te maken was, de songs gaan min of meer allemaal over het geloof.
Ook in "Like A Lonely Street Lamp", een schitterende relie folksong, komt dit weer sterk naar voren en dat zal de rest van de CD niet veranderen.
Een song met een heel opgewekt ritme is "Songs In The Daytime" en hierbij krijg je sterk de neiging mee te gaan zingen, wat waarschijnlijk ook de bedoeling van dit duo was.
"Weary And Worn" is een serieuze vraag over het leven en dan met name over het geloof, die Jonathan & Charles stellen met deze song.
De bedoeling van het volgende nummer "What Would You Say" is net als bij "Weary And Worn" vragen bij je op te roepen en je naar het geloof te richten.
Antwoorden krijg je in "Loves You Too", dat een vrolijke song is, die gevolgd wordt door "A Pretty Good Guy", dat een mooie ballad is en op zijn beurt gevolgd wordt door "Colors And Shades", eveneens een schitterende ballad.
Dan volgt het rustige "Everything's The Same", dat een heerlijke song is om bij weg te dromen.
In "Wake Up One Morning" legt het duo uit waarom ze dit soort liedjes zingen en zo gedreven zijn deze songs uit te dragen en in de laatste song van deze CD "You Call Me A Fanatic" dragen ze de boodschap om te geloven nog eens extra uit.
De nummers, die op "Another Week To Go" staan, hebben duidelijk een boodschap, die vandaag de dag nog steeds van kracht is en dat is als je gelooft in Jezus en God en je je naar hun maatstaven gedraagt, zal het goed met je komen.
De songs klinken prachtig, ongeacht of je je iets van de teksten aantrekt en deze CD is het dan ook meer dan waard om in ieder geval beluisterd te worden.
vrijdag 24 februari 2012
Review: GF-211 The Bachs - Out Of The Bachs
Gear Fab 2004-(GF 211)
The Bachs kwamen uit Lake Forest en Lake Bluff, bij Chicago en startten begin 1965 als high school band, toen Mike DeHaven - slaggitaar, Ben Harrison - sologitaar en John Babicz - drums, gingen samenspelen in de band The Apollos.
Toen john Peterman - zang, slaggitaar en Blake Allison - zang, basgitaar zich aan het eind van de zomer van dat jaar bij het trio voegden was de band compleet en noemden ze zich vanaf dat moment The Bachs.
De eerste 3 jaar van hun bestaan speelde de band op school dansavonden, in jongeren clubs en prive feesten om en rond Chicago en hun repertoire bestond toen uit muziek van hoofdzakelijk Britse bands, zoals The Beatles, Kinks, Animals en Rolling Stones plus vroege rock & roll artiesten waaronder Chuck Berry.
Toen de muziekscene veranderde kwamen daar de muziek van The Byrds, Monkees en Jimi Hendrix bij en hun populatriteit groeide mede daardoor, zodat ze in hun laatste high school jaar (1967-1968) regelmatig wekelijks optraden en hun inkomsten daaruit flink stegen.
Om meer betaalde optredens te krijgen, deed de band mee aan bandjes wedstijden en won daarmee optredens in bekende plaatsen, zoals Chicago Navy Pier en McCormick Place, maar het hoogtepunt was toch wel toen ze als openingsact voor Ted Nugent's band The Amboy Dukes mochten fungeren.
The Bachs liepen een contract met het Chess label net mis, maar kregen toch de kans een single op te nemen, die naderhand toch niet door ging.
In de zomer van 1968 besloot de band te stoppen en een LP op te nemen, die voor hen zelf als historisch document zou dienen en voor hun fans als afscheid bedoeld was.
Ze huurden daarom een studio en namen 12 eigen composities in 1 dag op voor de LP "Out Of The Bachs", waarvan 150 exemplaren werden gemaakt, maar omdat de studio eigenaar nooit eerder een rockband had opgenomen, varieërden de opnames nogal en waren er enkele problemen met de ballance en echo in sommige songs.
Het zou 35 jaar duren voor de bandleden weer samen zouden spelen op 4 oktober 2003 tijdens een high school reunie feest voor 150 klasgenoten en familieleden.
De CD begint met "You're Mine", een schitterende garagerocksong in up tempo, die gevolgd wordt door het rustige, maar erg mooie "Pleasure Of Your Company".
Ook "Free Fall" is een mooie rustige popsong, maar de volgende song "I See Her" is een stuk sneller en deze prima popsong wordt gevolgd door weer een rustig nummer, getiteld "My Independence Day", dat naarmate de song vordert steeds meer tempo krijgt.
Van de volgende song, "Minister To A Mind Diseased" staat de tekst op de hoes en dit nummer is een schitterende garagerocksong, waarvan het ritme steeds heftiger wordt en in "Tables Of Grass Fields" hoor je lichte psychedelische invloeden van "Strawberry Fields Forever" van The Beatles in door klinken.
