vrijdag 29 maart 2013

Review: High Treason - High Treason

Gear Fab 2001-(GF-165)

Rond 1967 werd op Temple Universaty te Philadelphia, de basis gelegd voor de band High Treason, toen jazz muzikant Edgar Koshatka - keyboards begon te jammen met een stel muzikanten, die alternatieve muziek speelden.
Halverwege 1968 ontmoette Edgar Marcie Rauer - zang en Saul Goodman - sologitaar, waar hij muzikale ideeën mee uitwisselde en mee samen begon te spelen.
Ook Joe Cleary - zang kwam bij de band, maar het lukte High Traeson maar niet om een vaste basgitarist en drummer aan te trekken, zodat bij de opnamen van hun gelijknamige LP verschillende drummers en basgitaristen mee spelen.
De leden die aan hun LP mee werkten, die in 1969 in de Record Plant studio te New York werd opgenomen en door het Abbott label werd uitgebracht, zijn behalve Marcie, Edgar, Saul en Joe: Bobby Blumenthal - percussie, Terry Morrissey - basgitaar, R.Margolis - basgitaar, Dennis Greller - drums en F.Masica - drums.
De LP bevat 6 nummers, waarvan 5 eigen composities en 1 cover en begint met "Leo", een song, die nog voor het begin van de band geschreven werd door Edgar, die overigens, alle nummers schreef.
"Leo" is een fantastische progressieve rock song met licht klassieke invloeden, maar ook zijn er invloeden in te horen van Jefferson Airplane en It's A Beautiful Day en deze song wordt gevolgd door "Maybe, Maybe" een swingende country rock song, waarin ook blues invloeden te ontdekken zijn.
Vervolgens hoor ik de band een schitterende swingende uitvoering vertolken van de Bob Dylan song "Subterranean Homesick Blues", die met blues en jazz invloeden gespeeld wordt en volgens mij, één van de beste uitvoeringen van dit nummer is.
Daarna volgen Circadian Rhythm", een geweldig nummer, dat een mix is van jazz en klassieke muziek, "The Witch", een progressieve rock song met invloeden van It's A Beautiful Day en uit de jazz en als laatste "Fallin' Back", het langste nummer van de LP, dat meer dan 12 minuten duurt.
In deze progressieve jazzrock song, die enkele uitstekende tempowisselingen bevat, zit een zeer swingend ritme en natuurlijk, zoals in die tijd gebruikelijk was, een drumsolo.
High Treason heeft met deze LP een geweldig goede plaat gemaakt, die in geen enkele collectie mag ontbreken.

vrijdag 22 maart 2013

Review: Lumbee - Overdose

Gear Fab 2001-(GF-166)

