vrijdag 28 februari 2014

Review: Yancy Derringer - Openers

Gear Fab 1999-(GF-129)

Yancy Derringer kwam uit Monroe, Wisconsin en bestond begin jaren 70 uit ex-leden van de bands Atlantic Ocean, Speed Freedom en Birth.
Dat waren: C.F. "Charlie" Kuchler - zang, Hammond orgel, mini Moog synthesizer en piano, Boyd "Zoid" Williamson - zang en sologitaar, Gabriel "Gabe" Berrafato - zang en basgitaar en Lynn "Lance" Gnatzig - zang en drums.
De band trad tussen 1974 en 1976 voornamelijk in het Midwesten van de verenigde staten op in clubs, op universiteiten, op buiten festivals en meerdere soortgelijke plaatsen.
In 1975 bracht de band hun enige LP "Openers" in een oplage van 1000 stuks uit, die werd opgenomen te Libertyville, Illinois en door de nodige airplay, die de LP kreeg, totaal uitverkocht raakte.
Hoewel hun platenlabel dat wel had toegezegd en de band daar ook voor had betaald, kwam er door omstandigheden geen tweede persing van de plaat.
De CD "Openers" bevat 7 eigen geschreven songs, waarvan "Pass The Wine" de eerste is en hierin laat de band een goede dansbare mix van hardrock en pop horen, die in een gemiddeld tempo gespeeld wordt.
Daarna volgt "Rocket Roll", dat met spacerock geluiden begint, maar al snel over gaat in een swingende rock song in de stijl van glamrock bands als Mud.
Het volgende nummer, "Aero Plane", is een prima mix van pop en country en wordt gevolgd door "I Thought Alot Today", een vrij progressieve pop song, waarin een lekker pakkend ritme zit.
Dan speelt de band "Welcome On", waarbij de band een heerlijke swingende mix maakt van progressieve rock, hardrock en pop en dit nummer wordt gevolgd door "Standing On The Edge", een schitterende cover versie van "Who Do You Love" alleen met een eigen tekst en improvisaties.
Het laatste nummer van "Openers" heet "Weedburner" en hierin speelt de band een fantastisch progressief rock nummer, dat licht psychedelisch klinkt en een hypnotiserende werking heeft.
De CD van Yancy Derringer is een uitstekende plaat, die afwisselende muziek bevat en meer dan de moeite van het beluisteren waard is, waarbij de progressievere songs mij het meest aanspreken, hoewel de andere songs ook niet te versmaden zijn.
Kortom: weer een schitterende uitgave van het Gear Fab label.

vrijdag 21 februari 2014

Review: Chirco - Visitation

Gear Fab 1999-(GF-130)

De band Sassafras kwam uit Westchester County (net buiten New York) en bestond uit: Steve H. Foote - keyboards, Ted McKenzie - drums, Bruce Taylor - basgitaar en John Naylor - sologitaar.
Nadat Tony Chirco - drums en percussie de groep vroeg mee te werken aan een project met zanger Anvil Roth en enkele andere muzikanten, vertrok de band naar Denver om dit album bij de lokale muziekscene te promoten.
De plaat, waarop 8 nummers staan, werd in 1972 uitgebracht op het Crested Butte label, dat van de Chileense zakenman J. Carlos Schidlowski was.
Het album, dat uit 2 delen bestaat: "Older Than Ancient" (kant 1)en "Younger Than New" (kant 2), flopte volkomen en kwam, zoals het gaat met LP's uit die tijd, tussen het vuilnis terecht.
Het eerste nummer van kant 1 heet "Sound Of The Cross", een kort instrumentaal stukje zware progressieve rock en dit is in feite een intro voor het volgende nummer "33 Years", waarin de band een lekker in het gehoor klinkende progressieve pop song speelt.
Daarna volgt "'Cause I Love You", een progressieve rock song, die in een niet al te hoog tempo gespeeld wordt, met daarin enkele uitstekende tempowisselingen, waarbij de muziek me enigszins aan die van Grand Funk Railroad doet denken.
Dan speelt de band "Golden Image" dat vrij rustig start, maar langzaam over gaat in een stevige uptempo rock song, om vervolgens terug te keren naar het rustige tempo.
Kant 2 begint met "Dear Friends", een schitterend swingende progressieve rock song, waarin ook nu weer enkele prima tempowisselingen zitten en dit nummer bevat tevens invloeden uit de jazz en opnieuw van de muziek van Grand Funk Railroad.
Het wordt gevolgd door "Mister Sunshine", waarin de band een fantastische progressieve rock song laat horen, die swingt als een trein en lichte invloeden uit hardrock bevat.
Vervolgens speelt de band "Minutes", waarin een swingende mix gemaakt wordt van pop, jazz, disco en gospel en dit nummer gaat verder in het heerlijke "Child Of Peace", waar ook invloeden uit musicals in zitten.
De muziek van Chirco is het beluisteren meer dan waard en progressieve pop songs met invloeden uit jazz, hardrock en gospel worden door deze muzikanten vakkundig aan elkaar gesmeed tot een schitterend geheel, waardoor deze plaat ten onrechte tussen het vuilnis terecht is gekomen.
Gear Fab heeft dit verloren gegane juweeltje opnieuw leven ingeblazen, waarvan het te hopen is, dat deze plaat nu meer succes oogst.