"Show Me That You Want To Go Home" is een goede progressieve popsong en "Sitting" is weer een vrij psychedelisch nummer, evenals "Nevermore", waarin je hoort dat de band goed naar The Beatles geluisterd had.
Een prima rustige song is "Answer To Yesterday" en dan is het laatste nummer van van de CD daar, getiteld "I'm A Little Boy", een vrij stevige experimentele garagerocksong, waarin de band lijkt los te gaan.
Als extra staat er een live opname van het verloren gegane studio nummer "That's The Way It Goes" op de CD en daarin hoor je dat de band live zeker de moeite waard was om naar toe te gaan, getuige deze stevige popsong.
De CD "Out Of The Bachs" is een aanrader en het beluisteren dus meer dan waard, ondanks de slechte kwaliteit van de opnames.
The Bachs kwamen uit Lake Forest en Lake Bluff, bij Chicago en startten begin 1965 als high school band, toen Mike DeHaven - slaggitaar, Ben Harrison - sologitaar en John Babicz - drums, gingen samenspelen in de band The Apollos.
Toen john Peterman - zang, slaggitaar en Blake Allison - zang, basgitaar zich aan het eind van de zomer van dat jaar bij het trio voegden was de band compleet en noemden ze zich vanaf dat moment The Bachs.
De eerste 3 jaar van hun bestaan speelde de band op school dansavonden, in jongeren clubs en prive feesten om en rond Chicago en hun repertoire bestond toen uit muziek van hoofdzakelijk Britse bands, zoals The Beatles, Kinks, Animals en Rolling Stones plus vroege rock & roll artiesten waaronder Chuck Berry.
Toen de muziekscene veranderde kwamen daar de muziek van The Byrds, Monkees en Jimi Hendrix bij en hun populatriteit groeide mede daardoor, zodat ze in hun laatste high school jaar (1967-1968) regelmatig wekelijks optraden en hun inkomsten daaruit flink stegen.
Om meer betaalde optredens te krijgen, deed de band mee aan bandjes wedstijden en won daarmee optredens in bekende plaatsen, zoals Chicago Navy Pier en McCormick Place, maar het hoogtepunt was toch wel toen ze als openingsact voor Ted Nugent's band The Amboy Dukes mochten fungeren.
The Bachs liepen een contract met het Chess label net mis, maar kregen toch de kans een single op te nemen, die naderhand toch niet door ging.
In de zomer van 1968 besloot de band te stoppen en een LP op te nemen, die voor hen zelf als historisch document zou dienen en voor hun fans als afscheid bedoeld was.
Ze huurden daarom een studio en namen 12 eigen composities in 1 dag op voor de LP "Out Of The Bachs", waarvan 150 exemplaren werden gemaakt, maar omdat de studio eigenaar nooit eerder een rockband had opgenomen, varieërden de opnames nogal en waren er enkele problemen met de ballance en echo in sommige songs.
Het zou 35 jaar duren voor de bandleden weer samen zouden spelen op 4 oktober 2003 tijdens een high school reunie feest voor 150 klasgenoten en familieleden.
De CD begint met "You're Mine", een schitterende garagerocksong in up tempo, die gevolgd wordt door het rustige, maar erg mooie "Pleasure Of Your Company".
Ook "Free Fall" is een mooie rustige popsong, maar de volgende song "I See Her" is een stuk sneller en deze prima popsong wordt gevolgd door weer een rustig nummer, getiteld "My Independence Day", dat naarmate de song vordert steeds meer tempo krijgt.
Van de volgende song, "Minister To A Mind Diseased" staat de tekst op de hoes en dit nummer is een schitterende garagerocksong, waarvan het ritme steeds heftiger wordt en in "Tables Of Grass Fields" hoor je lichte psychedelische invloeden van "Strawberry Fields Forever" van The Beatles in door klinken.
"Show Me That You Want To Go Home" is een goede progressieve popsong en "Sitting" is weer een vrij psychedelisch nummer, evenals "Nevermore", waarin je hoort dat de band goed naar The Beatles geluisterd had.
Een prima rustige song is "Answer To Yesterday" en dan is het laatste nummer van van de CD daar, getiteld "I'm A Little Boy", een vrij stevige experimentele garagerocksong, waarin de band lijkt los te gaan.
Als extra staat er een live opname van het verloren gegane studio nummer "That's The Way It Goes" op de CD en daarin hoor je dat de band live zeker de moeite waard was om naar toe te gaan, getuige deze stevige popsong.
De CD "Out Of The Bachs" is een aanrader en het beluisteren dus meer dan waard, ondanks de slechte kwaliteit van de opnames.
vrijdag 17 februari 2012
Review: Gandalf The Grey - The Tin Angel
Gear Fab 2004-(GF-212)
Chris Wilson uit Glen Cove maakte tussen 1966 en 1969 verscheidene opnames onder de naam Gandalf The Grey, die niet uitgebracht werden en bekend zouden worden onder de namen The Tin Angel Sessions (8 songs in 1968) en What's The Excuse Sessions (11 songs in 1969).