Lumbee uit Fayetteville, North Carolina, startte onder de naam Plant And See en maakte de single "Henrietta" voor het White Whale label (Turtles), die veel op de radio gedraaid werd, maar helaas voor de band bleef het daarbij en White Whale verlengde hun contract niet, zodat ze uit moesten kijken naar een ander platenlabel.
Voor een nieuw contract moest de bandnaam veranderd worden en omdat de leider van de band een Lumbee indiaan was, werd er voor de naam Lumbee gekozen.
Na de naamwisseling bestond de band uit: Willie French Lowery - sologitaar en zang, Forris Fulford - drums en zang, Carol Fitzgerald - zang, Rickey Vannoy - slaggitaar en Bobby Paul - basgitaar.
In deze formatie werden hun LP en hun single "Streets Of Gold" opgenomen, die een eerste plaats in verscheidene staten van Amerika bereikte.
Ze noemden hun album Overdose, die in 1970 via het Radnor label verscheen, omdat drie grote namen uit de muziek industrie door een overdosis overleden (Janis Joplin, Jimi Hendrix en Jim Morisson) en de band deelde het podium met onder andere The Allman Brothers, Iron Butterfly, Linda Ronstadt en The Brooklyn
Bridge.
De LP bevat 7 nummers, waarvan "Tone Deaf" de eerste is en dit is een swingende rock song, waarin diverse tempowisselingen zitten, die naadloos over loopt in de volgende song, "Veronica High", een vrij rustige pop song, waarin prima samenzang zit en ook hierin zijn enkele goede tempowisselingen te horen.
Vervolgens hoor ik "People Get Ready", waarmee de band laat horen een schitterende ballad te kunnen spelen, die naar het einde toe verandert in "You Gotta Be Stoned", het tweede deel van het nummer, dat een progressiever karakter heeft.
Daarna volgt "Tone Deaf Jam", dat met een drumsolo begint en over gaat in een fantastisch stukje instrumentale progressieve blues en dit nummer wordt gevolgd door het op single verschenen "Streets Of Gold", een swingende rock song met soul invloeden, die in een gemiddeld tempo gespeeld wordt.
Dan krijg ik "Whole World Is Down On Me" te horen, een fantastische progressieve rock song in de stijl van Big Brother and Holding Company, waarna de laatste song "The Whole World Is Sunny Upside Down" volgt en dit is een vrij rustige rock song, die iets van een gospel song in zich heeft door het handgeklap, waar
mee het ritme wordt bepaald.
De CD "Overdose" is een uitstekend product, dat ongetwijfeld iedere muziekliefhebber zal aanspreken en meer dan de moeite waard is te beluisteren.

vrijdag 15 maart 2013

Review: Psychedelic States - Florida In The 60s Vol.2

Gear Fab 2001-(GF- 167)