vrijdag 14 februari 2014

Review: Tangerine - The Peeling Of Tangerine

Gear Fab 1999-(GF-131)

Al Ferraro,die behalve zang en gitaar ook nog piano, trompet, fluit en percussie speelde, begon eind jaren vijftig muziek te maken.
Hij zat toen nog op school en was tevens actief als straatmuzikant.
Na enkele maanden werd hij gevraagd om in een band te komen spelen.
Zijn jongere broer Lynn (Crash) kwam eind jaren zestig bij deze band en ook hij beheerste verschillende instrumenten, zoals gitaar, piano, alt-, tenor- en bariton saxofoon, klarinet en conga's.
Tangerine bestond toen verder uit Dennis Kostley - drums en Dennis Defelice - basgitaar en in deze samenstelling werd in 1971 de LP "The Peeling Of Tangerine" opgenomen.
De heruitgave van deze LP, die slechts 5 nummers bevat en maar 30 minuten duurt, is door Gear Fab op CD uitgebracht.
De CD begint met "Come And See Me", een swingende progressieve rock song, die invloeden van blues en de muziek van Grand Funk Railroad bevat en gevolgd wordt door "The Hutch" een zeer swingend instrumentaal progressief blues nummer met een funky inslag.
Daarna volgt "Chain Gang" een song, die me sterk aan de muziek van de LP "Just A Poke" van Sweet Smoke doet denken en ook hierin zit het zelfde swingende ritme.
Dan speelt de band "A.J.F.", een progressieve rock song met blues invloeden, dat in het begin in een niet al te hoog tempo gespeeld wordt, maar door een tempowisseling in een uiterst swingende song uitmondt.
Het laatste nummer is het langste van de plaat en heet "My Main Woman" en in deze song zit een heuse lange drumsolo, zoals dat in die tijd de gewoonte was.
De muziek van Tangerine is swingend, de nummers worden niet uitgemolken door ellendig lange gitaar solo's en de spanning wordt er genoeg ingehouden, om je naar meer te doen verlangen.
Kortom een boeiende CD, die ondanks de korte speelduur meer dan de moeite waard is en daarom een aanrader voor liefhebbers.

vrijdag 7 februari 2014

Review: Thomas Edisun's Electric Light Bulb Band - The Red Day Album

Gear Fab 2014-(GF-270)