Zijn eerste sessies echter, waar hij maar 2 nummers speelde, staan te boek als 4 Of Us Sessions en werden in 1966 opgenomen door de eerste band van Chris.
Al deze songs zijn op 1 CD gezet om een zo goed mogelijk overzicht te geven van zijn muziek en daarbij staan wat notities, die Chris maakte bij de songs.
De CD begint met The Tin Angel Sessions uit 1968 en het eerste nummer heet "The Tin Angel, Part 1", dat een vrij rustige song is in singer/songwriter stijl, gevolgd door "The Carnival", een up-tempo poprocksong, waarin Chris beschrijft hoe het was om voor het eerst stoned te worden samen met zijn band op een kamer in Jones Street te New York City op 17-18 jarige leeftijd.
Dan volgt het heerlijke psychedelische "(Yesterday Comes) Before Tomorrow", dat op zijn beurt gevolgd wordt door "This Is How I Think Of You", een prachtige ballad, die hij voor een speciaal iemand schreef, maar nu opgedragen wordt aan alle blondjes.
"I Wonder Where They're Going" is een prima popsong en is één van zijn religieuze songs, waarin hij op zoek gaat naar God.
Ook de volgende song "What's The Excuse" is een rustig singer/songwriter nummer met een prettig ritme en melodie.
De song "The Sun Is Down" werd in het huis van zijn ouders in Jefferson Street 23 te Glen Cove geschreven en gaat over de ervaring, die hij op deed nadat hij zijn buurmeisje in nachtjapon zag en het verschil opmerkte tussen nachtkleding voor jongens en meisjes, wat hem meteen een verliefdheid gaf.
Ook "Down The Stairs" gaat over de liefde en dit is een lekker in het gehoor klinkende popsong, waarmee The Tin Angel Sessions afgesloten wordt.
The What's The Excuse Sessions is het volgende deel van de CD en er werden verscheidene nummers gespeeld, die ook al tijdens de Tin Angel Sessions opgenomen werden, te beginnen met "The Tin Angel", die door toevoeging van orkest een stuk voller en mooier klinkt en dit zou de uiteindelijke versie worden.
Net als in de vorige song is ook door toevoeging van orkest "(Yesterday Comes) Before Tomorrow" een stuk veranderd, alleen vind ik het resultaat hierop een stuk minder, want het psychedelische verliest hierdoor aan kracht.
"Shadow Of Tomorrow" is een schitterende pure popsong en de uitvoering van "This Is How I Think Of You" met orkest, is fantastisch, maar de instrumentale versie van "What's The Excuse" spant de kroon.
Dan volgt de versie van "Shadow Of Tomorrow" met orkest en ook nu weer is goed te horen, wat een verschil een orkest kan maken, want het pure is er helemaal af en in plaats van beter, wordt deze versie minder goed.
In "Lavender Girl" hoor je de band een rustige, maar rommelige popsong spelen en "Go And See", is een aardige popsong, die niet tot één van de beste van de band gerekend kan worden.
Een stuk beter is "See Beyond The Sea", waarin de singer/songwriter kwaliteiten van Chris weer naar boven komen en "Pocket Full Of Dreams" is eveneens een lekkere singer/songwriter song met een rustig tempo en met "Let The God Of Peace", een rustig religieus nummer, worden deze sessies beëindigd.
The 4 Of Us Sessions wordt de CD afgesloten en de eerste van de 2 songs, die op single zou verschijnen in 1966, heet "I've Heard It Said" en is een lekkere popsong met een goed klinkend afwisselend ritme, dat een vervolg krijgt in "Beauty Of The Sky", dat in dezelfde stijl gespeeld wordt.
De CD van Gandalf The Grey klinkt lekker en ondanks enkele mindere songs is het een prima tijdsdocument, dat zeker verdiend te worden beluisterd.
Chris Wilson uit Glen Cove maakte tussen 1966 en 1969 verscheidene opnames onder de naam Gandalf The Grey, die niet uitgebracht werden en bekend zouden worden onder de namen The Tin Angel Sessions (8 songs in 1968) en What's The Excuse Sessions (11 songs in 1969).
Zijn eerste sessies echter, waar hij maar 2 nummers speelde, staan te boek als 4 Of Us Sessions en werden in 1966 opgenomen door de eerste band van Chris.
Al deze songs zijn op 1 CD gezet om een zo goed mogelijk overzicht te geven van zijn muziek en daarbij staan wat notities, die Chris maakte bij de songs.
