Gear Fab 2005-(GF-217)
Nadat Rob Hegel The Beatles in de Ed Sullivan show had zien optreden op 9 februari 1964, wist hij het zeker; hij wilde ook in een band spelen.
Hij vroeg zijn vrienden Mike Reed en Tim Daum, die bij hem in de klas op high school zaten en die in de band The Duprees hadden gespeeld, of hij in hun nieuwe band mocht komen spelen en dat was goed.
De band, die ze The Chandells noemden, bestond toen uit: Graig Carlson - slaggitaar, Geoff Hearsum - basgitaar, Dale Graham - zang, Rob Hegel - bongo's en orgel en Tim Daum - sologitaar en Mike Reed - drums.
Binnen 6 maanden waren ze de meest gevraagde band in het zuiden van Ohio, speelden ze in alle grote plaatsen en hadden in Greenville zelfs politie escorte nodig om langs hun uitzinnige fans te komen.
Tegen de tijd dat ze senioren waren op high school, was hun populariteit zo gestegen, dat de nr.1 discjockey van Dayton, Bob Holiday, hen de beste van de 800 bands, die de streek rijk was, noemde.
Maar dat had ook een keerzijde, want de band werd regelmatig uitgedaagd om mee te doen aan band battles en raakte dat beu.
Daarom was het tijd voor verandering en dat kwam er, omdat ze hadden besloten de bandnaam te veranderen en deze werd tijdens hun uitverkochte concert in de Centerville's Town Hall begin 1966 bekend gemaakt en gingen ze verder onder de naam Bittervetch.
Dat jaar werd ook hun enige single uitgebracht en ging de band 23 juli uit elkaar, doordat elk van hen een andere studierichting op ging en de bandleden in verschillende plaatsen in het land terecht kwamen.
De nalatenschap van de band bestaat uit 16 door Rob geschreven songs, die op deze CD aangevuld zijn met enkele solosongs van Rob, plus een opname van Me And The Other Guys, waarin Rob piano speelt.
De CD start met "I Wanna Love You", een heerlijke popsong in de stijl van de Britse beatbands en de eerste song ooit die Rob schreef, die hij maakte nadat hij verliefd was geworden tijdens high school en deze kreeg een vervolg in de song "Since You've Gone", waarin Rob zingt dat hij bang was een gebroken hart op te lopen, eveneens een lekkere popsong.
Vervolgens het schitterende "I Don't Care", waarin de band laat horen erg goed naar The Beatles te hebben geluisterd en "I've Told You", een popsong met een fuzz gitaar in de stijl van het Yardbirds nummer "Heart Full Of Soul".
Daarna "I'll Follow You" een prima popsong, die in up-tempo gespeeld wordt, die gevolgd wordt door een goede popsong getiteld "I Don't Know".
Dan volgt "Laughing At You", een mindere song, waarin het ritme niet helemaal lekker klinkt en de band gebruik heeft gemaakt van het ritme van het nummer "It's All Over Now" van de Rolling Stones uitvoering.
De enige song, die alleen door Dale Graham gezongen wordt heet "Why?" en ook dit is een goede korte popsong.
"Who Are You?" is een vrij rustige song, waar ik de zang een beetje mager vind klinken, maar in de surfsong "Keep Surfin'" klinkt die al weer een stuk beter.
In de volgende 4 songs hoor je de demo's, die Rob voor Bittervetch schreef, maar die de band niet op zou nemen en de eerste daarvan heet " Without You" en daarop hoor je alleen zang en orgel.
"Let You Be" is een aardige song, maar helaas is de zang niet erg goed opgenomen en "I'm In Love With You" is al beter, maar de geluidskwaliteit is nog steeds niet optimaal, net als in "A Girl Like You", dat de basis vormde voor de uitvoering van de B-kant van hun single.
In mei 1966 verscheen hun single, waarvan "A Girl Like You" de B-kant was en dit is een schitterende popsong in Britse beat stijl, waarvan de A-kant "Bigger Fool" naar mijn mening minder goed is, maar evengoed een lekkere popsong is.
Nadat Bittervetch uit elkaar was gegaan, maakte Rob met de band Me And The Other Guys een cover van dit Chandells nummer en die klinkt niet verkeerd.
Een stuk beter is de song "When You Wake Up In The Morning", dat Rob de dag na het uiteen vallen van Bittervetch schreef en door Me And The Other Guys in 1967 als B-kant van hun single werd gebruikt.
De demo uitvoering van dit nummer hoor je hier meteen achter aan en die wordt een stuk rustiger gespeeld en klinkt schitterend.
Rob trad in 1968 regelmatig met zijn gitaar in koffie huizen en bars op rond de universiteit van Cincinnati en dit was één van de songs, die hij daar speelde.
In de winter van 1968 maakte hij "I Really Like You" een song in de stijl van John Sebastian van The Lovin' Spoonful, dat geweldig klinkt.
"Masters & Demos Chapter One" is een prima CD, die wat mindere nummers kent, maar de liefhebber van 60's muziek toch aangenaam zal verrassen.
donderdag 5 januari 2012
donderdag 29 december 2011
Review: Psychedelic States - Ohio In The 60s Vol.3
Gear Fab 2005-(GF-218)
De reeks Psychedelic States wordt steeds verder uitgebreid en Ohio In The 60 Vol.3 is er weer één uit die schitterende serie.
Deze uitgave bevat 26 nummers van 25 bands, dus slechts 1 band is hier met 2 songs vertegenwoordigd, dat in tegenstelling met andere releases.
The Soul Survivors zijn de openingsband van de CD en er zijn geen gegevens van hun bekend is, behalve de bandnaam, het label waarop de single werd uitgebracht (Mark II), het jaar (1966) en natuurlijk de titels van de single "All My Love" / "I Won't Worry", waarvan alleen eerstgenoemde te horen is.
"All My Love" is een heerlijke garagerocksong, waarin de basgitaar de boventoon voert.
Ook over The Counts is niets bekend en hun single "Now You're Gone", een fantastische poprocksong, werd in 1965 door het Teen label uitgebracht met "Old Man River" als B-kant.
De high school band The Dantes, uit Worthington, die tussen 1964 en 1968 bestond, staat er met de complete single op, die in 1967 via het Mainline label verscheen en de A-kant is de Rolling Stones cover "Connection", die de band prima uitvoert, terwijl de B-kant "Satisfied", een eigen compositie, een heerlijke vrolijke country song in de stijl van Country Joe & the Fish is.
Uit 1966 stamt "A Girl Like You", een schitterende popsong van Bittervetch uit Dayton, gemaakt in de stijl The Beatles, hun Britse voorbeelden en uitgebracht op het Pixie label.
Voordien heette de band The Chandells, die het nummer "I've Told You", eveneens een prima popsong naar Brits voorbeeld, in 1966 opnamen en hierin bespeur je ook Yardbirds klanken.
Het Sandwich label bracht in 1970 "Long Way To Go", een popsong met up tempo ritme en "Old Comedy" als B-kant uit van Salt(verder geen gegevens bekend).
The Fifth Order uit Columbus maakte in 1966 de single "Goin' Too Far", een geweldige poprocksong, met "Walkin' Away" als achterkant en hun single werd door zowel het Counterpart als Diamond label uitgebracht.
In 1965 bracht het Flo-Roe label "It's A Bit Of Alright", een popsong in Britse stijl, uit van Tony & The Bandits, die uit Bond Hill kwamen.
"Yesterday's Dawn" van The Shillings uit Dayton klinkt als een song van Herman's Hermits en werd in 1967 door het Dayton Band Company label uitgebracht.
Arthur Lee van Love schreef de song "7 And 7 Is" en deze garagerock uitvoering van The Blues Inc. uit Warren mag er zijn, verschenen in 1967 via United Audio met "I Can't Live Without You" als andere kant.
Pictorian Skifulls kwamen uit Dayton en richtten hun eigen Skifull label op, waar ze hun in 1965 verschenen single "In Awhile", een schitterende popsong op uitbrachten met "You've Done Me Wrong" als B-kant.
Uit Cincinnati kwam The Fabulous Fish, die in 1968 het schitterende psychedelische "Scratch My Egg", dat ook nog een stipteaseshow ritme heeft, via het Jewel label uitgebracht zag.
The Streys uit Wooster brachten in 1968 via het B-W label de geweldige garagerocksong "She Cools My Mind" uit en Kenny & The Kasuals, uit Warren, maakten in 1965 de single "I Never Had It So Good", een aardige popsong, met "The Girl I Love" als B-kant.
In december 1965 verscheen de single "What Could I Do", een rustige popsong met tempowisselingen via het Adco label met "Anymore" als achterkant van The Group uit Cincinnati.