In de serie Psychedelic States is het deze keer de beurt aan Florida In The 60s, waarvan Volume 2 voor me ligt met daarop 27 nummers van even zoveel bands.
De CD begint met een band uit Tampa en St.Pete, genaamd The Tropics, die in 1965 hun single "Goodbye My Love" / "I Want More", een lekker klinkende swingende garagerock song via de labels Knight en Freeport uitbracht.
De volgende band, die ik te horen krijg is The Lost Generation uit Clearwater, die in 1967 de single "I'd Gladly Pay", een uitstekende garagerock song via het Paris Tower label uitbracht.
In 1965 verscheen op het Fuller label de single "Cruel World", een swingende pop song van The Epics uit Clearwater en Tarpon Springs en in 1967 kwam de single "Down", een fantastische garagerock song van The Rockin' Roadrunners uit Orlando uit met "Urban Meadows" als achterkant.
Ook in 1967 verscheen de single "Looking For Love" op het Tener label, een uitstekende garagerock song van Little Willie & The Adolescents uit Orlando, waarin een prima orgelspel zit.
Uit Tampa en St.Pete kwamen The Souldiers, die in 1966 via het Boss label de single "Would You Kiss Me", een prima pop song, uitbracht en in 1967 verscheen het waanzinnig goede "Count Back" een psychedelische garagerock song van The Purple Underground uit Winter Haven met "Soon" als B-kant.
Daarna hoor ik The Ravens uit Pinellas Country met "Reaching For The Sun" en dit is een psychedelisch stukje rock uit 1966, dat via het Boss label werd uitgebracht en "Things We Said Today" als andere kant had.
In 1967 verscheen "Flower Girl", een swingende pop song van Plant Life uit Orlando via het Date label en de band scoorde er lokaal een hit mee bij WLOF radio.
Van Me And the Other Guys uit Centraal Florida verscheen in 1967 via het Boss label de single "Everybody Knew But Me", een rustig pop nummer met vrij commerciele inslag, waarmee de band zich duidelijk op de hitparade richtte.
Slechts 50 exemplaren werden er geperst van "The Suzanne Love Mirage", een schitterende garagerock song van Cosmic Camel uit Gainsville, die in 1968 via het Tener label verscheen.
Uit Jacksonville kwam The Chain Reaction, die in 1967 de single "G.Y.S.(Get You Some Lovin')", een prima pop song uitbracht via een label zonder naam.
The Deep Six, eveneens uit Jacksonville, bracht in 1966 de single "One And One" /  "Last Time Around", een geweldige beat song met een hypnotiserend ritme, via het Soft label uit en The Esquires uit Bartow maakten in 1967 voor het CFP label de single "Heartdaches Stay", een heerlijke pop song, dat een
aanstekelijk ritme bevat.
In 1966 bracht de band The Mods uit Tampa, waarvan de leden 11 en 13 jaar jong waren, de single "Empty Heart", een lekkere beat song, bij het Knight label uit.
Het ABC label bracht in 1966 de single "Nobody But You", een psychedelische pop song, van Sounds Unlimited, uit Hialeah en Miami, uit en The Mind's Eye uit Jacksonville maakte voor het Arlingwood label het fantastische instrumentale "Mind's Eye Theme".
"Run And Hide", een swingende pop song van The Missing Links uit Quincy verscheen bij het Bamboo label in 1966 en in 1967 verscheen "Reach For The Sky", een prima pop song van The Barons uit Orlando via het Tener label.
The Birdwatchers kwamen uit West Palm Beach en hun single "It's To You I Belong" heette oorspronkelijk "Mary Mary", maar omdat The Monkees single met dezelfde titel, regelmatig airplay kreeg en er gesuggereerd werd dat deze over marijuana ging, veranderde de band de titel.
Het nummer, een vrij psychedelische song, verscheen via het Mala label in 1967.
Blues is er te horen in het nummer "KIng Bee" van The Soul Trippers uit Tampa, die dit nummer in 1966 via het Providence label uitbrachten en er 20.000 exemplaren van wisten te verkopen.
"That's Not True" van The Cellar Dwellers uit Miami werd live opgenomen voor een EP, die via het Art label verscheen in 1966 en dit rock nummer swingt als een trein en in dat zelfde jaar verscheen ook "Sometimes", een prima swingende rock song uit 1966 van The Emotions uit St.Petersburg, die op het Century
label werd uitgebracht.
The Shy Guys uit Sanford maakte de fantastische progressieve garagerock single "Black Lightning Light" in 1968 voor het Music Unlimited Productions label.
Licht psychedelische klanken komen van The Burgundy Blues uit Miami, die de single "I'll Get Back Again" in 1966 op het Argee label uitbrachten.
Op het Chelle label verscheen "My Mind's Made Up", een geweldige swingende pop song, die The Hustlers uit Miami in 1966 maakten met "If You Try" als B-kant.
De CD wordt afgesloten door Ron & The Starfires uit Tampa, die in 1965 "Why Did You Cry", een softe pop song op het Lee-C label zagen verschijnen.
Net als alle andere uitgaven van deze serie, staat deze CD weer vol met schitterende songs en verdiend hij dus om gekocht te worden.

vrijdag 8 maart 2013

Review: Bill Bissett & Th Mandan Massacre - Awake In Th Red Desert

Gear Fab 2001-(GF-169)