De CD begint met The Tin Angel Sessions uit 1968 en het eerste nummer heet "The Tin Angel, Part 1", dat een vrij rustige song is in singer/songwriter stijl, gevolgd door "The Carnival", een up-tempo poprocksong, waarin Chris beschrijft hoe het was om voor het eerst stoned te worden samen met zijn band op een kamer in Jones Street te New York City op 17-18 jarige leeftijd.
Dan volgt het heerlijke psychedelische "(Yesterday Comes) Before Tomorrow", dat op zijn beurt gevolgd wordt door "This Is How I Think Of You", een prachtige ballad, die hij voor een speciaal iemand schreef, maar nu opgedragen wordt aan alle blondjes.
"I Wonder Where They're Going" is een prima popsong en is één van zijn religieuze songs, waarin hij op zoek gaat naar God.
Ook de volgende song "What's The Excuse" is een rustig singer/songwriter nummer met een prettig ritme en melodie.
De song "The Sun Is Down" werd in het huis van zijn ouders in Jefferson Street 23 te Glen Cove geschreven en gaat over de ervaring, die hij op deed nadat hij zijn buurmeisje in nachtjapon zag en het verschil opmerkte tussen nachtkleding voor jongens en meisjes, wat hem meteen een verliefdheid gaf.
Ook "Down The Stairs" gaat over de liefde en dit is een lekker in het gehoor klinkende popsong, waarmee The Tin Angel Sessions afgesloten wordt.
The What's The Excuse Sessions is het volgende deel van de CD en er werden verscheidene nummers gespeeld, die ook al tijdens de Tin Angel Sessions opgenomen werden, te beginnen met "The Tin Angel", die door toevoeging van orkest een stuk voller en mooier klinkt en dit zou de uiteindelijke versie worden.
Net als in de vorige song is ook door toevoeging van orkest "(Yesterday Comes) Before Tomorrow" een stuk veranderd, alleen vind ik het resultaat hierop een stuk minder, want het psychedelische verliest hierdoor aan kracht.
"Shadow Of Tomorrow" is een schitterende pure popsong en de uitvoering van "This Is How I Think Of You" met orkest, is fantastisch, maar de instrumentale versie van "What's The Excuse" spant de kroon.
Dan volgt de versie van "Shadow Of Tomorrow" met orkest en ook nu weer is goed te horen, wat een verschil een orkest kan maken, want het pure is er helemaal af en in plaats van beter, wordt deze versie minder goed.
In "Lavender Girl" hoor je de band een rustige, maar rommelige popsong spelen en "Go And See", is een aardige popsong, die niet tot één van de beste van de band gerekend kan worden.
Een stuk beter is "See Beyond The Sea", waarin de singer/songwriter kwaliteiten van Chris weer naar boven komen en "Pocket Full Of Dreams" is eveneens een lekkere singer/songwriter song met een rustig tempo en met "Let The God Of Peace", een rustig religieus nummer, worden deze sessies beëindigd.
The 4 Of Us Sessions wordt de CD afgesloten en de eerste van de 2 songs, die op single zou verschijnen in 1966, heet "I've Heard It Said" en is een lekkere popsong met een goed klinkend afwisselend ritme, dat een vervolg krijgt in "Beauty Of The Sky", dat in dezelfde stijl gespeeld wordt.
De CD van Gandalf The Grey klinkt lekker en ondanks enkele mindere songs is het een prima tijdsdocument, dat zeker verdiend te worden beluisterd.
vrijdag 10 februari 2012
Review: Gandalf The Grey - The Tin Angel
Gear Fab 2004-(GF-212)
Chris Wilson uit Glen Cove maakte tussen 1966 en 1969 verscheidene opnames onder de naam Gandalf The Grey, die niet uitgebracht werden en bekend zouden worden onder de namen The Tin Angel Sessions(8 songs in 1968) en What's The Excuse Sessions(11 songs in 1969).
Zijn eerste sessies echter, waar hij maar 2 nummers speelde, staan te boek als 4 Of Us Sessions en werden in 1966 opgenomen door de eerste band van Chris.
Al deze songs zijn op 1 CD gezet om een zo goed mogelijk overzicht te geven van zijn muziek en daarbij staan wat notities, die Chris maakte bij de songs.
De CD begint met The Tin Angel Sessions uit 1968 en het eerste nummer heet "The Tin Angel, Part 1", dat een vrij rustige song is in singer / songwriter stijl, gevolgd door "The Carnival", een up-tempo poprocksong, waarin Chris beschrijft hoe het was om voor het eerst stoned te worden samen met zijn band op een kamer in Jones Street te New York City op 17-18 jarige leeftijd.
Dan volgt het heerlijke psychedelische "(Yesterday Comes) Before Tomorrow", dat op zijn beurt gevolgd wordt door "This Is How I Think Of You", een prachtige ballad, die hij voor een speciaal iemand schreef, maar nu opgedragen wordt aan alle blondjes.
"I Wonder Where They're Going" is een prima popsong en is één van zijn religieuze songs, waarin hij op zoek gaat naar God.
