Gear Fab-2015 (GF-276)
Voor de serie Psychedelic States is het Roger Maglio weer gelukt onbekend gebleven bands uit Florida te vinden, die hun medewerking hebben verleend om op Vol.4 te verschijnen.
De CD, die 26 nummers van 25 bands bevat, start met Dave & The Wanderers uit Miami, die het nummer "My Heart Is In Pain", een lekker in het gehoor klinkende beat song, spelen en dit in 1966 door Criteria als demo uitbracht met "What's Wrong With You" als B-kant.
Daarna is het de beurt aan The Absolutes uit Barlow, die hun single "Nobody But Me" / "Yesterday, I", een mooie rustige pop song, in 1968 via het Paris Tower lebel uitbracht en dit nummer wordt gevolgd door "Message In A Bottle", een uitstekende mix van soul en rock, van A Quest uit Tampa, die dit nummer samen met "Only Lovers Survive" in 1970 op een demo via Criteria zagen verschijnen.
Van de volgende band, die New Generation heet, is niet bekend waar ze vandaan kwam, maar wel dat de single "Love Don't Pay", een prima licht psychedelische pop song, in 1967 via het Tener label verscheen.
Het volgende nummer, "I Remember", een schitterende beat song, die me aan "I Can't Explain" van The Who doet denken, is begin 1967 als demo via Criteria uitgebracht door Sweet Young Things uit Miami en wordt gevolgd door "Hands Are Only To See", een heerlijke progressieve pop song, van The Bitter Ind uit Jacksonville, die dit nummer in 191967 samen met "Baby Blue" op single uitbrachten via "ACP.
The Wrong Numbers uit Mount Dora bracht in 1966 de single "I Wonder Why" / "The Way I Feel", een prachtige beat song, via het Hi Cat label uit en Scotlind Yarde uit Hollywood maakte in 1967 de demo "Why" / "Shadows In The Dark", een prima garagerock song, voor het Audio Disc label.
Dan volgt "Love Your Fellow Man", een lekker swingende beat song, die "Can You" als achterkant heeft en door Sir Michael & The Sounds in 1967 via het Dig label werd uitgebracht, waarna The Jesters uit Naples volgt met hun in 1965 verschenen demo "You Can Have Her" / "I'll Laugh At You", waarin de band een uitstekende uptempo beat song laat horen.
"Is This The Dream", een heerlijke beat song, van Certain Amount uit Gainsville, is in 1967 verschenen via het Pres To Hit label en werd door Rod Argent (Zombies) geschreven en heeft "No Reply" als B-kant en "Revenge", een uptempo licht psychedelische beat song, uit 1966, werd door de uit Ft. Myers afkomstige band Castaways Five samen met "It's Over" via het Raol label uitgebracht.
The Vandals uit Hollywood maakten in 1965 de single "Mystery" / "We're The Vandals", een eigen versie van "Let's Have A Party", die door het Parole label uitgebracht werd en The Non-Pareils uit Madeira/Redington Beach bracht hun single "Willow Tree" / "Painter Man", een geweldige swingende beat song, in 1967 via Five Star Productions uit.
Vervolgens speelt The Limey's uit Miami het nummer "Come Back", een schitterende swingende beat song, dat in 1966 samen met "Green And Blue" op single verscheen en door het Sherwood label werd uitgebracht, waarna de uit Miami afkomstige band The Fugue volgt, die in 1968 via Criteria de demo "Love" / "So Lonely", een rustige pop song, uit bracht.
The Raven kwam uit St.Petersburg en maakte in 1968 voor het Rust label de single "Calamity Jane" / "Now She's Gone", een prima licht psychedelische pop song en The Stix And Stonz uit Miami bracht hun single "The World", een uitstekende mix van soul, beat en een vleugje garagerock, via het Pat label met "I Can't Quit" als B-kant.
Ecumencical Drugstore kwam uit Chattahoochee en in 1968 bracht de band de single "I'm Tired" / "I'd Really Like To Watch You Fly", een prima beat song, via Tener uit en van Rhythm's Children is niet bekend van waar de band kwam, maar wel dat de single "Hard To Believe", een redelijk klinkende beat song, in het voorjaar van 1967 via Tener verscheen.
Ook van Hill is niet bekend waar de band vandaan kwam, maar hun single "I Gotta Get Thru" '"Reflections", een uitstekende pop song, uit 1969 verscheen via het Hyperbolic label en het volgende nummer, "Why", een goede beat song van Scotlind Yarde, is de achterkant van "Shadows In The Dark".
Uit Chatahoochee kwam de band Bryllig & The Nymbol Swabes, die in 1967 de single "Sunshine" / "Now You're Gone", een schitterende melodische beat song, via het Suwannee label uit bracht.
The (Fab) Phatons uit Pensacola maakte in 1966 de single "I've Got That Feeling", een fantastische beat song, naar Britse stijl, voor het Unique label met "Stubborn Kid Of Fellow" als achterkant en The Crypt uit Jacksonville bracht in 1968 hun single "You Keep Me Hanging On" / "Love, I'll Never Know", een vrij rustige beat song, via het eigen Crypt label uit en uit Orlando kwam The Chosen Few, die onder de naam Mustard Jar in 1967 de schitterende garagerock song "Try It", uit bracht.
Ook deze keer is Roger Maglio er in geslaagd een CD samen te stellen met schitterende muziek uit de jaren 60 en ik kan de CD "Psychedelic States Florida In The 60s Vol.4" dan ook aanraden aan iedere muziekliefhebber van dit tijdperk.
vrijdag 18 september 2015
dinsdag 31 maart 2015
Review: Sweet Marie - Sweet Marie 1
Gear Fab 2015-(GF-275)
In 1969 werd te Honolulu, Hawaï de band Sweet Marie opgericht, doordat tekstschrijver, muzikant en producer bij Capitol Records Prince Teddy, het idee kreeg een rock & roll trio te beginnen, waarin ook psychedelische rock gespeeld werd en ook harmonische klanken moest hebben.
Hij benaderde opname technicus, sologitarist Sonny Lathrop met dat idee en samen haalden ze drummer Willy Bims over met hen mee te doen.
Bims was drummer geweest op de meeste door Tommy Boyce en Bobby Hart geschreven hits inclusief de meeste opnames van The Monkees.