Poëet, schilder en voordracht kunstenaar Bill Bissett begon zijn carrière te Kitsilano, Vancouver, Canada, dat één van de hippie getto's gedurende de jaren 60 was.
Door zijn charismatische uitstraling en vrijgevigheid werd hij wijd en zijd bekend bij een leger van weglopers, die op zoek waren naar het lotusland paradijs gedurende en na de zomer van de liefde van 1967.
Omdat Bill's poëtische lezingen in happenings uit mondden, trok hij een groep muzikanten aan, die bekend zouden worden als Th Mandan Massacre, genoemd naar de kollektieve artiesten galerie "Th Mandan Ghetto".
Bill's sterke zang van chants ontaarde vaak in melodische uitstapjes en met een band achter zich werden dat sjamanistische voordrachten.
Door de combinatie van diverse media werd zijn werk geassocieerd met het Dadaïsme, dat zo'n 50 jaar eerder in het neutrale Zwitserland een vrijplaats had gezocht, toen de eerste wereldoorlog woedde.
De opnamen voor "Awake In Th Red Desert" werden in korte tijd gedaan, waarbij de bandleden zich eerst in een psychedelische staat brachten en zich vervolgens aan het muziek maken wijdden, nadat de apparatuur opgesteld was.
Th Mandan Massacre bestond uit: Gregg Simpson - percussie, Harley McConnell - percussie, Martina Clinton - percussie, Ken Paterson - percussie, Terry Beauchamp - sologitaar, Roger Tentry - fluit, Wayne Carr - buchla box (een voorloper van de synthesizer), Ross Barrett - fluit en Bill Bissett - zang.
Van de LP, die in oktober 1968 opgenomen werd en in december dat zelfde jaar werd uitgebracht via het See/Hera Productions label, verschenen er slechts 500 exemplaren, die in boekvorm werden gemaakt en daarop staan 17 korte nummers.
De eerste daarvan heet "Th Deacon Bros In Barbados" en dit is een 20 seconden durend stukje, dat gevolgd wordt door "O A B A", een sjamanistisch gezang.
Vervolgens hoor ik "An Ode To D A Levy", een gesproken voordracht, waarna ik "My Mouths On Fire" te horen krijg, een aardige song en deze wordt gevolgd door "2 Awake In Th Red Desert" een vrij heftige gezongen voordracht, waarin de muziek behoorlijk psychedelisch klinkt.
Daarna volgt "Arbutus Garden Apts. 6P.M.", dat eveneens flink psychedelisch klinkt.
Mogelijk nog psychedelischer klinkt het volgende stukje, dat "Heard Ya Tellin'" heet en gevolgd wordt door de voordracht "Fires In Th Tempul", waarin alleen zang en buchla te horen zijn.
Dan krijg ik "She, Still And Curling" voorgeschoteld, een soort voordracht, maar dan met muziek, die gevolgd wordt door het halve minuut durende "Is Yr Car 2 Soft For Th Road" een korte chant, waarna "Nd Th Green Wind" volgt, een experimenteel stukje.
De band gaat verder met "Y U Sing", waarbij de tekst van Bill begeleid wordt door gitaar, "Now According To Paragraph C", een psychedelische voordracht, "She's A Very Good Cook", een erg experimenteel werkje, "Meeting At Th Transmitts Centre", de eerste echte serieuze song, die psychedelisch is en fantastisch
klinkt en gevolgd wordt door "Ium Going 2 Sleep Now/City Of Tomorrow", eveneens een schitterend stukje muziek, waarin de band laat horen ook echt muziek te kunnen maken, in plaats van te experimenteren.
Ook het laatste nummer "Th Book Is Insyde Hr Hed" is een geweldige psychedelische song, waarin een dansbaar ritme zit en de band laat horen hun tijd ver vooruit te zijn.
Met de CD "Awake In Th Red Desert" laat Bill Bissett zich van 2 kanten horen, waarvan de laatste 3 nummers het meest toegankelijk zijn en het album net iets extra's meegeven, waardoor het de aanschaf meer dan de moeite waard maakt.

vrijdag 1 maart 2013

Review: The Soundsensations - Shout / The Ramrods - Complete Recordings

Gear Fab 2001-(GF-170)