Ook de volgende song "What's The Excuse" is een rustig singer / songwriter nummer met een prettig ritme en melodie.
De song "The Sun Is Down" werd in het huis van zijn ouders in Jefferson Street 23 te Glen Cove geschreven en gaat over de ervaring, die hij op deed, nadat hij zijn buurmeisje in nachtjapon zag en het verschil opmerkte tussen nachtkleding voor jongens en meisjes, wat hem meteen een verliefdheid gaf.
Ook "Down The Stairs" gaat over de liefde en dit is een lekker in het gehoor klinkende popsong, waarmee The Tin Angel Sessions afgesloten wordt.
The What's The Excuse Sessions is het volgende deel van de CD en er werden verscheidene nummers gespeeld, die ook al tijdens de Tin Angel Sessions opgenomen werden, te beginnen met "The Tin Angel", die door toevoeging van orkest een stuk voller en mooier klinkt en dit zou de uiteindelijke versie worden.
Net als in de vorige song is ook door toevoeging van orkest "(Yesterday Comes) Before Tomorrow" een stuk veranderd, alleen vind ik het resultaat hierop een stuk minder, want het psychedelische verliest hierdoor aan kracht.
"Shadow Of Tomorrow" is een schitterende pure popsong en de uitvoering van "This Is How I Think Of You" met orkest, is fantastisch, maar de instrumentale versie van "What's The Excuse" spant de kroon.
Dan volgt de versie van "Shadow Of Tomorrow" met orkest en ook nu weer is goed te horen, wat een verschil een orkest kan maken, want het pure is er helemaal af en in plaats van beter, wordt deze versie minder goed.
In "Lavender Girl" hoor je de band een rustige, maar rommelige popsong spelen en "Go And See", is een aardige popsong, die niet tot één van de beste van de band gerekend kan worden.
Een stuk beter is "See Beyond The Sea", waarin de singer /songwriter kwaliteiten van Chris weer naar boven komen en "Pocket Full Of Dreams" is eveneens een lekkere singer / songwriter song met een rustig tempo en met "Let The God Of Peace", een rustig religieus nummer, worden deze sessies be-eindigd.
The 4 Of Us Sessions wordt de CD afgesloten en de eerste van de 2 songs, die op single zou verschijnen in 1966, heet "I've Heard It Said" en is een lekkere popsong met een goed klinkend afwisselend ritme, dat een vervolg krijgt in "Beauty Of The Sky", dat in dezelfde stijl gespeeld wordt.
De CD van Gandalf The Grey klinkt lekker en ondanks enkele mindere songs is het een prima tijdsdocument, dat zeker verdiend te worden beluisterd.
Chris Wilson uit Glen Cove maakte tussen 1966 en 1969 verscheidene opnames onder de naam Gandalf The Grey, die niet uitgebracht werden en bekend zouden worden onder de namen The Tin Angel Sessions(8 songs in 1968) en What's The Excuse Sessions(11 songs in 1969).
Zijn eerste sessies echter, waar hij maar 2 nummers speelde, staan te boek als 4 Of Us Sessions en werden in 1966 opgenomen door de eerste band van Chris.
Al deze songs zijn op 1 CD gezet om een zo goed mogelijk overzicht te geven van zijn muziek en daarbij staan wat notities, die Chris maakte bij de songs.
De CD begint met The Tin Angel Sessions uit 1968 en het eerste nummer heet "The Tin Angel, Part 1", dat een vrij rustige song is in singer / songwriter stijl, gevolgd door "The Carnival", een up-tempo poprocksong, waarin Chris beschrijft hoe het was om voor het eerst stoned te worden samen met zijn band op een kamer in Jones Street te New York City op 17-18 jarige leeftijd.
Dan volgt het heerlijke psychedelische "(Yesterday Comes) Before Tomorrow", dat op zijn beurt gevolgd wordt door "This Is How I Think Of You", een prachtige ballad, die hij voor een speciaal iemand schreef, maar nu opgedragen wordt aan alle blondjes.
"I Wonder Where They're Going" is een prima popsong en is één van zijn religieuze songs, waarin hij op zoek gaat naar God.
Ook de volgende song "What's The Excuse" is een rustig singer / songwriter nummer met een prettig ritme en melodie.
De song "The Sun Is Down" werd in het huis van zijn ouders in Jefferson Street 23 te Glen Cove geschreven en gaat over de ervaring, die hij op deed, nadat hij zijn buurmeisje in nachtjapon zag en het verschil opmerkte tussen nachtkleding voor jongens en meisjes, wat hem meteen een verliefdheid gaf.
Ook "Down The Stairs" gaat over de liefde en dit is een lekker in het gehoor klinkende popsong, waarmee The Tin Angel Sessions afgesloten wordt.