De band begon in Hollywood op te treden tijdens de late uren en al snel hadden ze een een contract als huis band in de beroemde Studio City nachtclub "The Point After" te Waikiki, Hawaii op het eiland Oahu.
De band begon kort na aankomst in Hawai met het opnemen van hun debuut album "Sweet Marie 1", dat in 1970 via het Yard Bird Records label, waarop hun single "Remember Mary" stond, die de eerste plaats haalde in Hawaii en daardoor ook op het vaste land de aandacht trok en hen een contract met het Liberty label op leverde.
Dat resulteerde in een uitgebreide toer en nadat de band in 1971 in Hawaï terug was en nationale bekendheid had verworven, werd ze de huis band van een club, Captain Nemo genaamd en genoemd was naar een figuur uit het boek 20.000 mijl onder de zee van Jules Verne.
Kort daarna begon Sweet Marie met het opnemen van songs voor hun tweede album "Stuck In Paradise", dat in de Commercial Studios te Honolulu, Hawaï gebeurde en nog in 1971 werd uitgebracht.
Begin 1972 heropende "The Point After" haar deuren als "Sweet Marie's", die gelegen was in het hart van de internationale markt plaats te Oahu en werd de meest succesvolle club van Hawaï, die elke avond stampvol zat met mensen, die een glimp van de band op wilden vangen, die de plaats tot een hit maakte.
Het album klom spoedig tot de bovenste regionen van de hitparade en het nummer "Stella's Candy Store" werd de grootste hit van de band, maar deze keer internationaal, waardoor ze hun opwachting op TV maakten, commercials gingen maken en op traden op het Crater Festival in Hawai met Carlos Santana en andere bands als The Rascals.
In 1973 nam de band zijn derde album op, die niet uitgebracht zou worden en eind van dat jaar ging de band door meningsverschillen uit elkaar.
Roger Maglio van Gear Fab bracht in 2001 de tweede CD van de band "Stuck In Paradise" uit (GF-172) en nu is ook het eerste album "Sweet Marie 1" uit 1970 , via dit label uitgebracht.
De CD begint met de hitsingle "Remember Mary", een lekker klinkende mix van rock en soul, waarin de muziek overeenkomsten vertoont met die van Rare Earth en wordt gevolgd door "Standin' By The River", een swingende rock song, waarin de zang zo nu en dan lijkt op die van Grand Funk Railroad.
Daarna volgt "Sweet Pea", een schitterende mix van rock en funk, die swingt als een trein, waarna "Don't You Understand" volgt en dit is een uitstekende dansbare poprock song.
Dan speelt de band opnieuw een heerlijk swingend nummer, dat aan Rare Earth doet denken, getiteld "If You Love Me", dat gevolgd wordt door "Thru Rusty Windows" en daarin laat de band een mooie ballad horen en tevens prima te kunnen samen zingen.
In "Walk Marie" speelt Sweet Marie een swingende mix van rock & roll en progressieve rock en in "Going Down The Road" is dat een uitstekende mix van rock, blues, jazz en progressieve rock en ook dit nummer swingt.
"Dr. Feelgood" bevat weer prima samenzang en heeft invloeden uit progressieve rock en pop en "Willy Bims" is een fantastische drumsolo van Willy Bims.
Vervolgens speelt de band een schitterende rustige blues song, getiteld "Bugalusa Baby", terwijl de laatste song van het album, "It's Your Love", een swingende funky song is.
Roger Maglio heeft opnieuw een schitterend stuk muziek uit de Amerikaanse rock geschiedenis boven water weten te krijgen en de CD "Sweet Marie 1" is dan ook prima uitgave van het Gear Fab label, die je als sixties/seventees muziekliefhebber niet mag missen.
In 1969 werd te Honolulu, Hawaï de band Sweet Marie opgericht, doordat tekstschrijver, muzikant en producer bij Capitol Records Prince Teddy, het idee kreeg een rock & roll trio te beginnen, waarin ook psychedelische rock gespeeld werd en ook harmonische klanken moest hebben.
Hij benaderde opname technicus, sologitarist Sonny Lathrop met dat idee en samen haalden ze drummer Willy Bims over met hen mee te doen.
Bims was drummer geweest op de meeste door Tommy Boyce en Bobby Hart geschreven hits inclusief de meeste opnames van The Monkees.
De band begon in Hollywood op te treden tijdens de late uren en al snel hadden ze een een contract als huis band in de beroemde Studio City nachtclub "The Point After" te Waikiki, Hawaii op het eiland Oahu.
De band begon kort na aankomst in Hawai met het opnemen van hun debuut album "Sweet Marie 1", dat in 1970 via het Yard Bird Records label, waarop hun single "Remember Mary" stond, die de eerste plaats haalde in Hawaii en daardoor ook op het vaste land de aandacht trok en hen een contract met het Liberty label op leverde.
Dat resulteerde in een uitgebreide toer en nadat de band in 1971 in Hawaï terug was en nationale bekendheid had verworven, werd ze de huis band van een club, Captain Nemo genaamd en genoemd was naar een figuur uit het boek 20.000 mijl onder de zee van Jules Verne.
Kort daarna begon Sweet Marie met het opnemen van songs voor hun tweede album "Stuck In Paradise", dat in de Commercial Studios te Honolulu, Hawaï gebeurde en nog in 1971 werd uitgebracht.
Begin 1972 heropende "The Point After" haar deuren als "Sweet Marie's", die gelegen was in het hart van de internationale markt plaats te Oahu en werd de meest succesvolle club van Hawaï, die elke avond stampvol zat met mensen, die een glimp van de band op wilden vangen, die de plaats tot een hit maakte.
Het album klom spoedig tot de bovenste regionen van de hitparade en het nummer "Stella's Candy Store" werd de grootste hit van de band, maar deze keer internationaal, waardoor ze hun opwachting op TV maakten, commercials gingen maken en op traden op het Crater Festival in Hawai met Carlos Santana en andere bands als The Rascals.
In 1973 nam de band zijn derde album op, die niet uitgebracht zou worden en eind van dat jaar ging de band door meningsverschillen uit elkaar.