The Ramrods werden in 1961 opgericht door de toen 13 jarige Tom Carter.
Samen met enkele ander muzikanten oefende hij net zo lang, tot ze genoeg nummers konden spelen om op te treden en zijn vader zorgde voor optredens en vervoer van de band.
De band bracht hun eerste single "Flying Saucer Twist" / "Twistin' Boogie", 2 zelf geschreven nummers, via het Northway label uit in 1961 en in de volgende 2 jaar werden nog 3 singles uitgebracht, maar deze keer via het eigen Carram label.
In die tijd wisselde de band ook regelmatig van samenstelling en hun populariteit groeide gestaag, zowel lokaal als regionaal.
De bezetting bestond in 1964 uit: Tom Carter - sologitaar, Bob Hey - basgitaar, Dave Clelland - drums, Patsy Stevens - zang en Johnny Boggs - toetsen.
Toen de band in 1965 slaagde voor high school, gingen ze aan het toeren en speelden in populaire jeugd nachtclubs en college bars in Michigan.
Dat zelfde jaar bracht de band hun enige single uit via het Fenton label, getiteld "I Remember" / "You Know I Love You", die het vrij goed deed en regelmatig gedraaid werd op de radio.
Begin 1966 verlieten John, Patsy, Dave en Bob The Ramrods en richtten een nieuwe band op, genaamd The Soundsensations, waarin Tom Cordle - basgitaar kwam spelen, zodat Bob Hey over stapte naar sologitaar, terwijl Tom Carter verder ging met The Ramrods, maar verder geen platen maakte.
The Soundsensations kregen een contract voor 7 maanden in The Colony Room te Kalamazoo, Michigan, toen Bob zijn oproep voor militaire dienst kreeg, die hij bij de marine deed, waarna de band op zoek moest naar een vervanger voor hem en die vond in de persoon van Dexter Bell, met wie de LP "Shout" opgenomen werd.
Maar de band was boven alles een feest band, die het liefst live speelde en met een kist bier, vriendinnen en bar personeel, die de achtergrond zang deden, ging de band de studio in om hun LP "Shout" op te nemen, waardoor ze een optimaal live effect creeerden.
De LP, waarop op 1 song na, alleen covers staan, die via het Phalanx Records label verscheen, werd in een oplage van 1000 stuks geperst en alle exemplaren werden verkocht bij hun optredens, maar verder nam de band geen nummers meer op en nadat Johnny en Tom Cordle een knallende ruzie kregen, ging de band uit elkaar.
De CD bevat 25 nummers, waarvan de eerste 10 van de LP "Shout" van The Soundsensations komen en de resterende nummers opnamen van The Ramrods zijn.
Het openingsnummer heet "Double Shot" en is een lekker in het gehoor klinkende swingende pop song, die gevolgd wordt door "Unchained Melody", waarmee de band een prima uitvoering van dit nummer speelt.
Vervolgens hoor ik "Johnny B.Goode", een nummer, dat door veel bands gecoverd is en ook deze versie mag er zijn en wordt gevolgd door het rustige "What Now My Love", waarin de stem van Patsy wel iets weg heeft van die van Cher en ook dit is een uitstekend uitgevoerde song.