Het Wes Mar label bracht in 1966 "Why, Why, Why", een goeie garagepoprocksong, uit met "Save It For Me" van The Cliches, die uit Canton kwamen.
"All You Had To Do Was Ask" is een te gekke beatsong, waarin de mondharmonica een belangrijke rol speelt.
De single, die "Who Does She Love?" als B-kant had, was gemaakt door The Baskervill Hounds uit Cleveland en verscheen in 1966 via het Team label.
De band bracht verscheidene singles uit in de periode 1965-1969, via de labels Dot Tema en Buddah en maakte 1 LP voor het Dot label.
Het volgende nummer, dat "Stay In My Life" heet, lijkt in het begin veel op "I'm A Man" van The Spencer Davis Group, maar gaandeweg verandert dat en deze uit Youngstown afkomstige band, The Pied Pipers, maakte met dit nummer een prima single, die via Hamlin Town verscheen in 1967.
The Four uit Akron lieten hun single "Good Thing Going", een lekkere popsong, 1967 via Nashville North uitbrengen in 1967 met "Cy's Been Drinking Cider" als achterkant.
The Endless kwam uit Springfield en maakte in 1966 de single "Tomorrow's Song", een up-tempo popsong, voor het Cardinal label, die "Prevalling Darkness" als andere kant had.
Uit 1965 stamt de single "I Can Tell", een garagepoprocksong, die door The Mersey Men uit Salem werd gemaakt en via het Wildwoods label werd uitgebracht.
Het Togy label bracht in 1966 de single "Don't Tell Me", een heerlijke poprocksong, met als B-kant "I Need Your Love" uit van de uit Marion afkomstige band The Last Times, die onder de naam The 69ers begon.
Progressieve soul klanken komen van The Chylds uit Canton, die hun single "I Want More" in 1967 via het Giant label zagen verschijnen.
In 1967 verscheen de single "See What's Right", een lekkere popsong, via het Counterpart label van The Wyngates uit Cincinnati en het had "Persian Night Flight" als achterkant.
"Behind Locked Doors" is een schitterende garagerocksong, die de CD op waarlijke wijze afsluit.
Het nummer werd in 1966 door de uit Cleveland afkomstige band The Missing Lynx uitgebracht via het Dynovoice label met "Anymore" als B-kant.
Deze 13e release van de serie Psychedelic States staat weer vol schitterende obskure opnamen en is daarom een welkome aanvulling van de reeks.
De reeks Psychedelic States wordt steeds verder uitgebreid en Ohio In The 60 Vol.3 is er weer één uit die schitterende serie.
Deze uitgave bevat 26 nummers van 25 bands, dus slechts 1 band is hier met 2 songs vertegenwoordigd, dat in tegenstelling met andere releases.
The Soul Survivors zijn de openingsband van de CD en er zijn geen gegevens van hun bekend is, behalve de bandnaam, het label waarop de single werd uitgebracht (Mark II), het jaar (1966) en natuurlijk de titels van de single "All My Love" / "I Won't Worry", waarvan alleen eerstgenoemde te horen is.
"All My Love" is een heerlijke garagerocksong, waarin de basgitaar de boventoon voert.
Ook over The Counts is niets bekend en hun single "Now You're Gone", een fantastische poprocksong, werd in 1965 door het Teen label uitgebracht met "Old Man River" als B-kant.
De high school band The Dantes, uit Worthington, die tussen 1964 en 1968 bestond, staat er met de complete single op, die in 1967 via het Mainline label verscheen en de A-kant is de Rolling Stones cover "Connection", die de band prima uitvoert, terwijl de B-kant "Satisfied", een eigen compositie, een heerlijke vrolijke country song in de stijl van Country Joe & the Fish is.
Uit 1966 stamt "A Girl Like You", een schitterende popsong van Bittervetch uit Dayton, gemaakt in de stijl The Beatles, hun Britse voorbeelden en uitgebracht op het Pixie label.
Voordien heette de band The Chandells, die het nummer "I've Told You", eveneens een prima popsong naar Brits voorbeeld, in 1966 opnamen en hierin bespeur je ook Yardbirds klanken.
Het Sandwich label bracht in 1970 "Long Way To Go", een popsong met up tempo ritme en "Old Comedy" als B-kant uit van Salt(verder geen gegevens bekend).
The Fifth Order uit Columbus maakte in 1966 de single "Goin' Too Far", een geweldige poprocksong, met "Walkin' Away" als achterkant en hun single werd door zowel het Counterpart als Diamond label uitgebracht.
In 1965 bracht het Flo-Roe label "It's A Bit Of Alright", een popsong in Britse stijl, uit van Tony & The Bandits, die uit Bond Hill kwamen.
"Yesterday's Dawn" van The Shillings uit Dayton klinkt als een song van Herman's Hermits en werd in 1967 door het Dayton Band Company label uitgebracht.
Arthur Lee van Love schreef de song "7 And 7 Is" en deze garagerock uitvoering van The Blues Inc. uit Warren mag er zijn, verschenen in 1967 via United Audio met "I Can't Live Without You" als andere kant.
Pictorian Skifulls kwamen uit Dayton en richtten hun eigen Skifull label op, waar ze hun in 1965 verschenen single "In Awhile", een schitterende popsong op uitbrachten met "You've Done Me Wrong" als B-kant.
Uit Cincinnati kwam The Fabulous Fish, die in 1968 het schitterende psychedelische "Scratch My Egg", dat ook nog een stipteaseshow ritme heeft, via het Jewel label uitgebracht zag.
The Streys uit Wooster brachten in 1968 via het B-W label de geweldige garagerocksong "She Cools My Mind" uit en Kenny & The Kasuals, uit Warren, maakten in 1965 de single "I Never Had It So Good", een aardige popsong, met "The Girl I Love" als B-kant.
In december 1965 verscheen de single "What Could I Do", een rustige popsong met tempowisselingen via het Adco label met "Anymore" als achterkant van The Group uit Cincinnati.
Het Wes Mar label bracht in 1966 "Why, Why, Why", een goeie garagepoprocksong, uit met "Save It For Me" van The Cliches, die uit Canton kwamen.
"All You Had To Do Was Ask" is een te gekke beatsong, waarin de mondharmonica een belangrijke rol speelt.
De single, die "Who Does She Love?" als B-kant had, was gemaakt door The Baskervill Hounds uit Cleveland en verscheen in 1966 via het Team label.
De band bracht verscheidene singles uit in de periode 1965-1969, via de labels Dot Tema en Buddah en maakte 1 LP voor het Dot label.
Het volgende nummer, dat "Stay In My Life" heet, lijkt in het begin veel op "I'm A Man" van The Spencer Davis Group, maar gaandeweg verandert dat en deze uit Youngstown afkomstige band, The Pied Pipers, maakte met dit nummer een prima single, die via Hamlin Town verscheen in 1967.
The Four uit Akron lieten hun single "Good Thing Going", een lekkere popsong, 1967 via Nashville North uitbrengen in 1967 met "Cy's Been Drinking Cider" als achterkant.
The Endless kwam uit Springfield en maakte in 1966 de single "Tomorrow's Song", een up-tempo popsong, voor het Cardinal label, die "Prevalling Darkness" als andere kant had.
Uit 1965 stamt de single "I Can Tell", een garagepoprocksong, die door The Mersey Men uit Salem werd gemaakt en via het Wildwoods label werd uitgebracht.
Het Togy label bracht in 1966 de single "Don't Tell Me", een heerlijke poprocksong, met als B-kant "I Need Your Love" uit van de uit Marion afkomstige band The Last Times, die onder de naam The 69ers begon.
Progressieve soul klanken komen van The Chylds uit Canton, die hun single "I Want More" in 1967 via het Giant label zagen verschijnen.
In 1967 verscheen de single "See What's Right", een lekkere popsong, via het Counterpart label van The Wyngates uit Cincinnati en het had "Persian Night Flight" als achterkant.
"Behind Locked Doors" is een schitterende garagerocksong, die de CD op waarlijke wijze afsluit.
Het nummer werd in 1966 door de uit Cleveland afkomstige band The Missing Lynx uitgebracht via het Dynovoice label met "Anymore" als B-kant.
Deze 13e release van de serie Psychedelic States staat weer vol schitterende obskure opnamen en is daarom een welkome aanvulling van de reeks.
donderdag 22 december 2011
Review: Psychedelic States Indiana In The 60s Vol.1
Gear Fab 2006-(GF-220)
In elke staat in Amerika werd in de jaren 60 wel rauwe garagerock, psychedelische muziek of pure rock gespeeld en dat was in Indiana natuurlijk ook het geval.
De serie Psychedelic States geeft een overzicht van bands uit verschillende staten, die in deze periode aktief waren en hun beste nummers verschijnen met de regelmaat van de klok via deze Gear Fab uitgaven.