The What's The Excuse Sessions is het volgende deel van de CD en er werden verscheidene nummers gespeeld, die ook al tijdens de Tin Angel Sessions opgenomen werden, te beginnen met "The Tin Angel", die door toevoeging van orkest een stuk voller en mooier klinkt en dit zou de uiteindelijke versie worden.
Net als in de vorige song is ook door toevoeging van orkest "(Yesterday Comes) Before Tomorrow" een stuk veranderd, alleen vind ik het resultaat hierop een stuk minder, want het psychedelische verliest hierdoor aan kracht.
"Shadow Of Tomorrow" is een schitterende pure popsong en de uitvoering van "This Is How I Think Of You" met orkest, is fantastisch, maar de instrumentale versie van "What's The Excuse" spant de kroon.
Dan volgt de versie van "Shadow Of Tomorrow" met orkest en ook nu weer is goed te horen, wat een verschil een orkest kan maken, want het pure is er helemaal af en in plaats van beter, wordt deze versie minder goed.
In "Lavender Girl" hoor je de band een rustige, maar rommelige popsong spelen en "Go And See", is een aardige popsong, die niet tot één van de beste van de band gerekend kan worden.
Een stuk beter is "See Beyond The Sea", waarin de singer /songwriter kwaliteiten van Chris weer naar boven komen en "Pocket Full Of Dreams" is eveneens een lekkere singer / songwriter song met een rustig tempo en met "Let The God Of Peace", een rustig religieus nummer, worden deze sessies be-eindigd.
The 4 Of Us Sessions wordt de CD afgesloten en de eerste van de 2 songs, die op single zou verschijnen in 1966, heet "I've Heard It Said" en is een lekkere popsong met een goed klinkend afwisselend ritme, dat een vervolg krijgt in "Beauty Of The Sky", dat in dezelfde stijl gespeeld wordt.
De CD van Gandalf The Grey klinkt lekker en ondanks enkele mindere songs is het een prima tijdsdocument, dat zeker verdiend te worden beluisterd.
vrijdag 3 februari 2012
Review: Psychedelic States - Ohio In The 60s Vol.1
Gear Fab 2005-(GF-213)
De fantastische serie Psychedelic States kent alleen maar hoogtepunten en deze uitgave voegt daar weer verscheidene aan toe.
Op Ohio In The 60s Vol.1 staan 27 nummers van 25 bands, dus van de meeste bands staat er maar 1 song op.
Één van de 2 bands waarvan er 2 nummers op de CD staan is de uit Cincinnati afkomstige band The Chosen Lot, die met "Time Was", een fantastische popsong uit 1966, die via het Sidra label uitgebracht werd, de CD opent en de B-kant van het nummer "If You Want To", dat een stuk rustiger is, klinkt eveneens prima.
Ook The Beau Denturies uit Dayton zijn met 2 songs op de CD vertegenwoordigd, waarvan de eerste "Don't Quit Now" heet, een lekkere garagerocksong, die "Straight Home", ook een garagerocksong, als B-kant had en deze single werd in 1966 op het Encore label uitgebracht.
"I Hear The World", een prima poprocksong uit 1970 van The Purple Persians uit Hamilton verscheen via het Galactic label met "The Past And The Present Future" als achterkant.
The Us Too Group uit Fairfield maakte in 1967 met "I'll Leave You Crying" een schitterende single, die terecht de hitparade in Cincinnati haalde en werd uitgebracht op het Jinx label met "The Only Thing To Do" als andere kant.
De band maakte verschillende versies van "I'll Leave You Crying", maar deze uitvoering is de originele eerste versie, die later gevolgd werd door 2 andere, die via de labels The Us too en Counterpart verschenen.
In 1968 verscheen de single "Love Trip", een psychedelische rocksong, van Tony Church & The Crusade uit Youngstown, die reeds in de jaren 50 was begonnen met het maken van muziek, via het Tammy label en dit nummer had "Can You Picture Yourself" als B-kant.
The Panicks uit Brecksville en Boston Heights maakten in 1967 "You're My Baby", een heerlijke gargagerocksong, voor het Dupree label, die "Lots Of Pretty Girls" als achterkant had.(zie review Panicks; GF-236)
Uit Dayton kwamen The Shandells, die in 1965 de single "This I Gotta Know", een prachtige poprocksong met "Madras" als andere kant, via het Airway label uitbrachten.
Via het Rox label verscheen in 1966 de single "A Message For You", een lekkere poprocksong van The Travellers IV uit Dayton, die eerste in de finale van een battle of the bands waren geworden en daardoor een single mochten opnemen en deze had "This Happens To Me".
Op het Prism label verscheen in 1966 de single "Toys In Her Attic", een vrij psychedelische popsong, die "It Could Be Bad" als andere kant had en gemaakt werd door The King's English.
Ook in 1966 verscheen "Inside Looking Out", een cover van het Animals nummer, dat de band op redelijke wijze vertolkt, via het Maarc label en "Sad Little Girl" als B-kant had.