Roger Maglio van Gear Fab bracht in 2001 de tweede CD van de band "Stuck In Paradise" uit (GF-172) en nu is ook het eerste album "Sweet Marie 1" uit 1970 , via dit label uitgebracht.
De CD begint met de hitsingle "Remember Mary", een lekker klinkende mix van rock en soul, waarin de muziek overeenkomsten vertoont met die van Rare Earth en wordt gevolgd door "Standin' By The River", een swingende rock song, waarin de zang zo nu en dan lijkt op die van Grand Funk Railroad.
Daarna volgt "Sweet Pea", een schitterende mix van rock en funk, die swingt als een trein, waarna "Don't You Understand" volgt en dit is een uitstekende dansbare poprock song.
Dan speelt de band opnieuw een heerlijk swingend nummer, dat aan Rare Earth doet denken, getiteld "If You Love Me", dat gevolgd wordt door "Thru Rusty Windows" en daarin laat de band een mooie ballad horen en tevens prima te kunnen samen zingen.
In "Walk Marie" speelt Sweet Marie een swingende mix van rock & roll en progressieve rock en in "Going Down The Road" is dat een uitstekende mix van rock, blues, jazz en progressieve rock en ook dit nummer swingt.
"Dr. Feelgood" bevat weer prima samenzang en heeft invloeden uit progressieve rock en pop en "Willy Bims" is een fantastische drumsolo van Willy Bims.
Vervolgens speelt de band een schitterende rustige blues song, getiteld "Bugalusa Baby", terwijl de laatste song van het album, "It's Your Love", een swingende funky song is.
Roger Maglio heeft opnieuw een schitterend stuk muziek uit de Amerikaanse rock geschiedenis boven water weten te krijgen en de CD "Sweet Marie 1" is dan ook prima uitgave van het Gear Fab label, die je als sixties/seventees muziekliefhebber niet mag missen.
vrijdag 13 februari 2015
Review: Flipout - Powers Of Blue + Brother T. & Family - Drillín' Of The Rock
Gear Fab 2015-(GF-274)
In de jaren 60 en 70 werden er een groot aantal albums gemaakt, waarbij muzikanten ingehuurd werden om een LP op te nemen van bekende nummers en/of bewerkingen daarvan.
Veel van deze opnamen hebben daardoor geen schrijver of componist achter de titels staan en de albums worden dan ook als "Exploitation" of "Exploito" aangemerkt.
Gear Fab heeft de laatste jaren regelmatig 2 van dit soort albums op 1 CD uitgebracht en ook GF-274 is er daar één van.
Over de band Flipout zijn geen gegevens bekend, behalve dan het feit, dat ze hun instrumentale LP "Powers Of Blue", waar alleen maar covers op staan, in Amerika via het MTA label in 1967 uitbrachten en in Engeland via CBS.
De LP start met "Paperback Writer", waarin de band een prima uitvoering van dit nummer speelt, die gevolgd wordt door "Let's Go Get Stoned", dat in een blues ritme gespeeld wordt en erg lekker klinkt.
Daarna volgt "In The Midnight Hour", een uitstekende swingende instrumentale vertolking van deze soul song en ook "You Blow My Mind" is een swingend nummer.
In "Cool Jerk" laat de band horen in meerdere stijlen muziek thuis te zijn en speelt opnieuw een zeer dansbaar swingend nummer, waarna "Bang Bang" volgt en ook dit nummer wordt natuurgetrouw nagespeeld, alleen verwerkt de band er een stukje Sirtaki muziek in.
"The In Crowd" krijgt een geheel eigen versie, zodat het moeilijk is het nummer als zodanig te herkennen, maar met een beetje moeite lukt dat toch en de uitvoering van "Got My Mojo Working" lijkt sterk op het nummer "Hi Heeled Sneakers", maar klinkt overigens heerlijk.
Vervolgens laat de band hun versie van "The Tracks Of My Tears" horen en ook hierin speelt Flipout een eigen interpretatie van deze soul song, die gevolgd wordt door "Satisfaction", dat uitstekend uitgevoerd wordt en swingt, waarna het laatste nummer "Good Lovin'" volgt en ook dit nummer is zeer herkenbaar en swingt de pan uit.
De tweede LP komt waarschijnlijk van ex-leden van The German Bonds, die onder de naam Brother T. & Family de LP "Drillin' Of The Rock" onder leiding van Herbert Hildebrandt (de oprichter van The Rattles en producer van de LP "Bokaj Retsiem") opnamen.
The German Bonds veranderden later van naam en maakten onder de naam Hell Preachers Inc. een schitterende LP, waarna de band onder de naam Asterix verder ging, die ook een LP maakte, om vervolgens als Lucifer's Friend een aantal fantastische LP's te maken met ex Les Humfries zanger John Lawton in de gelederen.
De andere leden van Lucifer's Friend (German Bonds) waren : Dieter Horns - basgitaar en zang, Peter Hesslein - sologitaar en zang, Peter Hecht - keyboards en Joachim Reitenbach - drums.
De bandleden namen ook LP's op onder de namen Pink Mice, Electric Food, Air Mail en Children Of Quechua, maar ook speelden ze, op John Lawton na, in het orkest van James Last.
Alle 10 nummers op de LP "Drillín' Of The Rock", die in 1970 via het Fass label verscheen, werden door Peter Heslein geschreven, waarbij Manfred Oberdörfler van The Tonics de zang voor zijn rekening neemt.
Het eerste nummer is meteen de titel song "Drillín Of The Rock" en hierin speelt de band een fantastische swingende mix van rock & roll en beat met lichte symfonische en blues invloeden.
Daarna laat de band een heerlijke swingende progressieve rock song horen, getiteld "Lookin' For Barbara", die gevolgd wordt door "Third Degree", een erg mooie rustige song, waarin de invloed van Elvis en van het nummer "A Whiter Shade Of Pale" van Procul Harum te horen zijn.
In "Stranger" laat de band horen hoe enkele jaren later de muziek zal gaan klinken en dit nummer is een mix van de muziek van Mud en Ian Hunter (Mott The Hoople) met een bluesritme gespeeld, waarna de band over schakelt en een lekker in het gehoor klinkende progressieve rock song speelt, getiteld "Stewball".