Indiana In The 60s is de veertiende in deze fantastische reeks met 28 songs van 24 bands, waarvan de eerste, The Ennd, er met twee songs op vertegenwoordigd is en "Gonna Send You Back To Your Mother", een garagepoprocksong is de A-kant van hun single, waaarvan ook de B-kant "Don't It Make You Feel Like Cryin?'", een prima poprocksong in Britse stijl, op de CD staat.
The Ennd kwam uit La Porte en bracht deze single via het Seascape label in 1967 uit, waar ze in totaal 4 singles voor maakten.
Ook van The Mourning Missed, uit Terre Haute, staat de complete single, die in 1967 via het No label verscheen, op de CD en "I'm Not Your Brother", een prachtige poprocksong was daar de A-kant van en "Burn Up" de B-kant, die een stuk rustiger klinkt.
Sanz. Incorporated, uit Santa Claus, heeft eveneens twee songs op de CD staan en "I Just Want You", een lekkere poprocksong uit 1967 is daar de eerste van en werd door Skoop records uitgebracht als opvolger van "I'm Gonna Leave You", dat in 1966 via hetzelfde label werd uitgebracht, eveneens een prima popsong.
"Show Your Love" van The Tikis uit Syracuse werd in 1966 via Fujimo uitgebracht en is een prima garagepoprocksong.
In 1967 verscheen "It Just Don't Rhyme", een heerlijke garagerocksong van The Chosen Few uit Muncie via het Denim label, die in datzelfde jaar ook "Foolin' Around With Me", een mix van pop, garage en soul van deze band uitbrachten.
De band bracht nog 3 singles uit; 1 bij Talun en 2 bij RCA, waar ze ook een schitterende LP voor maakten.
Via het Orlyn label verscheen in 1966 de single "Tale Of A City", een aardige popsong, van The Wild Ones, uit Ft. Wayne, die helemaal niet zo wild klinken.
De volgende band, die je te horen krijgt heette The Esquires, die uit Evansville kwam en in 1967 "Run Babe", een heerlijke poprocksong, via het Showboat label zag verschijnen.
"Just Once In MY Life" van The Chevelles uit Muncie, die hun single voor Skoop maakten in 1967, vind ik een beetje slapjes, maar toch nog redelijk genoeg voor deze CD.
Één van de betere nummers van de CD vind ik "You're So Square" van The Pickwick Papers uit Ft. Wayne, die, van deze Elvis Presley cover, een schitterende psychedelische uitvoering maakten.
Van Sir Charles & The Days Of Olde zijn geen gegevens bekend, behalve dat ze hun single "Baby Come Back", een poprocksong, via het Skoop label uitbrachten.
Noony Rickett & The Noony Rickett Four, die hoorbare overeenkomsten heeft met hun Britse tijdgenoten, is de volgende band op de CD en zij maakten in 1965 de schitterende beatsong "Bye Bye Baby" voor het Dimension label en als je niet beter wist, zou je zweren dat ze uit Engeland kwamen.
Het Paro label bracht in 1966 de single "Second Choice", een fantastische psychedelische popsong, uit van The XL's uit Terre Haute, die gevolgd wordt door een prachtige uitvoering van een song, die door Frank Zappa geschreven werd, namelijk "You Didn't Try To Call Me", waarmee The Basooties uit Valparaiso, die hun single door Muffin uitgebracht zagen.
Uit Richmond kwamen The Good Timers, waarvan de single "My Imagination", een garagepoprocksong met surf invloeden, in 1967 door het New World label werd uitgebracht en deze wordt gevolgd door "A Nescessary Evil", een schitterende popsong van Dawn 5 uit Indianapolis, die dit meesterwerkje in 1965 bij het Bee-Gee label maakten.
Ook The Serfmen uit Ft. Wayne maakten een prima stukje muziek en hun single "Cry", een garagepoprocksong, werd door hun eigen Nemfres in 1964 uitgebracht.
In 1967 verscheen "I Can't Stop It Now", een aardige poprocksong, via het Ben label van The Surf Suns uit New Haven en The Rogues uit Indianapolis maakten in 1965, na het winnen van een bandjeswedstrijd, het nummer "I'm Not That Way At All", een goede poprocksong, dat via Sto-Va-Co label verscheen.
Phalanx bracht in 1966 de single "Get Off My Back", een rauwe heftige garagerocksong, uit van de uit Ft. Wayne afkomstige Blues Inc.
Lord & The Flies maakte in 1965 het nummer "You Made A Fool Of Me", een prima poprocksong, voor het USA label.
De highschoolband The Jades brachten in 1967 de single "Come Back", een lekkere garagerocksong via het Denim label uit.
The Poor Boys uit Kokomo maakten in 1966 "Think Of Livin'", een goede poprocksong, die in 1966 op het Flame label verscheen, terwijl The Country Blues dat zelfde jaar het nummer "All About Life", een aardige poprocksong, opnamen.
Het laatste nummer van de CD, "Come To Me", een schitterende garagerocksong, werd in 1967 via United Artists uitgebracht door The Black & Blues uit Anderson, die verscheidene singles bij United Artists opnamen, maar er slechts 2 uitgebracht zagen.
Ik schreef het al eerder, Psychedelic States is een geweldige serie CD's, die je als liefhebber van 60's muziek, niet mag missen.
In elke staat in Amerika werd in de jaren 60 wel rauwe garagerock, psychedelische muziek of pure rock gespeeld en dat was in Indiana natuurlijk ook het geval.
De serie Psychedelic States geeft een overzicht van bands uit verschillende staten, die in deze periode aktief waren en hun beste nummers verschijnen met de regelmaat van de klok via deze Gear Fab uitgaven.
Indiana In The 60s is de veertiende in deze fantastische reeks met 28 songs van 24 bands, waarvan de eerste, The Ennd, er met twee songs op vertegenwoordigd is en "Gonna Send You Back To Your Mother", een garagepoprocksong is de A-kant van hun single, waaarvan ook de B-kant "Don't It Make You Feel Like Cryin?'", een prima poprocksong in Britse stijl, op de CD staat.
The Ennd kwam uit La Porte en bracht deze single via het Seascape label in 1967 uit, waar ze in totaal 4 singles voor maakten.
Ook van The Mourning Missed, uit Terre Haute, staat de complete single, die in 1967 via het No label verscheen, op de CD en "I'm Not Your Brother", een prachtige poprocksong was daar de A-kant van en "Burn Up" de B-kant, die een stuk rustiger klinkt.
Sanz. Incorporated, uit Santa Claus, heeft eveneens twee songs op de CD staan en "I Just Want You", een lekkere poprocksong uit 1967 is daar de eerste van en werd door Skoop records uitgebracht als opvolger van "I'm Gonna Leave You", dat in 1966 via hetzelfde label werd uitgebracht, eveneens een prima popsong.
"Show Your Love" van The Tikis uit Syracuse werd in 1966 via Fujimo uitgebracht en is een prima garagepoprocksong.
In 1967 verscheen "It Just Don't Rhyme", een heerlijke garagerocksong van The Chosen Few uit Muncie via het Denim label, die in datzelfde jaar ook "Foolin' Around With Me", een mix van pop, garage en soul van deze band uitbrachten.
De band bracht nog 3 singles uit; 1 bij Talun en 2 bij RCA, waar ze ook een schitterende LP voor maakten.
Via het Orlyn label verscheen in 1966 de single "Tale Of A City", een aardige popsong, van The Wild Ones, uit Ft. Wayne, die helemaal niet zo wild klinken.
De volgende band, die je te horen krijgt heette The Esquires, die uit Evansville kwam en in 1967 "Run Babe", een heerlijke poprocksong, via het Showboat label zag verschijnen.
"Just Once In MY Life" van The Chevelles uit Muncie, die hun single voor Skoop maakten in 1967, vind ik een beetje slapjes, maar toch nog redelijk genoeg voor deze CD.
Één van de betere nummers van de CD vind ik "You're So Square" van The Pickwick Papers uit Ft. Wayne, die, van deze Elvis Presley cover, een schitterende psychedelische uitvoering maakten.
Van Sir Charles & The Days Of Olde zijn geen gegevens bekend, behalve dat ze hun single "Baby Come Back", een poprocksong, via het Skoop label uitbrachten.
Noony Rickett & The Noony Rickett Four, die hoorbare overeenkomsten heeft met hun Britse tijdgenoten, is de volgende band op de CD en zij maakten in 1965 de schitterende beatsong "Bye Bye Baby" voor het Dimension label en als je niet beter wist, zou je zweren dat ze uit Engeland kwamen.