The Myrchents uit New Albany en Plain City zagen hun single "Indefinite Inhibition", een goede garagerocksong, in 1967 via het Musical label verschijnen.
In het voorjaar van 1968 verscheen "Mystery Man", een heerlijke song in de stijl van de Britse beatgroepen, via het Great Scott label, van The Blues Invention uit Hamilton, die The Third Side Of Life" als B-kant had.
Een schitterende demo kwam van The Jaguars uit Columbus, getiteld "Two Can Play", een popsong met "the Day You're Mine" als andere kant, die via Musical verscheen.
1970 was jaar waarin Cranberry Moustache hun single "Far From Home", een prachtige popsong, via het Clearhill label zagen uitkomen met "Hey Lady" aande andere kant en in 1971 verscheen "The Other Side Of Us", een schitterende stevige garagerocksong, met "Life" als B-kant, op het Jewel label van de uit Cicinnati
afkomstige band Cool Heat.
Een andere band uit Cicinnati was The Great Society, die in 1967 de single "She's Got It On Her Mind", een prachtige popsong, via het Dana Lynn label uit zag komen met "Second Day" als achterkant.
Richard Pash & The Back Door Society uit Avon Lake bracht in 1967 de geweldige garagerocksong "I'm The Kind" / "I'm Getting Better" via Shoreman uit.
Ook Allard & The Lost Souls uit Columbus brachten een prima garagerocksong single uit, getiteld "Looking" / "It's Coming" en deze verscheen via Starr.
In 1966 kwam "I'm Your Fellow Man" uit van The Weeble Fox en als je dit nummer voor het eerst hoort, denk je te maken te hebben met een niet uitgebrachte song van de Nederlandse Outsiders en deze uit Warren en Youngstown afkomstige band bracht dit via het Mark I label uit samen met "Baby Let Me Come With You".
The Dantes uit Worthington bestonden tussen 1964 en 1968 en maakten in 1966 de single "Can't Get Enough Of Your Love", een lekkere popsong met "80-96" als B-kant en maakten nog 2 singles, dat covers van Rolling Stones songs waren.
Ze speelden in het vorprogramma van o.a. Jimi Hendrix, Roy Orbison, The Byrds, Strawberry Alarm Clock, The Outsiders, Neil Diamond, The Turtles en Them.
Uit Warren kwamen The Blues Inc, die de single "I Can't Live Without You", een prima poprocksong met de Love cover "7 And 7 Is" als B-kant in 1968 via het United Audio label uitbrachten.
De Yardbirds cover "Evil Hearted You", die hier op uitstekende wijze gespeeld wordt door The Human Beingz uit Youngstown, werd in 1966 samen met de Who cover "My Generation" door het Elysian label uitgebracht.
The Shillings kwamen uit Dayton en zij brachten in 1967 de single "Forgive Me My Love", een prima poprocksong, die "I Call For Her"als achterkant had, via het Dayton Band Company label uit.
In 1967 bracht The Worryin'Kind uit Columbus de single "Wild About You", een prima garagerocksong, met "If You're Gone" via het Trim label uit.
De laatst band van de CD, The Checkmates, een high school band uit Cincinnati, maakte in 1967 de single "Get It While You Can", een heerlijke psychedelische poprocksong voor het Injoy Life label, die "Take Away" als B-kant had.
Ook deze schitterende uitgave, waar weer veel op te genieten valt, mag natuurlijk niet in je collectie ontbreken.
De fantastische serie Psychedelic States kent alleen maar hoogtepunten en deze uitgave voegt daar weer verscheidene aan toe.
Op Ohio In The 60s Vol.1 staan 27 nummers van 25 bands, dus van de meeste bands staat er maar 1 song op.
Één van de 2 bands waarvan er 2 nummers op de CD staan is de uit Cincinnati afkomstige band The Chosen Lot, die met "Time Was", een fantastische popsong uit 1966, die via het Sidra label uitgebracht werd, de CD opent en de B-kant van het nummer "If You Want To", dat een stuk rustiger is, klinkt eveneens prima.
Ook The Beau Denturies uit Dayton zijn met 2 songs op de CD vertegenwoordigd, waarvan de eerste "Don't Quit Now" heet, een lekkere garagerocksong, die "Straight Home", ook een garagerocksong, als B-kant had en deze single werd in 1966 op het Encore label uitgebracht.
"I Hear The World", een prima poprocksong uit 1970 van The Purple Persians uit Hamilton verscheen via het Galactic label met "The Past And The Present Future" als achterkant.
The Us Too Group uit Fairfield maakte in 1967 met "I'll Leave You Crying" een schitterende single, die terecht de hitparade in Cincinnati haalde en werd uitgebracht op het Jinx label met "The Only Thing To Do" als andere kant.
De band maakte verschillende versies van "I'll Leave You Crying", maar deze uitvoering is de originele eerste versie, die later gevolgd werd door 2 andere, die via de labels The Us too en Counterpart verschenen.