"Jim Crack Corn" is opnieuw een schitterende progressieve rock song met blues invloeden, waarin enkele prima tempowisselingen zitten en in "Walking Down Paradise Street" laat de band een geweldige mix van blues, rock & roll en progressieve rock horen.
Vervolgens speelt de band "Saga Of The Fly", een fantastische progressieve mix van blues en rock, waarin diverse tempowisselingen zitten en in "Oh Love" speelt de band, in een gemiddeld tempo, ook nu weer een uitstekende progressieve rock song, waarna het laatste nummer volgt, getiteld "Brother T." en hierin laat de band een mix van soul en funk horen, die in een zeer dansbaar ritme gespeeld wordt en subtiele invloeden uit de progressieve rock bevat.
Roger Maglio is er ook nu weer in geslaagd een CD samen te stellen van 2 LP's, die ten onrechte door het grote publiek over geslagen zijn, maar alsnog een herkansing krijgen via deze uitgave, waarbij aangemerkt kan worden, dat de LP "Drillín' Of The Rock" van Brother T. & Family een juweeltje is, dat je minstens gehoord moet hebben
Veel van deze opnamen hebben daardoor geen schrijver of componist achter de titels staan en de albums worden dan ook als "Exploitation" of "Exploito" aangemerkt.
Gear Fab heeft de laatste jaren regelmatig 2 van dit soort albums op 1 CD uitgebracht en ook GF-274 is er daar één van.
Over de band Flipout zijn geen gegevens bekend, behalve dan het feit, dat ze hun instrumentale LP "Powers Of Blue", waar alleen maar covers op staan, in Amerika via het MTA label in 1967 uitbrachten en in Engeland via CBS.
De LP start met "Paperback Writer", waarin de band een prima uitvoering van dit nummer speelt, die gevolgd wordt door "Let's Go Get Stoned", dat in een blues ritme gespeeld wordt en erg lekker klinkt.
Daarna volgt "In The Midnight Hour", een uitstekende swingende instrumentale vertolking van deze soul song en ook "You Blow My Mind" is een swingend nummer.
In "Cool Jerk" laat de band horen in meerdere stijlen muziek thuis te zijn en speelt opnieuw een zeer dansbaar swingend nummer, waarna "Bang Bang" volgt en ook dit nummer wordt natuurgetrouw nagespeeld, alleen verwerkt de band er een stukje Sirtaki muziek in.
"The In Crowd" krijgt een geheel eigen versie, zodat het moeilijk is het nummer als zodanig te herkennen, maar met een beetje moeite lukt dat toch en de uitvoering van "Got My Mojo Working" lijkt sterk op het nummer "Hi Heeled Sneakers", maar klinkt overigens heerlijk.
Vervolgens laat de band hun versie van "The Tracks Of My Tears" horen en ook hierin speelt Flipout een eigen interpretatie van deze soul song, die gevolgd wordt door "Satisfaction", dat uitstekend uitgevoerd wordt en swingt, waarna het laatste nummer "Good Lovin'" volgt en ook dit nummer is zeer herkenbaar en swingt de pan uit.
De tweede LP komt waarschijnlijk van ex-leden van The German Bonds, die onder de naam Brother T. & Family de LP "Drillin' Of The Rock" onder leiding van Herbert Hildebrandt (de oprichter van The Rattles en producer van de LP "Bokaj Retsiem") opnamen.
The German Bonds veranderden later van naam en maakten onder de naam Hell Preachers Inc. een schitterende LP, waarna de band onder de naam Asterix verder ging, die ook een LP maakte, om vervolgens als Lucifer's Friend een aantal fantastische LP's te maken met ex Les Humfries zanger John Lawton in de gelederen.
De andere leden van Lucifer's Friend (German Bonds) waren : Dieter Horns - basgitaar en zang, Peter Hesslein - sologitaar en zang, Peter Hecht - keyboards en Joachim Reitenbach - drums.
De bandleden namen ook LP's op onder de namen Pink Mice, Electric Food, Air Mail en Children Of Quechua, maar ook speelden ze, op John Lawton na, in het orkest van James Last.
Alle 10 nummers op de LP "Drillín' Of The Rock", die in 1970 via het Fass label verscheen, werden door Peter Heslein geschreven, waarbij Manfred Oberdörfler van The Tonics de zang voor zijn rekening neemt.
Het eerste nummer is meteen de titel song "Drillín Of The Rock" en hierin speelt de band een fantastische swingende mix van rock & roll en beat met lichte symfonische en blues invloeden.
Daarna laat de band een heerlijke swingende progressieve rock song horen, getiteld "Lookin' For Barbara", die gevolgd wordt door "Third Degree", een erg mooie rustige song, waarin de invloed van Elvis en van het nummer "A Whiter Shade Of Pale" van Procul Harum te horen zijn.
In "Stranger" laat de band horen hoe enkele jaren later de muziek zal gaan klinken en dit nummer is een mix van de muziek van Mud en Ian Hunter (Mott The Hoople) met een bluesritme gespeeld, waarna de band over schakelt en een lekker in het gehoor klinkende progressieve rock song speelt, getiteld "Stewball".
"Jim Crack Corn" is opnieuw een schitterende progressieve rock song met blues invloeden, waarin enkele prima tempowisselingen zitten en in "Walking Down Paradise Street" laat de band een geweldige mix van blues, rock & roll en progressieve rock horen.
Vervolgens speelt de band "Saga Of The Fly", een fantastische progressieve mix van blues en rock, waarin diverse tempowisselingen zitten en in "Oh Love" speelt de band, in een gemiddeld tempo, ook nu weer een uitstekende progressieve rock song, waarna het laatste nummer volgt, getiteld "Brother T." en hierin laat de band een mix van soul en funk horen, die in een zeer dansbaar ritme gespeeld wordt en subtiele invloeden uit de progressieve rock bevat.
Roger Maglio is er ook nu weer in geslaagd een CD samen te stellen van 2 LP's, die ten onrechte door het grote publiek over geslagen zijn, maar alsnog een herkansing krijgen via deze uitgave, waarbij aangemerkt kan worden, dat de LP "Drillín' Of The Rock" van Brother T. & Family een juweeltje is, dat je minstens gehoord moet hebben
vrijdag 21 november 2014
Review: The Nirvana Sitar And String Group - Sitar & Strings + Various Artists - Born On The Road: Easy Rider
Gear Fab 2014-(GF-273)
Uitgave GF-273 bevat 2 LP's, waarvan niets of nauwelijks iets bekend is omtrent de uitvoerenden, behalve dan de titel van de plaat plus de bandnaam, maar wie de bandleden waren, die de muziek maakten en waar en wanneer de muziek is opgenomen staat niet vermeld.