Het Paro label bracht in 1966 de single "Second Choice", een fantastische psychedelische popsong, uit van The XL's uit Terre Haute, die gevolgd wordt door een prachtige uitvoering van een song, die door Frank Zappa geschreven werd, namelijk "You Didn't Try To Call Me", waarmee The Basooties uit Valparaiso, die hun single door Muffin uitgebracht zagen.
Uit Richmond kwamen The Good Timers, waarvan de single "My Imagination", een garagepoprocksong met surf invloeden, in 1967 door het New World label werd uitgebracht en deze wordt gevolgd door "A Nescessary Evil", een schitterende popsong van Dawn 5 uit Indianapolis, die dit meesterwerkje in 1965 bij het Bee-Gee label maakten.
Ook The Serfmen uit Ft. Wayne maakten een prima stukje muziek en hun single "Cry", een garagepoprocksong, werd door hun eigen Nemfres in 1964 uitgebracht.
In 1967 verscheen "I Can't Stop It Now", een aardige poprocksong, via het Ben label van The Surf Suns uit New Haven en The Rogues uit Indianapolis maakten in 1965, na het winnen van een bandjeswedstrijd, het nummer "I'm Not That Way At All", een goede poprocksong, dat via Sto-Va-Co label verscheen.
Phalanx bracht in 1966 de single "Get Off My Back", een rauwe heftige garagerocksong, uit van de uit Ft. Wayne afkomstige Blues Inc.
Lord & The Flies maakte in 1965 het nummer "You Made A Fool Of Me", een prima poprocksong, voor het USA label.
De highschoolband The Jades brachten in 1967 de single "Come Back", een lekkere garagerocksong via het Denim label uit.
The Poor Boys uit Kokomo maakten in 1966 "Think Of Livin'", een goede poprocksong, die in 1966 op het Flame label verscheen, terwijl The Country Blues dat zelfde jaar het nummer "All About Life", een aardige poprocksong, opnamen.
Het laatste nummer van de CD, "Come To Me", een schitterende garagerocksong, werd in 1967 via United Artists uitgebracht door The Black & Blues uit Anderson, die verscheidene singles bij United Artists opnamen, maar er slechts 2 uitgebracht zagen.
Ik schreef het al eerder, Psychedelic States is een geweldige serie CD's, die je als liefhebber van 60's muziek, niet mag missen.
zaterdag 17 december 2011
Review: The Unfolding - How To Blow Your Mind And Have A Freak Party
Gear Fab 2006-(GF-221)
In 1967 verscheen de LP "How To Blow Your Mind And Have A Freak Party" van The Unfolding via het Audio Fidelity Label uit New York City.
De band bestond toen uit: David Dalton - zang, Andrea Ross - zang, Ken - sologitaar, basgitaar en zang, Peter - sologitaar, slaggitaar en zang, Gary - drums en zang, Victoria Sackville - sopraan en Steven Kapovitch - aankondiger.
Alle nummers van de LP werden door David Dalton geschreven en op de achterkant van de hoes wordt er uitgelegd hoe je een Freak-Out Party kunt organiseren.
Voor de rest zijn er geen gegevens over deze band bekend, maar naar alle waarschijnlijkheid kwam de band uit New York City.
De CD, die te verdelen is in twee verschillende muzieksoorten, bevat 9 nummers, waarvan er 5 onder de noemer Acid Rock te rekenen zijn en de andere 4 onder Meditations.
Het openingsnummer dat "I've Got A Zebra - She Can Fly" heet, begint meteen al goed en de zeer psychedelische klanken verrassen me aangenaam.
De volgende song "Play Your Game" is weliswaar iets minder psychedelisch, maar is toch van hetzelfde kaliber.
Vervolgens hoor je "Girl From Nowhere" en net als in voorgaande songs is de close harmony zang van de band geweldig en in perfecte harmonie met de psychedelische pop, die de band hier laat horen.
"Flora's Holiday" is een korte psychedelische folky song, waarbij met minimale middelen een fantastisch resultaat wordt bereikt.
Dan volgt het laatste nummer van de A-kant van de LP, getiteld "Love's Supreme Deal" en ook hierin schittert de band met hun psychedelische sound.
De B-kant wordt geopend met "Prana", dat een stuk mystieker is en waarin je een psychedelische beschrijving krijgt over de 7 chakra's en de levensadem, oftewel prana.
Dit krijgt een vervolg in "Electric Buddha", waar de psychedelische klanken in blijven doorgaan, maar de nadruk ligt hierin toch op de uitleg over het leven.
Geïnspireerd door George Harrison en natuurlijk de oosterse geloofsinvloeden wordt het volgende nummer "Hare Krishna" gespeeld en in gedachten zie ik de Hare Krishna's weer voor me met hun bellen, trommels en ééntonige gezangen.
Als laatste nummer van de B-kant en van de CD hoor je "Parable", dat over geestelijke groei gaat.
De CD van The Unfolding is een ware beleving, zowel de psychedelisch muziek van het eerste deel als de spirituele nummers van het tweede gedeelte zijn fantastisch, al moet je voor het laatste deel wel de juiste sfeer hebben en in een goede stemming zijn om deze trip in je hoofd te beleven.
In 1967 verscheen de LP "How To Blow Your Mind And Have A Freak Party" van The Unfolding via het Audio Fidelity Label uit New York City.
De band bestond toen uit: David Dalton - zang, Andrea Ross - zang, Ken - sologitaar, basgitaar en zang, Peter - sologitaar, slaggitaar en zang, Gary - drums en zang, Victoria Sackville - sopraan en Steven Kapovitch - aankondiger.
Alle nummers van de LP werden door David Dalton geschreven en op de achterkant van de hoes wordt er uitgelegd hoe je een Freak-Out Party kunt organiseren.
Voor de rest zijn er geen gegevens over deze band bekend, maar naar alle waarschijnlijkheid kwam de band uit New York City.
De CD, die te verdelen is in twee verschillende muzieksoorten, bevat 9 nummers, waarvan er 5 onder de noemer Acid Rock te rekenen zijn en de andere 4 onder Meditations.
Het openingsnummer dat "I've Got A Zebra - She Can Fly" heet, begint meteen al goed en de zeer psychedelische klanken verrassen me aangenaam.
De volgende song "Play Your Game" is weliswaar iets minder psychedelisch, maar is toch van hetzelfde kaliber.
Vervolgens hoor je "Girl From Nowhere" en net als in voorgaande songs is de close harmony zang van de band geweldig en in perfecte harmonie met de psychedelische pop, die de band hier laat horen.
"Flora's Holiday" is een korte psychedelische folky song, waarbij met minimale middelen een fantastisch resultaat wordt bereikt.
Dan volgt het laatste nummer van de A-kant van de LP, getiteld "Love's Supreme Deal" en ook hierin schittert de band met hun psychedelische sound.
De B-kant wordt geopend met "Prana", dat een stuk mystieker is en waarin je een psychedelische beschrijving krijgt over de 7 chakra's en de levensadem, oftewel prana.
Dit krijgt een vervolg in "Electric Buddha", waar de psychedelische klanken in blijven doorgaan, maar de nadruk ligt hierin toch op de uitleg over het leven.
Geïnspireerd door George Harrison en natuurlijk de oosterse geloofsinvloeden wordt het volgende nummer "Hare Krishna" gespeeld en in gedachten zie ik de Hare Krishna's weer voor me met hun bellen, trommels en ééntonige gezangen.
Als laatste nummer van de B-kant en van de CD hoor je "Parable", dat over geestelijke groei gaat.
De CD van The Unfolding is een ware beleving, zowel de psychedelisch muziek van het eerste deel als de spirituele nummers van het tweede gedeelte zijn fantastisch, al moet je voor het laatste deel wel de juiste sfeer hebben en in een goede stemming zijn om deze trip in je hoofd te beleven.
vrijdag 9 december 2011
Review: Psychedelic States - Arkansas In The 60s Vol.1
Gear Fab 2006-(GF-222)
De serie Psychedelic States wordt regelmatig uitgebreid en Arkansas In The 60s Vol.1 is er weer één uit die schitterende reeks.
De CD bevat 28 nummers van 20 bands en enkele bands staan er dus met meerdere songs op, waarvan The Light Brigade, waar de CD mee begint, de eerste is.
The Light Brigade, die tussen 1966 en 1972 bestond, kwam uit Little Rock en de band maakte hun eerste single "Baby You Don't Care" / "Won't You Tell Me" in 1967 voor Earl Fox's My label.
De band bestond in eerste instantie uit 5 man, maar ten tijde van de single waren er dat nog maar 4, te weten de 3 broers Cole; Lonnie - basgitaar en zang, Dean - slaggitaar en zang en Ronnie - drums en zang, aangevuld met hun vriend en buurtgenoot James Williams - sologitaar.