Daarna volgt "When A Man Loves A Woman", waarin ik het donkere soul geluid mis, maar dat even goed prima klinkt en dat zelfde geldt eigenlijk ook voor de volgende song "Midnight Hour", hoewel de band aan dit nummer een eigen draai weet te geven.
Dan krijg ik een eigen nummer te horen, getiteld "Moody Love" en dit is een geweldig stukje muziek, waarin de band een fantastische mix van beat en blues speelt en hierin is de band op zijn best.
"I Can't Help Myself" is de volgende cover, die ik te horen krijg en ook deze uitvoering klinkt prima, maar ik vind de zang van Patsy toch het beste uit komen in nummers als "What Now My Love" en "Just You", dat ik nu hoor, waarin haar stemgeluid dat van Cher benadert.
Het laatste nummer van de LP "Shout" is de titelsong en ook dit is veel gecoverd nummer en deze uitvoering lijkt op die van The Who en van Lulu, op de drumsolo´s na, die de band hierin speelt, waardoor het nummer net iets extra´s krijgt.
Daarna krijg ik de nummers van The Ramrods te horen te beginnen met "Talk, Talk, Talk", een heerlijke swingende pop song met aanstekelijk ritme, dat samen met "It's Gotta Be Love", een lekkere dansbare pop song met uptempo, "These Are The Things That You Do To Me", dat swingt als een trein en de alternatieve
versie van "It's Gotta Be Love" tussen 1965 en 1966 in de Carram Studio's werd opgenomen en geschreven werden door Johnny Boggs.
De single "I Remember", een vrolijk klinkende song in de stijl van Sonny & Cher, die "You Know I Love You", een rustige beetje zeurderige song als B-kant had en beide door Johnny Boggs geschreven en in de Fenton Studios opgenomen en in 1965 door het Fenton label uitgebracht, is het volgende, dat ik te horen krijg.
Ook "Here They Come" werd in die studio's opgenomen tijdens dezelfde sessie en dit is een uitstekende dansbare pop song, die ik persoonlijk als B-kant gebruikt zou hebben en ook dit nummer werd door Boggs geschreven.
Daarna volgen er 3 singles, die via het Carram label uitgebracht zijn en de eerste daarvan komt uit 1963 en heet "Love's A Game", een lekker in het gehoor klinkende dansbare popsong, die "El Cumbanchero", een uitstekend instrumentaal nummer, als achterkant had.
Dan krijg ik de singles uit 1962 te horen, waarvan "Runaround Boy", een heerlijk swingende country pop song met "Cotton Candy", een vrij rustige song als B-kant, de eerste is en "Teen Love", een prima dansbare pop song en "Frankie And Johnny", een swingend instrumentaal nummer in de stijl van The Ventures, de
tweede.
De laatste 2 nummers komen van de Northway Sound single uit 1961 en heten "Flyin' Saucer Twist" een schitterend instrumentaal swingend nummer en "Twistin' Boogie", dat nog een stukje swingender is.
Ook deze CD uit het Gaer Fab repertoire is er weer één om van te genieten en kan ik iedereen aanraden eens te beluisteren.