The Nirvana Sitar And String Group maakte in 1968 de LP "Sitar & Strings", waar ook hun single "Catch the Wind" / "The Letter" op staat en beide werden uitgebracht via het Mr. G label en opgenomen in de Ultra-Sonic Studios te West Hempstead, New York.
Één van de leden, of misschien wel het enige lid, was waarschijnlijk Ira Newborn, wiens naam bij enkele nummers als schrijver vermeld staat.
De LP "Sitar & Strings", die hoofdzakelijk covers bevat, start met "A Whiter Shade Of Pale" en hierin wordt een orkestrale uitvoering gecombineerd met sitarspel en dat levert een aardig stukje muziek op.
Daarna volgt "The House Of The Rising Sun" en ook hierin wordt de sitar ondersteund door een orkest, wat een soortgelijk nummer op levert.
Dan speelt de groep het door Ira geschreven "Crashing", een heerlijk stukje licht psychedelische sitar muziek, waaraan enkele trommel klanken zijn toegevoegd en in "Sunday Will Never Be The Same" speelt de complete band een uitstekend pop nummer, waar de hoofdrol voor het sitarspel is weggelegd.
Vervolgens is het de beurt voor weer een eigen nummer van Ira, getiteld "Mind Waves" en ook dit prima sitarspel wordt begeleid door de trommel, waarna "Never My Love" volgt, dat met sitarspel begint, maar al snel over gaat in een orkestraal nummer met lichte inbreng van de sitar.
In "Catch The Wind" is er opnieuw de combinatie orkest sitar te horen en in "The Letter" komt de sitar weliswaar meer op de voorgrond, maar voert het orkest toch de boventoon.
Met "Nine O'clock" speelt de band een schitterend licht psychedelisch swingend nummer en in "You Keep Me Hangin' On" wordt het orkest weer bij de muziek betrokken en speelt de sitar een ondergeschikte rol, hoewel het spel wel nadrukkelijk aanwezig is.
Het laatste nummer is er weer één van de hand van Ira, getiteld "Head" en hierin is uitstekend sitarspel te horen, waarmee de LP dus op passende wijze wordt afgesloten.
Op de LP "Born On The Road: Easy Rider", in 1970 uitgebracht op het Europe label, staan 11 nummers van diverse Duitse bands, zoals: The Black Kids, Ten O'clock Bubble Gum Train, The Automatic Blues, (die alledrie beter bekend stonden als The Tonics), Electric Food, (die ook muziek maakten onder de namen Pink Mice, Asterix en Lucifer's Friend, waarvan de bandleden in het orkest van James Last speelden) en The Petards, plus 1 nummer van een Engelse band genaamd John Dean & The Trakk.
De LP begint met "Born To Be Wild" in de uitvoering van Electric Food en deze klinkt op de zang en het psychedelische orgeltje na ongeveer net als het origineel, waarna de eigen compositie "I'll Try" volgt, een lekker in het gehoor klinkende swingende rock song, die door het gebruik van het orgel een licht jazz tintje à la Peddlers krijgt.
Daarna volgt de cover "Lay Down" van The Black Kids, die een prima vertolking van deze song laten horen, gevolgd door "Hey Little Girl" een eigen nummer van Ten O'clock Bubble Gum Train, die een lekkere pop song ten gehore brengen..
"Your Whole Life Through" is een zelf geschreven song van John Dean & The Trakk en ook dit is een lekker klinkende swingende pop song, die gevolgd wordt door "Lana", een eigen compositie van The Automatic Blues, een dansbare mix van soul en progressieve rock, die in een gemiddeld tempo gespeeld wordt.
Vervolgens speelt Electric Food de cover "Up Around The Bend" in een geweldige uitvoering, die niet voor het origineel onder doet en laat die zelfde band met het zelf geschreven "Tavern" een schitterende hardrock song horen, die swingt als een trein.
Ook de cover "House Of The Rising Sun" komt van Electric Food en klinkt prima en wordt gevolgd door "Mockingbird", een eigen nummer van Ten O'clock Bubble Gum Train, dat lekker swingt, waarna de band The Petards de song "My Little Heart" ten gehore brengt, een vrij rustige song met enkele prima tempowisselingen.
Het laatste nummer van de LP komt van The Automatic Blues en is de schitterende eigen compositie "Get It", een swingende rhythm & blues song, die in de stijl van de muziek van The Animals uit hun begin periode zit.
Roger Maglio heeft met de split CD The Nirvana Sitar And String Group - Sitar & Strings + Various Artists - Born On The Road: Easy Rider weer een uitstekende Gear Fab uitgave op de markt gebracht, waarvan de muziek het beluisteren meer dan waard is.
The Nirvana Sitar And String Group maakte in 1968 de LP "Sitar & Strings", waar ook hun single "Catch the Wind" / "The Letter" op staat en beide werden uitgebracht via het Mr. G label en opgenomen in de Ultra-Sonic Studios te West Hempstead, New York.
Één van de leden, of misschien wel het enige lid, was waarschijnlijk Ira Newborn, wiens naam bij enkele nummers als schrijver vermeld staat.
De LP "Sitar & Strings", die hoofdzakelijk covers bevat, start met "A Whiter Shade Of Pale" en hierin wordt een orkestrale uitvoering gecombineerd met sitarspel en dat levert een aardig stukje muziek op.
Daarna volgt "The House Of The Rising Sun" en ook hierin wordt de sitar ondersteund door een orkest, wat een soortgelijk nummer op levert.
Dan speelt de groep het door Ira geschreven "Crashing", een heerlijk stukje licht psychedelische sitar muziek, waaraan enkele trommel klanken zijn toegevoegd en in "Sunday Will Never Be The Same" speelt de complete band een uitstekend pop nummer, waar de hoofdrol voor het sitarspel is weggelegd.