"Baby You Don't Care" is een snelle garagerocksong, die lekker in het gehoor klinkt en daardoor eigenlijk vrij commerciel is en de andere song , die van de band op de CD staat heet "Lonnie's Song", een prima up-tempo popsong.
Ook The Romans, die tijdens optredens in Romeinse toga's gekleed gingen en eveneens uit Little Rock, hebben meerdere songs op de CD staan.
Beide kanten van de single "You Do Something To Me" / "I'll Find A Way", uit 1966, staan er op plus "He Don't Love You", één van de kanten van hun volgende single, die door het My label werden uitgebracht.
"You Do Something To Me" is een schitterende garagerocksong, die door het gebruik van orgel licht psychedelisch klinkt en de B-kant, die een stuk rustiger klinkt, een heerlijke popsong is, die in Engeland gemaakt had kunnen zijn, terwijl "He Don't Love You", ook uit 1966, meer de funky soul kant op gaat.
Een andere band uit Little Rock was The Fone Book, die in 1968 de schitterende psychedelische popsong "Plight Of The Yearner" via het My label uitbrachten.
Uit Hope kwamen The Wig/Wags, waarvan in 1966 de single "I'm On My Way Down The Road", een geweldige garagerocksong, met als B-kant "The Goofy Google" via het Sama label uit kwam en de single verscheen in 1968 nogmaals via het Viva label uit Los Angeles in dezelfde uitvoering alleen toen onder de bandnaam The Loving Years, terwijl ook de naam van de schrijver van de song veranderd was en het nummer heette toen simpelweg "Down The Road".
Dan volgt er weer een band, die 2 nummers op de CD heeft staan, genaamd The Chaps, die uit Pine Bluff kwamen en de eerste van de twee heet "Tell Me", een heerlijke popsong in Engelse stijl, dat in maart 1966 via Paula Records werd uitgebracht en ook "Remember To Forget Her", uit november van dat zelfde jaar, dat ook via Paula Records verscheen, klinkt alsof er een Britse band staat te spelen en is een prima sixties popsong.
Nog een band met 2 songs op de CD is The Rubber Band, uit Russelville en hun single, die in 1968 via Richlin' uitgebracht werd, staat er in zijn geheel op.
De A-kant "Forever Friday" is een vrolijke up-tempo popsong en de B-kant klinkt eveneens heerlijk poppy.
The Dutch Masters is weer een band uit Little Rock en hun song "The Expectation" is een fantastisch psychedelisch stukje muziek, dat in 1967 via het My Label verscheen.
"Sadie's Way" uit 1965 van The Esquires, die uit Jonesboro kwamen, is een lekkere garagerocksong, via Alley uitgebracht en "Steppin' On Up" is een soulsong, die The Egyptioans uit Hot Springs in 1967 via My uitbrachten, maar hun eerdere single, "Suzanne", uit 1966, is pure pop en verscheen eveneens via My.
The Culls uit Little Rock brachten in 1967 een niet overdienstelijke cover "Midnight To Six Man" van The Pretty Things uit via het My label, dat in dat zelfde jaar ook de single "But You're Gone" uitbracht van The Spires Of Oxford uit Little Rock, een goede popsong.
The Magic Sounds kwamen uit Hampton en zij brachten hun single "Love Can Be So Fine", een psychedelische popsong in 1966 via hun eigen Magic Sounds label uit.
Uit Paragould kwamen The Bar Boys, die in 1968 de single "Hit The Road Jack", dat iedereen natuurlijk in de uitvoering van Ray Charles kent, via het Lyar label uitbracht en er redelijk in slaagden die versie te benaderen.
De meeste bands kwamen uit Little Rock en het is dan ook niet vreemd, dat ook The Reknown daar vandaan kwam en deze band bracht in 1966 de single "Summertime" / "It Ain't Alright With Me", dat een vrij goede popsong is, via het E&M label uit, maar hun volgende single "You And Me" / "Leave", een up-tempo soulsong
verscheen in 1967 via het General American Records label.
De laatste Little Rock band waarvan 2 nummers op de CD staan, heette The Mercenaries en hun single "Take It All", een rustige popsong met als B-kant het iets snellere "Things Found Here", dat trouwens een lekkere popsong is en deze single werd natuurlijk op het My label uitgebracht.
Ook Paul Allen kwam uit Little Rock en zijn fantastische song "Cash For Your Trash" verscheen in 1965 via E&M met "From Vietnam With Love" als B-kant.
De oudste song van de CD komt op naam van Rick Durham & The Dynamics uit Oost Arkansas en heet "I Got My Eyes On You", dat in 1964 uitgebracht werd door het Razorback label en door Rockabilly legende Sonny Burges geschreven was.
"In Vain", een schitterende garagerocksong uit 1965, dat door The Vipers, uit Mountain Home, zelf opgenomen werd, klinkt helaas kwalitatief slecht, maar is gelukkig niet verloren gegaan, zodat we er toch nog van kunnen genieten.
Net als Engeland had ook Amerika een band, die zich The Shadows noemden en deze uit Conway afkomstige band nam in 1965 hun single "It Breaks My Heart", een garagepoprocksong in Bill Black's studio te Memphis, Tennessee op en deze werd via E&M uitgebracht.
Het laatste nummer komt uit 1970 en werd door het Paula label op de markt gebracht en deze song "Apple Cider", is een waanzinnig goede progrocksong van de uit Magnolia afkomstige band Five By Five, die nog 7 andere singles, plus 1 lp door het Paula uitgebracht zag worden.
Psychedelic States - Arkansas In The 60s Vol.1 is weer zo'n schitterende release van het Gear Fab label en is een aanrader voor elke liefhebber van zestiger jaren muziek.
De serie Psychedelic States wordt regelmatig uitgebreid en Arkansas In The 60s Vol.1 is er weer één uit die schitterende reeks.
De CD bevat 28 nummers van 20 bands en enkele bands staan er dus met meerdere songs op, waarvan The Light Brigade, waar de CD mee begint, de eerste is.
The Light Brigade, die tussen 1966 en 1972 bestond, kwam uit Little Rock en de band maakte hun eerste single "Baby You Don't Care" / "Won't You Tell Me" in 1967 voor Earl Fox's My label.
De band bestond in eerste instantie uit 5 man, maar ten tijde van de single waren er dat nog maar 4, te weten de 3 broers Cole; Lonnie - basgitaar en zang, Dean - slaggitaar en zang en Ronnie - drums en zang, aangevuld met hun vriend en buurtgenoot James Williams - sologitaar.
"Baby You Don't Care" is een snelle garagerocksong, die lekker in het gehoor klinkt en daardoor eigenlijk vrij commerciel is en de andere song , die van de band op de CD staat heet "Lonnie's Song", een prima up-tempo popsong.
Ook The Romans, die tijdens optredens in Romeinse toga's gekleed gingen en eveneens uit Little Rock, hebben meerdere songs op de CD staan.
Beide kanten van de single "You Do Something To Me" / "I'll Find A Way", uit 1966, staan er op plus "He Don't Love You", één van de kanten van hun volgende single, die door het My label werden uitgebracht.
"You Do Something To Me" is een schitterende garagerocksong, die door het gebruik van orgel licht psychedelisch klinkt en de B-kant, die een stuk rustiger klinkt, een heerlijke popsong is, die in Engeland gemaakt had kunnen zijn, terwijl "He Don't Love You", ook uit 1966, meer de funky soul kant op gaat.
Een andere band uit Little Rock was The Fone Book, die in 1968 de schitterende psychedelische popsong "Plight Of The Yearner" via het My label uitbrachten.
Uit Hope kwamen The Wig/Wags, waarvan in 1966 de single "I'm On My Way Down The Road", een geweldige garagerocksong, met als B-kant "The Goofy Google" via het Sama label uit kwam en de single verscheen in 1968 nogmaals via het Viva label uit Los Angeles in dezelfde uitvoering alleen toen onder de bandnaam The Loving Years, terwijl ook de naam van de schrijver van de song veranderd was en het nummer heette toen simpelweg "Down The Road".
Dan volgt er weer een band, die 2 nummers op de CD heeft staan, genaamd The Chaps, die uit Pine Bluff kwamen en de eerste van de twee heet "Tell Me", een heerlijke popsong in Engelse stijl, dat in maart 1966 via Paula Records werd uitgebracht en ook "Remember To Forget Her", uit november van dat zelfde jaar, dat ook via Paula Records verscheen, klinkt alsof er een Britse band staat te spelen en is een prima sixties popsong.
Nog een band met 2 songs op de CD is The Rubber Band, uit Russelville en hun single, die in 1968 via Richlin' uitgebracht werd, staat er in zijn geheel op.
De A-kant "Forever Friday" is een vrolijke up-tempo popsong en de B-kant klinkt eveneens heerlijk poppy.