In 1968 verscheen de single "Love Trip", een psychedelische rocksong, van Tony Church & The Crusade uit Youngstown, die reeds in de jaren 50 was begonnen met het maken van muziek, via het Tammy label en dit nummer had "Can You Picture Yourself" als B-kant.
The Panicks uit Brecksville en Boston Heights maakten in 1967 "You're My Baby", een heerlijke gargagerocksong, voor het Dupree label, die "Lots Of Pretty Girls" als achterkant had.(zie review Panicks; GF-236)
Uit Dayton kwamen The Shandells, die in 1965 de single "This I Gotta Know", een prachtige poprocksong met "Madras" als andere kant, via het Airway label uitbrachten.
Via het Rox label verscheen in 1966 de single "A Message For You", een lekkere poprocksong van The Travellers IV uit Dayton, die eerste in de finale van een battle of the bands waren geworden en daardoor een single mochten opnemen en deze had "This Happens To Me".
Op het Prism label verscheen in 1966 de single "Toys In Her Attic", een vrij psychedelische popsong, die "It Could Be Bad" als andere kant had en gemaakt werd door The King's English.
Ook in 1966 verscheen "Inside Looking Out", een cover van het Animals nummer, dat de band op redelijke wijze vertolkt, via het Maarc label en "Sad Little Girl" als B-kant had.
The Myrchents uit New Albany en Plain City zagen hun single "Indefinite Inhibition", een goede garagerocksong, in 1967 via het Musical label verschijnen.
In het voorjaar van 1968 verscheen "Mystery Man", een heerlijke song in de stijl van de Britse beatgroepen, via het Great Scott label, van The Blues Invention uit Hamilton, die The Third Side Of Life" als B-kant had.
Een schitterende demo kwam van The Jaguars uit Columbus, getiteld "Two Can Play", een popsong met "the Day You're Mine" als andere kant, die via Musical verscheen.
1970 was jaar waarin Cranberry Moustache hun single "Far From Home", een prachtige popsong, via het Clearhill label zagen uitkomen met "Hey Lady" aande andere kant en in 1971 verscheen "The Other Side Of Us", een schitterende stevige garagerocksong, met "Life" als B-kant, op het Jewel label van de uit Cicinnati
afkomstige band Cool Heat.
Een andere band uit Cicinnati was The Great Society, die in 1967 de single "She's Got It On Her Mind", een prachtige popsong, via het Dana Lynn label uit zag komen met "Second Day" als achterkant.
Richard Pash & The Back Door Society uit Avon Lake bracht in 1967 de geweldige garagerocksong "I'm The Kind" / "I'm Getting Better" via Shoreman uit.
Ook Allard & The Lost Souls uit Columbus brachten een prima garagerocksong single uit, getiteld "Looking" / "It's Coming" en deze verscheen via Starr.
In 1966 kwam "I'm Your Fellow Man" uit van The Weeble Fox en als je dit nummer voor het eerst hoort, denk je te maken te hebben met een niet uitgebrachte song van de Nederlandse Outsiders en deze uit Warren en Youngstown afkomstige band bracht dit via het Mark I label uit samen met "Baby Let Me Come With You".
The Dantes uit Worthington bestonden tussen 1964 en 1968 en maakten in 1966 de single "Can't Get Enough Of Your Love", een lekkere popsong met "80-96" als B-kant en maakten nog 2 singles, dat covers van Rolling Stones songs waren.
Ze speelden in het vorprogramma van o.a. Jimi Hendrix, Roy Orbison, The Byrds, Strawberry Alarm Clock, The Outsiders, Neil Diamond, The Turtles en Them.
Uit Warren kwamen The Blues Inc, die de single "I Can't Live Without You", een prima poprocksong met de Love cover "7 And 7 Is" als B-kant in 1968 via het United Audio label uitbrachten.
De Yardbirds cover "Evil Hearted You", die hier op uitstekende wijze gespeeld wordt door The Human Beingz uit Youngstown, werd in 1966 samen met de Who cover "My Generation" door het Elysian label uitgebracht.
The Shillings kwamen uit Dayton en zij brachten in 1967 de single "Forgive Me My Love", een prima poprocksong, die "I Call For Her"als achterkant had, via het Dayton Band Company label uit.
In 1967 bracht The Worryin'Kind uit Columbus de single "Wild About You", een prima garagerocksong, met "If You're Gone" via het Trim label uit.
De laatst band van de CD, The Checkmates, een high school band uit Cincinnati, maakte in 1967 de single "Get It While You Can", een heerlijke psychedelische poprocksong voor het Injoy Life label, die "Take Away" als B-kant had.
Ook deze schitterende uitgave, waar weer veel op te genieten valt, mag natuurlijk niet in je collectie ontbreken.
Abonneren op:
Posts (Atom)