In de zomer van 1967 werd in het weekend na het uitbrengen van The Beatles LP "Sgt. Peppers Lonely Hearts Club Band" van vrijdag tot zondagavond de LP "The Red Day Album", waarop 17 nummers staan, opgenomen.
De opname voor de van de LP getrokken single "No One's Been Here For Weeks" / "Common Attitude" werd in de LA LOU studio te Lafayette, Louisiana gemaakt en werd her opgenomen in de Robin Hood Studio's te Tyler, Texas onder leiding van producer Robinhood Brians, die ook werkte met The Five Americans, John Fred And The Playboys, The Uniques en ZZ Top.
Daar werden, in één weekend tijd, ook de resterende 15 nummers voor de LP opgenomen en gemixt.
De band, die die onder de naam Thomas Edisun's Electric Light Bulb Band optrad, bestond uit: Richard Orange - zang, sologitaarbasgitar, piano en akoestische gitaar, Clay Dunham Smith - keyboards, elektrische piano, basgitaar, zang, orgel en vleugel Gary Simon Bertrand - drums, zang, percussie, kazoo, gong en  bellen en Kim Jarad Foreman - zang, Hammond orgel, elektrische piano en synthesizers, plus gastmuzikant Robert Sonnier - zang, slaggitaar, basgitaar, maracas en tamboerijn, die op 2 nummers (4 & 6) meespeelt.
Het album begint met "(Intro) I'm Here", een 43 seconden durend nummer, dat me aan The Beatles LP "Sgt.Peppers" doet denken en gevolgd wordt door "Red Day", waarin de band die zelfde sfeer op roept, want ook dit nummer is sterk verwant met de muziek van The Beatles uit die periode en zelfs de zang hierin lijkt op die van Paul McCartney.
Het volgende nummer heet "Have You Been To The Light" en ook hierin laat de band horen sterk door The Beatles beïnvloed te zijn en de muziek van de band heeft ook veel weg van Paper Garden uit New York, die in dezelfde tijd een schitterende LP maakte.
De B-kant van de single "Common Attitude" is de volgende song en hierin is de zang van Kim te horen in een uitstekende licht psychedelische pop song, waarin het tempo niet al te hoog ligt.
Daarna volgt "Hope", een swingende uptempo psychedelische rock song, waarin de band laat horen ook schitterende muziek te kunnen spelen in een eigen stijl en
in "No One's Been Here For Weeks", de A-kant van de single, speelt de band een fantastische swingende psychedelische song, waarbij het onmogelijk is stil te blijven zttten en die na enkele keren beluisteren, niet meer uit mijn hoofd te denken is.
Ook in "Walk Out With Your Heart" speelt de band in deze stijl, alleen ligt het tempo hierin iets lager, waardoor de song een andere uitstraling krijgt.
"Champion" is weer zo'n geweldige lekker klinkend pop song, die swingt als een trein en met "I'm Here Right Here" laat de band opnieuw horen, dat de invloed van The Beatles van groot belang is geweest voor het maken van heerlijke licht psychedelische songs.
In "I'll Join The Army" krijg ik een song te horen, die door Ring Starr gezongen had kunnen zijn en in "Merlin" speelt Thomas Edisun's Electric Light Bulb Band een erg rustige, maar mooie song.
Vervolgens hoor ik "Breathe", waarin de band opnieuw een kort rustig nummer speelt en dit wordt gevolgd door "Alexander Graham Bell", een prettig in het gehoor klinkende licht psychedelische song, die in een gemiddeld tempo gespeeld wordt.
Dan volgt "Concord World", een song, die in een vrij hoog tempo gespeeld wordt en hierin heeft de band enkele prima subtiele tempowisselingen ingebouwd.
Met "Marigold" laat de band me weer een song horen, waarin de muziekstijl van Paul McCartney terug in te vinden is en met "Send Me Your Picture" hoor ik een lekker swingende pop song, die doorspekt is met Beatles invloeden, terwijl het laatste nummer "(Outro) Dream Me Up Snotty", net als het eerste nummer, verwant is met de stijl van "Sgt.Peppers Lonely Hearts Club Band" en ook slechts 43 seconden duurt.
Thomas Edisun's Electric Light Bulb Band heeft met The Red Day Album een schitterend album gemaakt, dat in geen enkele collectie van zestiger jaren liefhebbers mag ontbreken.
Roger Maglio heeft hiermee opnieuw een fantastisch stuk muziek weten te lokaliseren en heruitgebracht, waarvoor hulde!

vrijdag 31 januari 2014

Review: Michael Oosten - Michael Oosten

Gear Fab 1999-(GF-132)