Vervolgens is het de beurt voor weer een eigen nummer van Ira, getiteld "Mind Waves" en ook dit prima sitarspel wordt begeleid door de trommel, waarna "Never My Love" volgt, dat met sitarspel begint, maar al snel over gaat in een orkestraal nummer met lichte inbreng van de sitar.
In "Catch The Wind" is er opnieuw de combinatie orkest sitar te horen en in "The Letter" komt de sitar weliswaar meer op de voorgrond, maar voert het orkest toch de boventoon.
Met "Nine O'clock" speelt de band een schitterend licht psychedelisch swingend nummer en in "You Keep Me Hangin' On" wordt het orkest weer bij de muziek betrokken en speelt de sitar een ondergeschikte rol, hoewel het spel wel nadrukkelijk aanwezig is.
Het laatste nummer is er weer één van de hand van Ira, getiteld "Head" en hierin is uitstekend sitarspel te horen, waarmee de LP dus op passende wijze wordt afgesloten.
Op de LP "Born On The Road: Easy Rider", in 1970 uitgebracht op het Europe label, staan 11 nummers van diverse Duitse bands, zoals: The Black Kids, Ten O'clock Bubble Gum Train, The Automatic Blues, (die alledrie beter bekend stonden als The Tonics), Electric Food, (die ook muziek maakten onder de namen Pink Mice, Asterix en Lucifer's Friend, waarvan de bandleden in het orkest van James Last speelden) en The Petards, plus 1 nummer van een Engelse band genaamd John Dean & The Trakk.
De LP begint met "Born To Be Wild" in de uitvoering van Electric Food en deze klinkt op de zang en het psychedelische orgeltje na ongeveer net als het origineel, waarna de eigen compositie "I'll Try" volgt, een lekker in het gehoor klinkende swingende rock song, die door het gebruik van het orgel een licht jazz tintje à la Peddlers krijgt.
Daarna volgt de cover "Lay Down" van The Black Kids, die een prima vertolking van deze song laten horen, gevolgd door "Hey Little Girl" een eigen nummer van Ten O'clock Bubble Gum Train, die een lekkere pop song ten gehore brengen..
"Your Whole Life Through" is een zelf geschreven song van John Dean & The Trakk en ook dit is een lekker klinkende swingende pop song, die gevolgd wordt door "Lana", een eigen compositie van The Automatic Blues, een dansbare mix van soul en progressieve rock, die in een gemiddeld tempo gespeeld wordt.
Vervolgens speelt Electric Food de cover "Up Around The Bend" in een geweldige uitvoering, die niet voor het origineel onder doet en laat die zelfde band met het zelf geschreven "Tavern" een schitterende hardrock song horen, die swingt als een trein.
Ook de cover "House Of The Rising Sun" komt van Electric Food en klinkt prima en wordt gevolgd door "Mockingbird", een eigen nummer van Ten O'clock Bubble Gum Train, dat lekker swingt, waarna de band The Petards de song "My Little Heart" ten gehore brengt, een vrij rustige song met enkele prima tempowisselingen.
Het laatste nummer van de LP komt van The Automatic Blues en is de schitterende eigen compositie "Get It", een swingende rhythm & blues song, die in de stijl van de muziek van The Animals uit hun begin periode zit.
Roger Maglio heeft met de split CD The Nirvana Sitar And String Group - Sitar & Strings + Various Artists - Born On The Road: Easy Rider weer een uitstekende Gear Fab uitgave op de markt gebracht, waarvan de muziek het beluisteren meer dan waard is.
vrijdag 31 oktober 2014
Review: The Clock Watchers - The Clock Watchers
De band The Clock Watchers kwam uit Eugene, Oregon en bestond uit: Ron Kleim - sologitaar, orgel en zang, Don Beckner - basgitaar en Jayson Breeton - drums.
Hun LP met gelijknamige titel werd in de periode 1994/1995 opgenomen en bevat 13 nummers, waarvan "Dirty Shame" de eerste is en hierin speelt de band een lekker in het gehoor klinkende beat song, waarin de invloed van de jaren 60 bands goed te horen is.
Het volgende nummer heet "Drop In The Bucket" en ook hierin speelt de band een prima stukje zestiger jaren gerelateerde muziek, dat gevolgd wordt door "You Can Run", een heerlijke licht psychedelische garagerock song.
Daarna volgt "Hey Little Girl" en ook dit is een uitstekende licht psychedelische song, die in een gemiddeld tempo gespeeld wordt, waarna "No Tears For You" volgt, een swingende uptempo garagerock song, waarin gast muzikant Tony Proveaux de mondharmonica bespeeld.
In "The Girl With Tears In Her Eyes" laat de band een schitterende rustige psychedelische song horen, waarin het orgel een belangrijke rol speelt en in "I'D Rather Laugh" speelt de band een stevige swingende song, die tegen de hardrock aan zit.
Vervolgens speelt de band "I't's Your Life", een geweldige rock song, die swingt als een trein en een licht psychedelisch orgel en hypnotiserend ritme bevat.
Dan volgt "Heaven", een lekker in het gehoor klinkende uptempo pop song en deze wordt gevolgd door "This Could Be Love", een prima beat song, waarin het geluid van de jaren 60 opnieuw te horen is.
"Mad Girl" is een vrij rustige dansbare pop song, met een uitstekend licht psychedelisch geluid en het refrein zet aan tot mee zingen.
Met "Free Soul" laat de band een fantastische rock song horen, waarin opnieuw een hoog meezing gehalte zit en het laatste nummer, "Another Day", een swingend zestiger jaren nummer, bevat een zeer aanstekelijk ritme, dat aanzet tot dansen.
Hoewel de muziek in 1995 is gemaakt, heeft The Clock Watchers het geluid van de jaren 60 prima weten weer te geven op deze geweldige LP.
De LP van The Clockwatchers, die alleen op vinyl is verschenen, heeft weliswaar nummer GF-201, maar is niet als zodanig op CD uitgebracht, omdat Roger Maglio ten tijde van het uitbrengen van deze uitgave nog niet precies wist welke kant het met het label uit zou gaan.
Er werden nog enkele CD's met de 200 nummering op LP uitgebracht, zoals: Shadrack Chameleon GF-202 (CD nr. GF-110), Cykle GF-203 (CD nr. GF-106) en Magic GF-204 (CD nr. GF-107), terwijl de LP van Touch: Street Suite het nummer GF-105A (CD nr. GF-105) mee kreeg.