The Dutch Masters is weer een band uit Little Rock en hun song "The Expectation" is een fantastisch psychedelisch stukje muziek, dat in 1967 via het My Label verscheen.
"Sadie's Way" uit 1965 van The Esquires, die uit Jonesboro kwamen, is een lekkere garagerocksong, via Alley uitgebracht en "Steppin' On Up" is een soulsong, die The Egyptioans uit Hot Springs in 1967 via My uitbrachten, maar hun eerdere single, "Suzanne", uit 1966, is pure pop en verscheen eveneens via My.
The Culls uit Little Rock brachten in 1967 een niet overdienstelijke cover "Midnight To Six Man" van The Pretty Things uit via het My label, dat in dat zelfde jaar ook de single "But You're Gone" uitbracht van The Spires Of Oxford uit Little Rock, een goede popsong.
The Magic Sounds kwamen uit Hampton en zij brachten hun single "Love Can Be So Fine", een psychedelische popsong in 1966 via hun eigen Magic Sounds label uit.
Uit Paragould kwamen The Bar Boys, die in 1968 de single "Hit The Road Jack", dat iedereen natuurlijk in de uitvoering van Ray Charles kent, via het Lyar label uitbracht en er redelijk in slaagden die versie te benaderen.
De meeste bands kwamen uit Little Rock en het is dan ook niet vreemd, dat ook The Reknown daar vandaan kwam en deze band bracht in 1966 de single "Summertime" / "It Ain't Alright With Me", dat een vrij goede popsong is, via het E&M label uit, maar hun volgende single "You And Me" / "Leave", een up-tempo soulsong
verscheen in 1967 via het General American Records label.
De laatste Little Rock band waarvan 2 nummers op de CD staan, heette The Mercenaries en hun single "Take It All", een rustige popsong met als B-kant het iets snellere "Things Found Here", dat trouwens een lekkere popsong is en deze single werd natuurlijk op het My label uitgebracht.
Ook Paul Allen kwam uit Little Rock en zijn fantastische song "Cash For Your Trash" verscheen in 1965 via E&M met "From Vietnam With Love" als B-kant.
De oudste song van de CD komt op naam van Rick Durham & The Dynamics uit Oost Arkansas en heet "I Got My Eyes On You", dat in 1964 uitgebracht werd door het Razorback label en door Rockabilly legende Sonny Burges geschreven was.
"In Vain", een schitterende garagerocksong uit 1965, dat door The Vipers, uit Mountain Home, zelf opgenomen werd, klinkt helaas kwalitatief slecht, maar is gelukkig niet verloren gegaan, zodat we er toch nog van kunnen genieten.
Net als Engeland had ook Amerika een band, die zich The Shadows noemden en deze uit Conway afkomstige band nam in 1965 hun single "It Breaks My Heart", een garagepoprocksong in Bill Black's studio te Memphis, Tennessee op en deze werd via E&M uitgebracht.
Het laatste nummer komt uit 1970 en werd door het Paula label op de markt gebracht en deze song "Apple Cider", is een waanzinnig goede progrocksong van de uit Magnolia afkomstige band Five By Five, die nog 7 andere singles, plus 1 lp door het Paula uitgebracht zag worden.
Psychedelic States - Arkansas In The 60s Vol.1 is weer zo'n schitterende release van het Gear Fab label en is een aanrader voor elke liefhebber van zestiger jaren muziek.
zaterdag 3 december 2011
Review: Turnquist Remedy - Iowa By The Sea
Gear Fab 2006-(GF-223)
De band Turnquist Remedy, die uit Los Angeles, California kwam, bestond tussen 1968 en 1971 en bracht in 1970 de LP "Iowa By The Sea" uit via het Pentagram label, die de band in Hollywood opnam.
Turnquist Remedy bestond uit: Michael Woods - gitaar en zang, Murphy Scarnecchia - sologitaar en zang, Scott Harder - basgitaar en zang en John Maggi - drums en percussie.
Verder spelen de muzikanten Larry Vilaubi - drums (op 1 song), Larry Knechtel - piano en orgel en George Semper - piano en orgel mee op de LP.
Michael Woods zal eind jaren 70, begin jaren 80 in de band America spelen en Larry knechtel wordt een redelijk bekende sessie muzikant, die meespeelt op platen van o.a. Simon & Garfunkel (piano in Bridge Over Troubled Water), The Beach Boys (Pet Sounds en Smile), Bread en The Byrds (Mr. Tambourine Man).
De LP van Turnquist Remedy bevat 8 songs, waarvan 7 eigen nummers, die allemaal door Michael Woods werden geschreven.
Het openingsnummer heet "Just A Number", dat een vrolijke up-tempo popsong is, die gevolgd wordt door "Last Cigarette", een rustige countrysong.
Daarna hoor je "Anytime Soon", eveneens een rustige song, waarna er gelukkig weer wat meer tempo in de muziek komt met het swingende "Flyin' Dudley Waltz", een heerlijke popsong.
"We Don't Even Know" is een prima countrypopsong met tempowisselingen en dan volgt wat mij betreft het beste nummer van de CD, dat 7 minuten duurt, getiteld "All Gone Blues Act" en hierin speelt de band vrij psychedelische pop.
In "Cowboy Song" hoor je de band lekkere progressieve pop spelen en het laatste nummer van de CD is de cover "Reno Nevada", die door Richard Farina geschreven werd.
Deze mix van countrypop en progrock klinkt uitstekend en de band maakt hiermee één van de betere uitvoeringen van deze song.
"Iowa By The Sea" is een goede CD, waarbij de uitschieters volgens mij "Reno Nevada" en "All Gone Blues Act" zijn.
De band Turnquist Remedy, die uit Los Angeles, California kwam, bestond tussen 1968 en 1971 en bracht in 1970 de LP "Iowa By The Sea" uit via het Pentagram label, die de band in Hollywood opnam.
Turnquist Remedy bestond uit: Michael Woods - gitaar en zang, Murphy Scarnecchia - sologitaar en zang, Scott Harder - basgitaar en zang en John Maggi - drums en percussie.
Verder spelen de muzikanten Larry Vilaubi - drums (op 1 song), Larry Knechtel - piano en orgel en George Semper - piano en orgel mee op de LP.
Michael Woods zal eind jaren 70, begin jaren 80 in de band America spelen en Larry knechtel wordt een redelijk bekende sessie muzikant, die meespeelt op platen van o.a. Simon & Garfunkel (piano in Bridge Over Troubled Water), The Beach Boys (Pet Sounds en Smile), Bread en The Byrds (Mr. Tambourine Man).
De LP van Turnquist Remedy bevat 8 songs, waarvan 7 eigen nummers, die allemaal door Michael Woods werden geschreven.
Het openingsnummer heet "Just A Number", dat een vrolijke up-tempo popsong is, die gevolgd wordt door "Last Cigarette", een rustige countrysong.
Daarna hoor je "Anytime Soon", eveneens een rustige song, waarna er gelukkig weer wat meer tempo in de muziek komt met het swingende "Flyin' Dudley Waltz", een heerlijke popsong.
"We Don't Even Know" is een prima countrypopsong met tempowisselingen en dan volgt wat mij betreft het beste nummer van de CD, dat 7 minuten duurt, getiteld "All Gone Blues Act" en hierin speelt de band vrij psychedelische pop.
In "Cowboy Song" hoor je de band lekkere progressieve pop spelen en het laatste nummer van de CD is de cover "Reno Nevada", die door Richard Farina geschreven werd.
Deze mix van countrypop en progrock klinkt uitstekend en de band maakt hiermee één van de betere uitvoeringen van deze song.
"Iowa By The Sea" is een goede CD, waarbij de uitschieters volgens mij "Reno Nevada" en "All Gone Blues Act" zijn.
donderdag 24 november 2011
Review: The Oxfords - Flying Through The Sky One and Two
Gear Fab 2001-(GF168) + Gear Fab 2007-(GF-226)
Het verhaal van The Oxfords uit Louisville, Kentucky, begon op high school in 1964, toen Jay Petach net als de meeste jongeren uit die tijd, in de ban van de muziek van The Beatles was geraakt.
Jay speelde al een jaar gitaar en had al in enkele bandjes gespeeld, maar die bleven nooit lang bestaan, totdat hij eindelijk een band bijeen had, waarmee hij optredens ging doen.
Ze noemden zich The Spectres en Jay speelde daarin sologitaar, Bill Tullis - zang, Bill Turner - basgitaar, Glen Howerton - drums en Danny Marshall - slaggitaar.
Toen in 1965 een andere band uit Louisville, genaamd The Oxfords, interne problemen had, wisselden de bands van drummer en de band van Jay kreeg Jim Guest als drummer en ging zich The Oxfords noemen, terwijl Glen Howerton verhuisde naar de oude Oxfords, die zich vanaf toen The Rugbys noemden (zie review The Rugbys).