Michael Oosten speelde tijdens zijn high school tijd in diverse rock bands en ging daarmee verder tijdens zijn college tijd.
Zijn probleem was, dat hij geen goede band bij elkaar kon houden en hij besloot dan ook, om maar alleen te gaan spelen.
Het eerste dat hij daarna deed, was een goede Martin gitaar kopen bij The Guitar Emporium te Evanston, Illinois, waar hij de keus uit 12 stuks had, die hij net zolang testte, totdat hij de juiste vond.
Vanaf zijn high school tijd schreef hij al zijn eigen songs, maar de meeste van zijn songs schreef hij tussen 1969 en 1970 toen hij 21-22 jaar was.
Begin jaren 70 speelde hij veel in koffie huizen, op feesten, in clubs en op kampeer plaatsen en bij verscheidene optredens speelden vrienden van hem mee op diverse instrumenten en deze zijn dan ook op de CD te horen.
Zijn LP, die van november 1993 tot februari 1974 in de American Music studio te Sauk City, Wisconsin werd opgenomen bestaat uit 5 songs, waarvan de 3 nummers van kant 1 met behulp van zijn vrienden gespeeld zijn en kant 2 zijn solo uitvoeringen bevat.
Het album, dat in 1974 door Hub City Music uitgebracht werd, begint met "Hey Babe", waarop Tom Hennick op piano meespeelt en hierin laat Michael een lekker klinkende pop song horen, waarin het ritme constant terug keert en de zang vrij heftig is.
Daarna volgt "Garden" en hierin begeleid Michael zichzelf op gitaar en is de zang van Jan Reek mede bepalend voor een prima folk song en in "Sunny Day" wordt het basgitaarspel door Algis Byla verzorgd en ook hierin brengt Michael een uitstekende folk song ten gehore.
"Wavefaring Boy" is een heerlijke folk song, waarin licht psychedelische invloeden zitten en in "Hungry Horse Montana", het langste nummer van de plaat, speelt Michael opnieuw een folk song, die behalve uitstekend gitaarspel, ook verschillende prima tempowisselingen bevat.
In de Gear Fab serie komt niet zoveel muziek van singer-songwriters voor en deze uitgave, waarop prachtige muziek staat, is dan ook één van de weinige in dit genre.

vrijdag 24 januari 2014

Review: Froggie Beaver - From The Pond

Gear Fab 1999-(GF-133)

De band Froggie Beaver werd in 1971 opgericht toen John Troia - zang, Ed Stazko - keyboards, orgel, piano en zang, Tom Jackson - drums en zang en John Fischer - basgitaar, sologitaar, mondharmonica en zang besloten om samen muziek te gaan maken.
Tot die tijd speelden ze in verschillende schoolbandjes in hun woonplaats Omaha te Nebraska.
Om het "te gaan maken" werden er eigen nummers geschreven en een unieke stijl gecreëerd.
Nadat ze de huisband van een club in Council Bluffs, Iowa werden, kwam er meer ruimte om hun eigen songs te spelen, die goed aansloegen bij het aanwezige publiek en met het aantrekken van een manager kregen ze ook meer optredens als voorprogramma voor nationaal bekende bands in het Midwesten van Nebraska.
Tijdens een optreden in het kader van het Musican Union's Concert in The Park Series te Omaha vulden 7500 fans Elmwood Park en in 1972 brachten ze hun zelf geschreven debuut single "Movin' On" / "Nothing From Me Here" uit via het Million Records label.
In 1973 verliet Tom Jackson de band en hij werd vervangen door Rick Brown, met wie ze enige maanden later hun eerste en enige LP opnamen, die de titel "From The Pond" meekreeg en op het eigen Froggie Beaver Records verscheen.
Om hun album te promoten trokken ze Steve Beedle als tweede gitarist aan en volgde er tevens een uitgebreide tournee, waarna de band in de herfst van 1974 uiteen ging.
De LP "From The Pond" bevat 7 nummers, die aangevuld met hun single uit 1972 en 3 onuitgebrachte nummers samen op CD verschenen zijn via het Gear Fab label.
Het openingsnummer heet "Road To Tomorrow, Part 1" en dit is een kort schitterend instrumentaal werkje, dat nog geen minuut duurt en over gaat in "Lovely Lady", een lekker swingende progressieve rock song, die enkele prima tempowisselingen en heerlijk orgelspel bevat.
Daarna volgt "Buy Back My Life", een uitstekende progressieve poprock song, dat goede samenzang bevat en prima dansbaar is.
Met "Come To Believe" laat de band een mooie ballad horen en met "Away From Home" speelt de band eveneens een rustige song, maar hierin zijn ook progressieve rock elementen en licht psychedelische invloeden terug te vinden.
In "Just For You" gaat Froggie Beaver verder met het maken van rustige popsongs en ook in dit nummer laat de band horen een uitstekend stukje muziek te kunnen maken, waarin de mondharmonica een actieve rol speelt.
De LP sluit af met het nummer "Road To Tomorrow Part 2" en net als Part 1 is dit een instrumentaal werkje, dat grotendeels op gitaar gespeeld wordt.
Vervolgens is de single aan de beurt en deze begint met "Movin' On", een lekker swingende pop song, die me aan de muziek van Neil Diamond doet denken en gevolgd wordt door "Nothing For Me Here", een Zuid-Amerikaans aandoende pop song, die eveneens swingend klinkt.
"Visions Of My Life" is opnieuw een rustige pop song, "Bring My Children Home" is een geweldige uptempo progressieve poprock song, waarin het orgelspel weer
schitterend is en "Janine In Somewhere Land" is eveneens een fantastische progressieve rock song en hierin is de band op hun best te horen.
"From The Pond" is weer zo'n uitstekende uitgave van het Gear Fab label, die vol met heerlijke muziek staat en dus het aanschaffen meer dan waard is.