vrijdag 22 februari 2013

Review: Sweet Marie - Stuck In Paradise

Gear Fab 2001-(GF-172)

In 1969 werd te Honolulu, Hawaii de band Sweet Marie opgericht, doordat tekstschrijver, muzikant en producer bij Capitol Records Prince Teddy, het idee kreeg een rock & roll trio te beginnen, waarin ook psychedelische rock gespeeld werd en ook harmonische klanken moest hebben.
Hij benaderde opname technicus, sologitarist Sonny Lathrop met dat idee en samen haalden ze drummer Willy Bims over met hen mee te doen.
Bims was drummer geweest op de meeste door Tommy Boyce en Bobby Hart geschreven hits inclusief de meeste opnames van The Monkees.
De band begon in Hollywood op te treden tijdens de late uren en al snel hadden ze een een contract als huis band  in de beroemde Studio City nachtclub "The Point After" te Waikiki, Hawaii op het eiland Oahu.
De band begon kort na aankomst in Hawaii met het opnemen van hun debuut album "Sweet Marie 1", dat in 1970 via het Yardbirds Records label, waarop hun single "Remember Mary" stond, die de eerste plaats haalde in Hawaii en daardoor ook op het vaste land de aandacht trok en hen een contract met het Liberty label op leverde.
Dat resulteerde in een uitgebreide toer en nadat de band in 1971 in Hawaii terug was en nationale bekendheid had verworven, werd ze de huis band van een club,
Captain Nemo genaamd en genoemd was naar een figuur uit het boek 20.000 miles onder de zee van Jules Verne.
Kort daarna begon Sweet Marie met het opnemen van songs voor hun tweede album "Stuck In Paradise", dat in de Commercial Studios te Honolulu, Hawaii gebeurde en nog in 1971 werd uitgebracht.
Begin 1972 heropende "The Point After" haar deuren als "Sweet Marie's", die gelegen was in het hart van de internationale markt plaats te Oahu en werd de meest succesvolle club van Hawaii, die elke avond stampvol zat met mensen, die een glimp van de band op wilden vangen, die de plaats tot een hit maakte.
Het album klom spoedig tot de bovenste regionen van de hitparade en het nummer "Stella's Candy Store" werd de grootste hit van de band, maar deze keer internationaal, waardoor ze hun opwachting op TV maakten, commercials gingen maken en op traden op het Crater Festival in Hawaii met Carlos Santana en andere bands als The Rascals.
In 1973 nam de band zijn derde album op, die niet uitgebracht zou worden en eind van dat jaar ging de band door meningsverschillen uit elkaar.
De LP/CD "Stuck In Paradise" bevat 11 nummers, waarvan de titel song de eerste is en in dit nummer speelt de band een lekker in het gehoor klinkende mix van Zuid-Amerikaanse ritmes en pop in een niet al te hoog tempo.
De volgende song is een stuk heftiger en hierin maakt de band een prima mix van pop en progressieve rock en in "My Little Angel" krijg ik een erg mooie ballad te horen, waarbij de zang ingetogen klinkt.
Daarna volgt er een uitstekende opgewekte song, "Hortense The Hippie", genaamd, waarin het mee zing gehalte erg groot is, waarna ik een song hoor met soul invloeden, getiteld "Do Do (Find Me A Way)" en deze swingt als een trein.
Dan volgt de single "Stella's Candy Store", die experimenteel begint en over gaat in een swingende mix van Zuid-Amerikaanse ritmes en progressieve rock,
waarbij het ritme door de drums bepaald wordt en er bij tijd en wijle scheurend gitaarwerk te beluistern valt.
Ook "I Got That Feelin'" bevat een lekker dansbaar ritme en deze song heeft eveneens invloeden uit de progressieve rock en Santana achtige ritmes.
In "Another Feelin'", een vervolg op de vorige song speelt Sweet Marie een vrij rustige song met Zuid-Amerikaanse ritmes in de stijl van Santana met geluiden van een golvende zee op de achtergrond.
Met "I Want Your Woman" blijft het tempo niet al te hoog en deze prima klinkende pop song wordt gevolgd door een nummer, dat "Drum Solo" heet en zoals te verwachten was, speelt Willy Bims hierin een drumsolo en doet dat op een geweldige manier in wisselende ritmes.
Het nummer "Changes" is de laatste song van de LP/CD en hierin zit een swingend soul ritme, dat gemixt met progressieve rock klanken, de song schitterend laat klinken en stil zitten is dan ook onmogelijk.
De LP/CD, "Stuck In Paradise" van Sweet Marie klinkt uitstekend en is een aanrader voor iedereen, die van muziek houdt.

vrijdag 15 februari 2013

Review: Hell Preachers Inc. - Supreme Psychedelic Underground / Ugly Custard - Psicosis

Gear Fab 2013-(GF-264)