Toen The Oxfords in 1966 voor de eerste keer een opname studio in gingen, was basgitarist Bill Turner vervangen door Ray Barrickman en slaggitarist Danny Marshall door Ronnie Brooks.
Hun allereerste opname was de Burt Bacharach song "(There's) Always Something There To Remind Me" die via het Bell records label werd uitgebracht en dat door Ray Barrickman gezongen werd.
Ray verliet de band in het najaar van 1966 om een studie buiten de stad te gaan doen, waardoor Ronnie over schakelde op basgitaar en Bill Tullis slaggitaar ging spelen.
Ook hun volgende single "Sun Flower Sun" / "Chicago Woman", uit 1967, werd door Bell records uitgebracht en het bracht het tot uitzending in Dick Clark's American Bandstand "Rate the record", maar de band haalde daar slechts 65 punten mee, wat betekende dat de single gedoemd was een flop te worden.
Later dat jaar verliet Ronnie de groep en zijn vervanger heette Gary Johnson, maar enkele maanden later stapte hij weer op om basgitaar te gaan spelen in de pas opgerichte band Elysian Field.
Ondertussen bestond er in Louisville een meiden band, genaamd The Hearby, waarvan Jill DeMarco de zangeres was, die geholpen door Jim Guest en Jay Petach, hun enige single hadden gemaakt en toen in 1968 er weer wisselingen in de band plaatsvonden, vroeg Jay haar om bij The Oxfords te komen zingen.
Drummer Jim Guest werd vervangen door Donnie Hale en Dill Asher werd de nieuwe basgitarist en in deze formatie werden de meeste songs voor hun LP opgenomen, waarvan het orchestrale gedeelte door Keith Spring gedaan werd, die een vriend van Donnie Hale was.
Dat jaar speelde de band regelmatig in Fort Knox gedurende de Vitnam oorlog en stond als voorprogramma op het podium van Frank Zappa & The Mother's Of Invention in de Louisville Rock Club en van The Grateful Dead in Bellamine College.
In 1969 deed zich nogmaals een bandwisseling voor en deze keer waren het Dill Asher, waarvoor basgitarist Larry Holt in de plaats kwam en drummer Donnie Hale, die door Paul Hoerni vervangen werd, Wiens broer Mike in The Rugbys basgitaar speelde.
Deze groep nam de rest van de songs voor de LP op plus de laatste single "Come On Back To Beer", die de eerste plaats haalde bij Rock Radio te Louisville en door Paula Records werd uitgebracht.
De LP was in 1970 eindelijk klaar en de band had de keus tussen twee labels om het uit te brengen, maar omdat beide labels komplete controle wilden, besloot de band de release en de promotie zelf te doen en werd hun LP "Flying Through The Sky", met daarop 9 songs, via het Union Jack label uitgebracht.
The Oxfords zouden tot 1972 blijven bestaan en nogmaals bandwisselingen ondergaan, voordat dat jaar het doek voor de band definitief zou vallen.
Wat er over is gebleven zijn 2 CD's met daarop totaal 36 songs, die in verschillende samenstellingen zijn opgenomen.
CD 1 opent met de songs van hun LP, waarin de zang in 8 van de 9 songs verzorgt wordt door Jill DeMarco en "My World", een schitterende popsong met een vrolijk aanstekelijk ritme, uit 1968, is daar de eerste van.
Ook "Lighter Than Air" heeft een opgewekt ritme en is een lekker in het gehoor klinkende popsong, die gevolgd wordt door het schitterende rustige psychedelische "Sung At Harvest Time", waarin de band op zijn best is.
Echt spannend wordt het in "Two Poems By E.E. Cummings", waarin je eerst oosterse klanken met een gesproken intro hoort, waarna de band uitpakt met een prima stukje psychedelische muziek gecombineerd met lichtelijke jazzy invloeden en de song afsluit met een gesproken outro.
De titelsong "Flying Up Through The Time" is weer zo'n schitterende popsong met vrolijk ritme en prachtige orchestrale begeleiding, net als de meeste andere songs van de CD, die in 1968 opgenomen zijn.
In "Come On 'Round", dat wel iets steviger klinkt, maar toch die vrolijkheid vast blijft houden, zitten zelfs wat rock en blues invloeden plus een geweldig stukje drumwerk en dit plus het volgende nummer "Young Girl's Lament", waarin de band ook meer rock heeft verwerkt, werden in 1969 opgenomen.
"Trix Rabbit" is een heerlijke popsong, waar de vrolijkheid van af straalt en de laatste song van de LP stamt uit 1966 en is de A-kant van hun eerste single "(There's) Always Something There To Remind Me", een prima uitvoering van dit nummer.
De B-kant staat niet op de LP, maar natuurlijk wel op de CD en het is dan ook de volgende song, die je te horen krijgt en ik prefereer deze kant, die een stuk progressiever klinkt.
Lichtelijk psychedelische pop hoor je in "Sun Flower Sun" en in "Chicago Woman" hoor je de invloed van The Beatles.
Dan volgt de laatst uitgebrachte single van de band "Come On Back To Beer", een bluesrocksong, die het folky "Your Own Way" als B-kant had.
Daarna hoor je "In The City" uit 1970, een lekkere progressieve popsong in de stijl van Jefferson Airplane.
De rest van de nummers komt uit 1972 en "Flute Thing", een progressief rock nummer, waarin de dwarsfluit centraal staat is daar de eerste van.
In "Cuttin' You Loose" hoor je de band countryrock spelen en evenzo in "Sweet Lover Man", maar in "Those Winds" gaat de band richting jazz en in het fantastische 6 minuten durende "Tornado Baby" krijgt dat een vervolg, alleen speelt de band hierin pure progressieve jazzrock, waarin de dwarsfluit optimaal wordt benut.
Op CD 2 staan alleen maar nummers, die niet uitgebracht zijn en tussen 1967 en 1971 opgenomen werden.
"The Harm I Do", een prachtige song, dat oorspronkelijk een song was van Jill DeMarco's band The Hearby, wordt hier ondersteund door het orkest van Keith Spring en stamt uit 1968 en was waarschijnlijk een song voor de LP, want het heeft dezelfde sfeer als de songs van de LP.
Vervolgens hoor je "Reno, Nevada", een nummer geschreven door Richard Farina, die het samen met zijn vrouw Mimi Baez, de jongere zus van Joan, uitbracht via Vanguard.
The Oxfords maakten de song een stukje sneller en pasten het aan aan de stem van Jill en maakten er een heerlijk swingend nummer van.
In "Lightning Sally" gaat de band vrolijk de richting van de country op en "Dance" is een swingende popsong, die aanzet tot dansen, hoe kan het ook anders met zo'n titel.
Dan volgt er een ballad, getiteld "I Can't Remember Your Name", waarna je een song over de oorlog in Vietnam hoort, genaamd "Goin'Home".
Daarna hoor je eerst de intro van "Year Of Jubilo", meteen gevolgd door de schitterende progpoprocksong, die je vrolijk maakt en daardoor is de overgang naar het volgende nummer "Sit Down", een prima country song weliswaar, te groot.
"Sunshine Can Still Feel Warm" is een nummer uit de beginperiode , toen Jill nog maar pas bij de band zat en daarin is te horen dat de positiviteit en vrolijkheid er vanaf straalt.
Vervolgens "Make Me One Of Your People", dat uit die zelfde periode komt en ook die opgewektheid heeft net als "I Gave You My Name".
Een nummer uit de beginjaren 70 is "When You Decide (To Say Goodbye)", waarin de stijl en bezetting van de band al totaal anders is, dus ook de muziek, hoewel deze prima popsong niet onder doet voor de rest van de nummers.
De cover van het Del Shannon nummer "Runaway" had de band wat mij betreft beter achterwege gelaten, want deze uitvoering vind ik niet te pruimen en een regelrechte verkrachting van de song.
Uit 1966 komt de Jesse Colin Young cover "Foolin' Around Waltz" en deze wordt niet onverdienstelijk door Jim Guest gezongen, waarna de CD wordt afgesloten met het rustige instrumentale "Underscore".
Ik vind beide CD's van The Oxfords geweldig en verplichte kost voor alle liefhebbers van jaren 60 muziek.
Het verhaal van The Oxfords uit Louisville, Kentucky, begon op high school in 1964, toen Jay Petach net als de meeste jongeren uit die tijd, in de ban van de muziek van The Beatles was geraakt.
Jay speelde al een jaar gitaar en had al in enkele bandjes gespeeld, maar die bleven nooit lang bestaan, totdat hij eindelijk een band bijeen had, waarmee hij optredens ging doen.