vrijdag 17 januari 2014

Review: Soul, Inc. - Volume 1

Gear Fab 1999-(GF-134)

Soul, Inc. was een band uit Louisville, Kentucky, die halverwege de jaren 60 werd opgericht en bestond toen uit: Wayne Young - sologitaar, Jimmie Orten - basgitaar, Marvin Maxwell - drums, Tom Jolly - trompet en Eddie Humphries - saxofoon.
In maart 1965 maakte hun eerste grote tournee als één van de acts van Dick Clark's Caravan of Stars tour en speelde gedurende de toernee zowel als eigen act als begeleidings-band voor Lou Christi, Round Robin, The Tradewinds, Repareta & The Delrons en Louise Harrison (de zuster van Beatle George) voor duizenden schreeuwende rock & roll fans.
Na de tournee begon de band met de regelmaat van de klok optredens te doen in zowel Kentucky als in Florida en deed dienst als begeleidingsband voor Ian Whitcomb, Billy Joe Royal en andere soloartiesten, als die in Louisville optraden.
De band nam een mix van eigen songs en covers op in de Sambo Studios te Louisville, maar omdat die in een garage gevestigd was, waar ook het geluid van krekels, die de garage binnen gekomen waren,  te horen was, was opnemen niet altijd even gemakkelijk.
Toch slaagde de band er in daar de single "Who Do You Love" op te nemen en uit te brengen via Sambo's Boss Records label, waarna Orten uit de band stapte en samen met 2 andere muzikanten uit Louisville naar Florida verhuisde en de New Rhythm Blues Quartet oprichtte.
Hij werd vervangen door zanger Jim Settle, die pas basgitaar had leren spelen en ook zanger Wayne McDonald kwam de band tijdelijk versterken.
In deze formatie deed de band een tweede Dick Clark's Caravan of Stars tournee in november 1965, waar onder andere The Byrds, We Five, Paul Revere & The Raiders en Bo Diddley aan meewerkten.
Kort na de tweede tour stapte Humphries over naar de band van Brenda Lee en ook Jolly verliet de band en in hun plaats werd Frank Bugbee als tweede sologitarist aangetrokken, zodat de band nu bestond uit: Wayne Young - sologitaar, Frank Bugbee - sologitaar, Jim Settle - basgitaar en zang en  Marvin Maxwell - drums en in deze bezetting werd hun single "Stronger Than Dirt" via het Boss Records label uitgebracht.
Omdat in Engeland in die tijd de psychedelisch muziek zijn intrede had gemaakt en daarbij ook de sitar, veranderde de stijl van Soul, Inc. ook, maar in plaats van de sitar, gebruikte de band een banjo, die met veel nagalm gespeeld werd .
Daarna nam de band nog enige singles op, waaronder hun grootste hit "I Belong To Nobody", die begin 1968 op nummer 1 in de hitlijsten van WKLO en WAKY radio kwam, maar tevens het einde voor de band zou betekenen, want binnen enkele maanden gingen Maxwell, Settle en Bugbee als trio verder.
Ze kregen een contract bij het Imperial label en veranderden de bandnaam in Elysian Field, waarna Bugbee de band kort daarna verliet.
Wayne Young zocht nieuwe leden voor Soul, Inc. en diverse muzikanten kwamen en gingen, totdat de uiteindelijke samenstelling bestond uit : Wayne Young - sologitaar, Wes Scott - basgitaar, Chi Howerton - drums, Steve Ulrich - saxofoon en Frank Brentzel - trompet, maar ook maakte sologitarist Denny Lyle een tijdje deel uit van de band, totdat hij de overstap naar Elysian Field maakte.