Inmiddels staat de teller van de CD nummering al op GF-273, waarvan CD GF-201 "Horses" van de band Horses is.
donderdag 23 oktober 2014
Review: The Borrowed Times - Walk Away Renee / Tobacco Road
Gear Fab 1984-(GF-101)
Roger Maglio komt oorspronkelijk uit Plainview, Long Island, New York.
Sinds 1966, toen hij met gitaar spelen begon, is hij verzamelaar van obscure psychedelische en garagerock en mainstream bands, zoals The Beatles, Who, Doors, Quicksilver Messenger Service, Jimi Hendrix, Animals enz.
Hij speelde in verscheidene bands uit Plainview, die aan bandjeswedstrijden meededen, maar ook bekendere bands deden aan die competitie mee, zoals The Mystic Tide, Trashing Butterflies Of Divine Happiness en Odyssey.
De bands, waarin Roger zat hadden minder bekendheid en de bekendste waren The Acid Inspiration en The Nightwatchmen, die helaas geen muziek opnamen.
In 1979 was hij naar Denver verhuisd, om in de inkoop te gaan werken bij Martin Marietta.
Daar startte hij in 1984 de sixties cover band The Borrowed Times en in 1986 richtte hij het label Gear Fab op, waar hij de single "Walk Away Renee" / "Tobacco Road" (GF-101), die in de Woodbury Studios te Littleton, Colorado werd opgenomen, van zijn band op uitbracht.
The Borrowed Times, die bestond uit: Bill Hyatt - sologitaar en zang, Greg Schriener - basgitaar en zang, Roger Maglio - keyboards en zang en Jim Zingelman - drums, bleef tot 1991 aktief en stopte, omdat Rogers firma naar Orlando verhuisde en hij mee ging.
De A-kant van de single, "Walk Away Renee" is een schitterende uitvoering van dit nummer, waarin de band uitstekende close harmony zang laat horen, terwijl het orgelspel licht psychedelisch klinkt.
Op de andere kant staat een fantastische versie van "Tobacco Road" en hierin laten de bandleden horen hoe goed ze een nummer konden coveren en deze song swingt dan ook als een trein.
The Borrowed Times maakten weliswaar geen eigen songs, maar bewijzen, met deze single, een geweldige band geweest te zijn, die muzikaal uitstekend op elkaar was ingespeeld en prima covers wist te vertolken.
Roger Maglio komt oorspronkelijk uit Plainview, Long Island, New York.
Sinds 1966, toen hij met gitaar spelen begon, is hij verzamelaar van obscure psychedelische en garagerock en mainstream bands, zoals The Beatles, Who, Doors, Quicksilver Messenger Service, Jimi Hendrix, Animals enz.
Hij speelde in verscheidene bands uit Plainview, die aan bandjeswedstrijden meededen, maar ook bekendere bands deden aan die competitie mee, zoals The Mystic Tide, Trashing Butterflies Of Divine Happiness en Odyssey.
De bands, waarin Roger zat hadden minder bekendheid en de bekendste waren The Acid Inspiration en The Nightwatchmen, die helaas geen muziek opnamen.
In 1979 was hij naar Denver verhuisd, om in de inkoop te gaan werken bij Martin Marietta.
Daar startte hij in 1984 de sixties cover band The Borrowed Times en in 1986 richtte hij het label Gear Fab op, waar hij de single "Walk Away Renee" / "Tobacco Road" (GF-101), die in de Woodbury Studios te Littleton, Colorado werd opgenomen, van zijn band op uitbracht.
The Borrowed Times, die bestond uit: Bill Hyatt - sologitaar en zang, Greg Schriener - basgitaar en zang, Roger Maglio - keyboards en zang en Jim Zingelman - drums, bleef tot 1991 aktief en stopte, omdat Rogers firma naar Orlando verhuisde en hij mee ging.
De A-kant van de single, "Walk Away Renee" is een schitterende uitvoering van dit nummer, waarin de band uitstekende close harmony zang laat horen, terwijl het orgelspel licht psychedelisch klinkt.
Op de andere kant staat een fantastische versie van "Tobacco Road" en hierin laten de bandleden horen hoe goed ze een nummer konden coveren en deze song swingt dan ook als een trein.
The Borrowed Times maakten weliswaar geen eigen songs, maar bewijzen, met deze single, een geweldige band geweest te zijn, die muzikaal uitstekend op elkaar was ingespeeld en prima covers wist te vertolken.
vrijdag 17 oktober 2014
Review: Roger Maglio - A Cold Day In December / Flower Child
Gear Fab 1984-(GF-102)
Roger Maglio komt oorspronkelijk uit Plainview, Long Island, New York.
Sinds 1966, toen hij met gitaar spelen begon, is hij verzamelaar van obscure psychedelische en garagerock en mainstream bands, zoals The Beatles, Who, Doors, Quicksilver Messenger Service, Jimi Hendrix, Animals enz.
Hij speelde in verscheidene bands uit Plainview, die aan bandjeswedstrijden meededen, maar ook bekendere bands deden aan die competitie mee, zoals The Mystic Tide, Trashing Butterflies Of Divine Happiness en Odyssey.
De bands, waarin Roger zat hadden minder bekendheid en de bekendste waren The Acid Inspiration en The Nightwatchmen, die helaas geen muziek opnamen.
In 1986 startte hij het label Gear Fab, waar hij de single "Walk Away Renee" / "Tobacco Road" (GF-101), van zijn 60's coverband band The Borrowed Times, op uitbracht.
De volgende single, die via zijn label verscheen was 9 december 1980 door hem zelf geschreven naar aanleiding van de moord op John Lennon en heette "A Cold Day In December" / "Flower Child".
Deze werd in 1987 opgenomen en uitgebracht als GF-102 en kort daarna bracht hij de LP "Songs From The Rocks" (GF-103) uit, waarop de single ook staat.
Op een zaterdagmiddag in 1997 besloot Roger een verzamel CD te maken en hij begon verschillende nummers van bands als The Bow Street Runners, The Maze, The Lemon Drops en anderen op CD te zetten.