Ze noemden zich The Spectres en Jay speelde daarin sologitaar, Bill Tullis - zang, Bill Turner - basgitaar, Glen Howerton - drums en Danny Marshall - slaggitaar.
Toen in 1965 een andere band uit Louisville, genaamd The Oxfords, interne problemen had, wisselden de bands van drummer en de band van Jay kreeg Jim Guest als drummer en ging zich The Oxfords noemen, terwijl Glen Howerton verhuisde naar de oude Oxfords, die zich vanaf toen The Rugbys noemden (zie review The Rugbys).
Toen The Oxfords in 1966 voor de eerste keer een opname studio in gingen, was basgitarist Bill Turner vervangen door Ray Barrickman en slaggitarist Danny Marshall door Ronnie Brooks.
Hun allereerste opname was de Burt Bacharach song "(There's) Always Something There To Remind Me" die via het Bell records label werd uitgebracht en dat door Ray Barrickman gezongen werd.
Ray verliet de band in het najaar van 1966 om een studie buiten de stad te gaan doen, waardoor Ronnie over schakelde op basgitaar en Bill Tullis slaggitaar ging spelen.
Ook hun volgende single "Sun Flower Sun" / "Chicago Woman", uit 1967, werd door Bell records uitgebracht en het bracht het tot uitzending in Dick Clark's American Bandstand "Rate the record", maar de band haalde daar slechts 65 punten mee, wat betekende dat de single gedoemd was een flop te worden.
Later dat jaar verliet Ronnie de groep en zijn vervanger heette Gary Johnson, maar enkele maanden later stapte hij weer op om basgitaar te gaan spelen in de pas opgerichte band Elysian Field.
Ondertussen bestond er in Louisville een meiden band, genaamd The Hearby, waarvan Jill DeMarco de zangeres was, die geholpen door Jim Guest en Jay Petach, hun enige single hadden gemaakt en toen in 1968 er weer wisselingen in de band plaatsvonden, vroeg Jay haar om bij The Oxfords te komen zingen.
Drummer Jim Guest werd vervangen door Donnie Hale en Dill Asher werd de nieuwe basgitarist en in deze formatie werden de meeste songs voor hun LP opgenomen, waarvan het orchestrale gedeelte door Keith Spring gedaan werd, die een vriend van Donnie Hale was.
Dat jaar speelde de band regelmatig in Fort Knox gedurende de Vitnam oorlog en stond als voorprogramma op het podium van Frank Zappa & The Mother's Of Invention in de Louisville Rock Club en van The Grateful Dead in Bellamine College.
In 1969 deed zich nogmaals een bandwisseling voor en deze keer waren het Dill Asher, waarvoor basgitarist Larry Holt in de plaats kwam en drummer Donnie Hale, die door Paul Hoerni vervangen werd, Wiens broer Mike in The Rugbys basgitaar speelde.
Deze groep nam de rest van de songs voor de LP op plus de laatste single "Come On Back To Beer", die de eerste plaats haalde bij Rock Radio te Louisville en door Paula Records werd uitgebracht.
De LP was in 1970 eindelijk klaar en de band had de keus tussen twee labels om het uit te brengen, maar omdat beide labels komplete controle wilden, besloot de band de release en de promotie zelf te doen en werd hun LP "Flying Through The Sky", met daarop 9 songs, via het Union Jack label uitgebracht.
The Oxfords zouden tot 1972 blijven bestaan en nogmaals bandwisselingen ondergaan, voordat dat jaar het doek voor de band definitief zou vallen.
Wat er over is gebleven zijn 2 CD's met daarop totaal 36 songs, die in verschillende samenstellingen zijn opgenomen.
CD 1 opent met de songs van hun LP, waarin de zang in 8 van de 9 songs verzorgt wordt door Jill DeMarco en "My World", een schitterende popsong met een vrolijk aanstekelijk ritme, uit 1968, is daar de eerste van.
Ook "Lighter Than Air" heeft een opgewekt ritme en is een lekker in het gehoor klinkende popsong, die gevolgd wordt door het schitterende rustige psychedelische "Sung At Harvest Time", waarin de band op zijn best is.
Echt spannend wordt het in "Two Poems By E.E. Cummings", waarin je eerst oosterse klanken met een gesproken intro hoort, waarna de band uitpakt met een prima stukje psychedelische muziek gecombineerd met lichtelijke jazzy invloeden en de song afsluit met een gesproken outro.
De titelsong "Flying Up Through The Time" is weer zo'n schitterende popsong met vrolijk ritme en prachtige orchestrale begeleiding, net als de meeste andere songs van de CD, die in 1968 opgenomen zijn.
In "Come On 'Round", dat wel iets steviger klinkt, maar toch die vrolijkheid vast blijft houden, zitten zelfs wat rock en blues invloeden plus een geweldig stukje drumwerk en dit plus het volgende nummer "Young Girl's Lament", waarin de band ook meer rock heeft verwerkt, werden in 1969 opgenomen.
"Trix Rabbit" is een heerlijke popsong, waar de vrolijkheid van af straalt en de laatste song van de LP stamt uit 1966 en is de A-kant van hun eerste single "(There's) Always Something There To Remind Me", een prima uitvoering van dit nummer.
De B-kant staat niet op de LP, maar natuurlijk wel op de CD en het is dan ook de volgende song, die je te horen krijgt en ik prefereer deze kant, die een stuk progressiever klinkt.
Lichtelijk psychedelische pop hoor je in "Sun Flower Sun" en in "Chicago Woman" hoor je de invloed van The Beatles.
Dan volgt de laatst uitgebrachte single van de band "Come On Back To Beer", een bluesrocksong, die het folky "Your Own Way" als B-kant had.
Daarna hoor je "In The City" uit 1970, een lekkere progressieve popsong in de stijl van Jefferson Airplane.
De rest van de nummers komt uit 1972 en "Flute Thing", een progressief rock nummer, waarin de dwarsfluit centraal staat is daar de eerste van.
In "Cuttin' You Loose" hoor je de band countryrock spelen en evenzo in "Sweet Lover Man", maar in "Those Winds" gaat de band richting jazz en in het fantastische 6 minuten durende "Tornado Baby" krijgt dat een vervolg, alleen speelt de band hierin pure progressieve jazzrock, waarin de dwarsfluit optimaal wordt benut.
Op CD 2 staan alleen maar nummers, die niet uitgebracht zijn en tussen 1967 en 1971 opgenomen werden.
"The Harm I Do", een prachtige song, dat oorspronkelijk een song was van Jill DeMarco's band The Hearby, wordt hier ondersteund door het orkest van Keith Spring en stamt uit 1968 en was waarschijnlijk een song voor de LP, want het heeft dezelfde sfeer als de songs van de LP.
Vervolgens hoor je "Reno, Nevada", een nummer geschreven door Richard Farina, die het samen met zijn vrouw Mimi Baez, de jongere zus van Joan, uitbracht via Vanguard.
The Oxfords maakten de song een stukje sneller en pasten het aan aan de stem van Jill en maakten er een heerlijk swingend nummer van.
In "Lightning Sally" gaat de band vrolijk de richting van de country op en "Dance" is een swingende popsong, die aanzet tot dansen, hoe kan het ook anders met zo'n titel.
Dan volgt er een ballad, getiteld "I Can't Remember Your Name", waarna je een song over de oorlog in Vietnam hoort, genaamd "Goin'Home".
Daarna hoor je eerst de intro van "Year Of Jubilo", meteen gevolgd door de schitterende progpoprocksong, die je vrolijk maakt en daardoor is de overgang naar het volgende nummer "Sit Down", een prima country song weliswaar, te groot.
"Sunshine Can Still Feel Warm" is een nummer uit de beginperiode , toen Jill nog maar pas bij de band zat en daarin is te horen dat de positiviteit en vrolijkheid er vanaf straalt.
Vervolgens "Make Me One Of Your People", dat uit die zelfde periode komt en ook die opgewektheid heeft net als "I Gave You My Name".
Een nummer uit de beginjaren 70 is "When You Decide (To Say Goodbye)", waarin de stijl en bezetting van de band al totaal anders is, dus ook de muziek, hoewel deze prima popsong niet onder doet voor de rest van de nummers.
De cover van het Del Shannon nummer "Runaway" had de band wat mij betreft beter achterwege gelaten, want deze uitvoering vind ik niet te pruimen en een regelrechte verkrachting van de song.
Uit 1966 komt de Jesse Colin Young cover "Foolin' Around Waltz" en deze wordt niet onverdienstelijk door Jim Guest gezongen, waarna de CD wordt afgesloten met het rustige instrumentale "Underscore".
Ik vind beide CD's van The Oxfords geweldig en verplichte kost voor alle liefhebbers van jaren 60 muziek.
Abonneren op:
Posts (Atom)