Ook in deze formatie werden enkele singles uitgebracht en nadat de oorspronkelijke leden Young, Maxwell, Orten en Bugbee in 1999 een reünie hielden, waarbij ze "Subterranean Homesick Blues" speelden, tijdens een benefiet concert ten gunste van een publiek radio station uit Louisville, werd er besloten een nieuwe plaat op te nemen.
De CD "Soul, Inc. Volume 1" bevat 20 nummers en begint met het alom bekende en veel gecoverde blues nummer "Who Do You Love?", dat door Soul, Inc. op uitstekende wijze vertolkt wordt en gevolgd wordt door "Leaves Of Gras", een schitterende garagerock song met een lekker heftig ritme.
Daarna speelt de band een coverversie van de Wilson Pickett song "I Found A Love" en hierin laat de band horen dat soul spelen tot een van hun specialiteiten behoort, om vervolgens verder te gaan met een heerlijke mix van soul en garagerock in het nummer "Stronger Than Dirt".
Dan volgt een alternatieve versie van "I Belong To Nobody", een lekker klinkende pop song, waarbij het einde ontbreekt en deze wordt gevolgd door "Ultra Blue", een fantastisch instrumentaal nummer met soul en garagerock invloeden.
De alternatieve versie van "Subterranean Homesick Blues" is de volgende song, die te beluisteren valt en deze cover van de Bob Dylan song wordt op prima wijze uitgevoerd en gevolgd door "Give Me Time", dat precies hetzelfde nummer is als "Leaves Of Grass" alleen nu met een andere tekst en deze song klinkt dan ook uitstekend.
"60 Miles High" is een schitterende psychedelische song en een antwoord op de Byrds song "Eight Miles High" en wordt gevolgd door "727", een swingend instrumentaal nummer, waarin ook nu weer soul en garagerock invloeden in verwerkt zitten.
In "Hard Luck Harry" laat de band een lekkere soul song horen, waarbij blazers het nummer extra kracht geven en in "UFO" zit een soortgelijk ritme als in "These Boots Are Made For Walking" van Nancy Sinatra, terwijl het synthesizerspel waarschijnlijk als voorbeeld heeft gediend voor "Crazy Horses" van The Osmond Brothers.
Met "Yellow Morning Glory" speelt de band een song, die in een beatmis niet zou misstaan, maar toch is dit een lekker klinkende song, waarbij je de neiging kan krijgen mee te gaan bewegen.
Vervolgens speelt de band hun oorspronkelijke uitvoering van "Subterranean Homesick Blues" en deze klinkt uitstekend en wordt gevolgd door de alternatieve versie van "Stronger Than Dirt", die iets ruiger klinkt dan de uitvoering, die op single verscheen.
Ook de alternatieve versie van "I Found A Love" staat op de CD en deze klinkt weer gewoon uitstekend, waarna de band hun grootste hit "I Belong To Nobody"  in de single uitvoering laat horen en deze keer is het nummer wel compleet.
"Been Down So Long" is een prima commerciële pop song van een latere incarnatie van Soul, Inc. en "Poppin Good" een dansbaar Zuid Amerikaans aandoend instrumentaal nummer, dat niet bij de rest van de nummers past en "I Hate You", het laatste nummer van de CD, is een fantastische swingende versie van dit nummer en op de zang na, swingender klinkt dan de versie van Elysian Field.
"Soul, Inc. Volume 1" is een geweldige CD, die vol staat met heerlijke muziek en daarom in de collectie van elke zestiger jaren muziekliefhebber thuis hoort.