Toen bedacht hij, dat het waarschijnlijk mogelijk was om met toestemming van labels als Sundazed, Cicadelic en anderen met de $1500, die hij gespaard had, een serieuze CD uit te brengen op zijn eigen Gear Fab label en Psychedelic Crown Jewels Volume 1 (GF-104) was het resultaat.
Vervolgens werden Touch (GF-105), Cykle (GF-106) en Majic Ship (GF-107) uitgebracht en door laatstgenoemde band kwam hij in contact met Tom Nikosey, die de oorspronkelijke gitarist van Majic Ship was en belangrijker nu een erg succesvolle graficus is in Los Angeles, die de lay-out voor het boekje over Majic Ship deed en naar aanleiding daarvan vroeg Roger hem om de lay-out te doen voor zijn verdere CD releases, waar Tom positief op reageerde.
Roger reist regelmatig door de verschillende staten van Amerika om bands te lokaliseren en hun toestemming te vragen hun muziek uit te mogen brengen, waarbij er schitterende releases verschijnen van bands, die hun platen via allerlei kleine obscure labels uitbrachten.
Met behulp van mede vinyl verzamelaars Jeff Lemlich en Ray Ehman beluistert Roger de muziek en zoekt de beste bands uit, die hij uit wil brengen en sinds de eerste release in 1997 zijn er al meer dan 150 CD's via het Gear Fab label verschenen, waarbij de oplage beperkt blijft tot maximaal 1000 kopieën en de serie is nog lang niet aan zijn eind, zodat er nog heel wat te genieten gaat zijn.
zie zijn website: www.swiftsite.com/gearfab.
De A-kant van de single, "A Cold Day In December" is een heerlijke licht psychedelische pop song, waarin de stem van Roger me in de verte aan die van George Harrison doet denken, terwijl de muziek, die door een orkest ondersteund wordt, prima dansbaar is en de tekst een eerbetoon aan John Lennon is.
Op de B-kant van de single staat "Flower Child", een schitterend beat song, waarin de invloed van de Beatles muziek sterk naar voren komt en ook hierin klinkt de zang lichtelijk als die van George Harrison, waarbij de muziek heerlijk psychedelisch is.
De single van Roger Maglio is één van die juweeltjes, die via het Gear Fab label zijn uitgebracht en ik kan iedere muziek liefhebber dan ook aanraden, deze single eens te gaan beluisteren.
Roger Maglio komt oorspronkelijk uit Plainview, Long Island, New York.
Sinds 1966, toen hij met gitaar spelen begon, is hij verzamelaar van obscure psychedelische en garagerock en mainstream bands, zoals The Beatles, Who, Doors, Quicksilver Messenger Service, Jimi Hendrix, Animals enz.
Hij speelde in verscheidene bands uit Plainview, die aan bandjeswedstrijden meededen, maar ook bekendere bands deden aan die competitie mee, zoals The Mystic Tide, Trashing Butterflies Of Divine Happiness en Odyssey.
De bands, waarin Roger zat hadden minder bekendheid en de bekendste waren The Acid Inspiration en The Nightwatchmen, die helaas geen muziek opnamen.
In 1986 startte hij het label Gear Fab, waar hij de single "Walk Away Renee" / "Tobacco Road" (GF-101), van zijn 60's coverband band The Borrowed Times, op uitbracht.
De volgende single, die via zijn label verscheen was 9 december 1980 door hem zelf geschreven naar aanleiding van de moord op John Lennon en heette "A Cold Day In December" / "Flower Child".
Deze werd in 1987 opgenomen en uitgebracht als GF-102 en kort daarna bracht hij de LP "Songs From The Rocks" (GF-103) uit, waarop de single ook staat.
Op een zaterdagmiddag in 1997 besloot Roger een verzamel CD te maken en hij begon verschillende nummers van bands als The Bow Street Runners, The Maze, The Lemon Drops en anderen op CD te zetten.
Toen bedacht hij, dat het waarschijnlijk mogelijk was om met toestemming van labels als Sundazed, Cicadelic en anderen met de $1500, die hij gespaard had, een serieuze CD uit te brengen op zijn eigen Gear Fab label en Psychedelic Crown Jewels Volume 1 (GF-104) was het resultaat.
Vervolgens werden Touch (GF-105), Cykle (GF-106) en Majic Ship (GF-107) uitgebracht en door laatstgenoemde band kwam hij in contact met Tom Nikosey, die de oorspronkelijke gitarist van Majic Ship was en belangrijker nu een erg succesvolle graficus is in Los Angeles, die de lay-out voor het boekje over Majic Ship deed en naar aanleiding daarvan vroeg Roger hem om de lay-out te doen voor zijn verdere CD releases, waar Tom positief op reageerde.
Roger reist regelmatig door de verschillende staten van Amerika om bands te lokaliseren en hun toestemming te vragen hun muziek uit te mogen brengen, waarbij er schitterende releases verschijnen van bands, die hun platen via allerlei kleine obscure labels uitbrachten.
Met behulp van mede vinyl verzamelaars Jeff Lemlich en Ray Ehman beluistert Roger de muziek en zoekt de beste bands uit, die hij uit wil brengen en sinds de eerste release in 1997 zijn er al meer dan 150 CD's via het Gear Fab label verschenen, waarbij de oplage beperkt blijft tot maximaal 1000 kopieën en de serie is nog lang niet aan zijn eind, zodat er nog heel wat te genieten gaat zijn.
zie zijn website: www.swiftsite.com/gearfab.
De A-kant van de single, "A Cold Day In December" is een heerlijke licht psychedelische pop song, waarin de stem van Roger me in de verte aan die van George Harrison doet denken, terwijl de muziek, die door een orkest ondersteund wordt, prima dansbaar is en de tekst een eerbetoon aan John Lennon is.
Op de B-kant van de single staat "Flower Child", een schitterend beat song, waarin de invloed van de Beatles muziek sterk naar voren komt en ook hierin klinkt de zang lichtelijk als die van George Harrison, waarbij de muziek heerlijk psychedelisch is.
De single van Roger Maglio is één van die juweeltjes, die via het Gear Fab label zijn uitgebracht en ik kan iedere muziek liefhebber dan ook aanraden, deze single eens te gaan beluisteren.
Abonneren op:
Posts (Atom)