Deze uitgave van het Gear Fab label bevat 2 LP's, waarvan die van Hell Preachers Inc. de eerste is en die van Ugly Custard de tweede.
In 1968 verscheen, via de labels Liberty, Europe en Marble Arch, de LP "Supreme Psychedelic Underground" van de band Hell Preachers Inc., waarvan het gerucht gaat, dat daarin de Deep Purple leden Richie Blackmore, John Lord en Ian Paice spelen, maar zij ontkennen dit ten stelligste.
Helaas zijn er geen gegevens over de werkelijke bezetting van de band bekend en ook ontbreken de gegevens omtrent de schrijvers van de nummers.
Wat wel bekend is, zijn de 10 titels van de nummers, waarvan de eerste "Time Race 1" is en dit lijkt een voorloper van het nummer "Race With The Devil" van The Gun, waarin de gitarist een soortgelijk spel laat horen, dat alleen sneller gespeeld wordt.
Vervolgens speelt de band psychedelische rock met schitterende achtergrond vocalen en allerlei geluiden, zoals vliegtuiggeluiden, geschiet uit een cowboy film en luchtalarm, maar ook zit er in dit nummer een prima stukje klassiek aandoende symfonisch muziek verwerkt.
Daarna hoor ik voor de eerste keer de zanger in actie in "Let Me Shoot You", een psychedelische rock song, waarin orgel en gitaar de hoofdrol spelen.
Dan krijg ik "Nirwana" te horen en ook daar speelt het orgel een grote rol in, dit keer samen met de zang en drums en hierin speelt de band een stukje experimentele psychedelische rock, waarin het tempo steeds meer opgevoerd wordt, totdat het een climax bereikt heeft.
In "Courante" laat de band een staaltje klassiek bewerkte rock horen, die met psychedelische klanken gemixt wordt en wel iets weg heeft van de muziek van The Nice en het daarop volgende nummer, "Preacher Man", een geweldige progressieve rock song, bevat invloeden uit het geloof, waarvan de tekst in Duits is, waardoor ik de indruk krijg, dat Hell Preachers Inc. een Duitse band moet zijn.
De volgende song heet "We Like The White Man", een fantastische korte rock song, waarin de muziek bestaat uit drums en zang, die gevolgd wordt door "Turn Turn", een rock song met blues invloeden, die me aan "Magic Bus" van The Who doet denken.
In "Spy in Space" speelt de band uiterst psychedelische en progressieve rock en in het afsluitende "Time Race 2" hoor ik het vervolg van "Time Race 1", waar de LP mee begon en hierin laat de band een heerlijk stukje progressieve rock horen.
Over Ugly Custard is gelukkig iets meer bekend en hun enige LP, met daar op 8 instrumentale nummers, werd in 1970 uitgebracht door de labels Kaleidoscope en Metronome.
De band bestond uit: Alan Parker - sologitaar, Herbie Flowers - basgitaar, Roger Coulham - orgel en Clem Cattini - drums.
De LP begint met het welbekende "Scarboro Fair", dat door veel bands gecoverd is en deze uitvoering klinkt me als een verrassing in mijn oren, want de band laat me met hun instrumentale versie hier een stuk progressieve rock horen, waardoor ik het idee krijg, dat ik dit nummer nog niet eerder gehoord had.
Daarna volgt "My Babe" en ook dit nummer krijgt een heel andere uitstraling, want in plaats van rock & roll of blues, speelt de band dit in een progressieve rock uitvoering.
"Hung Upside Down" heet de volgende cover en hier geeft Ugly Custard eveneens een eigen draai aan, door het een stuk ruiger en progressiever te spelen.
De eerste eigen compositie heet "Custard's Last Stand" en dit begint met lekker rustig gitaarspel, dat al snel over genomen wordt door heftig orgelspel, waarna het nummer ontaardt in een swingend progressief geheel, waarin de gitaar en het orgel elkaar afwisselen, ondersteund door drums en basgitaar.
Vervolgens krijg ik weer een cover te horen, getiteld "Babe, I'm Gonna Leave You" en dit is een uitstekend stukje progressieve symfonische rock, waarin enkele geweldig goede tempowisselingen zitten, waardoor het nummer soms rustig en soms erg heftig klinkt.
De laatste 3 nummers zijn eigen composities en de eerste daarvan heet "Cry From The Heart", dat een rustige start kent en oosters getint is, waarbij het tempo enigszins wisselt en het ritme swingend is.
Daarna volgt "Never On A Blues Day", een schitterend blues nummer, dat in een lekker klinkend ritme gespeeld wordt en enkele prima tempowisselingen bevat en gevolgd wordt door het laatste nummer "Feel This", een heerlijk swingend progressief nummer met een aanstekelijk ritme.
Roger Maglio van Gear Fab weet elke keer weer schitterende LP's te vinden en ook deze uitgave, waarop 2 moeilijk te vinden LP's staan, is er weer één om van te smullen.