woensdag 29 januari 2020

Review: Psychedelic States - West Virginia In The 60s

Gear Fab 2020 (GF-293)

Nadat hij eerder muziek uitbracht van bands uit de staten: Florida (vol.1-4), Georgia, Alabama (vol.1-2), New York (vol.1-3), Texas, Illinois, Ohio (vol.1-3), Indiana, Arkansas, Colorado, Wisconsin, Mississippi, Maryland en Missouri (vol.1-2), is het nu de beurt aan West Virginia.
Op het album "West Virginia In The 60s" staan 29 nummers van 23 bands, die Roger Maglio bands tot nu toe heeft weten te lokaliseren met behulp van diverse muziek liefhebbers en dit is al de 15e staat in de serie Psychedelic States.
Het album begint met Ali's Dynamics uit Oldtown, die in 1967 de single "Break Down" / "Dissapointed In You", een swingende garagerock song, waar een terugkerend ritme in zit, uitbracht en dit nummer wordt gevolgd door "What She's Done" (1966) van The Mojos uit Hurricane, die een mooie rustige beat song spelen, waarna Long Brothers uit Wheeling Island het nummer "Dream Girl" (1966), een aanstekelijke uptempo rock song, ten gehore brengt, die gevolgd wordt door "Be What You Is" (1966) van Flys uit Buckhannon, een swingende garagerock song, die aanzet tot dansen.
Daarna volgen Second Set (Clarksburg) met "Picture Window" (1967), een pop song, die in een gemiddeld tempo gespeeld wordt, Plastic Menagerie (plaats onbekend) met "Hold Your Baby Close" (1966), een prima mix van garagerock en pop, Sabres (Man) met "Need Your Lovin'" (1967), een uptempo pop song, Mysterians (Clarksburg) met "Walking Home" (1966), een rustige pop song.
Dan volgen "I'm So Tired" (1966) van Pee Wee & The Prophets (plaats onbekend), die een rustige pop song speelt, "Hey You" (1967) van Evil Enc.Group (Oak Hill),een garagerock song met wisselende tempo's, "Nobody" (1965), een uptempo rock & roll song van Barracuda's (Elanor), "I Can't Take It" (1968) van Satisfied Minds (Huntington), een uitstekende garagerock song, "Back Up" (1965) van New Mason Dixons (Fairmont), een fantastische swingende rock song en "Anymore" (1965) van Rondeus (Mullen), een heerlijke garagerock song met tempowisselingen.
Vervolgens is het de beurt voor Scarlets (Wheeling) met "If I Had A Girl" (1965), een pop song met meerstemmige zang en deze wordt gevolgd door Mojos (Hurricane), die "Go" (B-kant van "What She's Done"), een swingende uptempo rock song, die in rust eindigt, J.T. & The Trolls (Wheeling) met "I Can't Believe It" (1969), een progressieve rock song met blazers, Blue Creed (plaats onbekend) met "Need A Friend" (1970), een schitterende progressieve rock song, Esquires (Clarksburg) met "Boo Hoo Hoo" (1966), een uptempo poprock song met rock & roll invloeden, King James & The Royal Jesters (Poit Pleasant) met "I Get A Feeling" (1968), een lekker in het gehoor klinkende licht psychedelische pop song en Long Brothers (Wheeling) met "Lonely Time" (B-kant van "Dream Girl"), een mooie uptempo pop song.
Verder volgen Evil Enc.Group (Oak Hill) met "The Point Is" (B-kant van "Hey You"), een licht psychedelische poprock song met garagerock invloeden, "Lost Soul (Bluefield) met "For You" (1968), een geweldige licht psychedelische garagerock song, die swingt, Flys ((Buckhannon) met "Reality Composition"#1" (1966), een
swingende garagerock song, Royal (The Royal Band) (Fairmont) met "Star Goddess"(1973), een heerlijke progressieve rock, Sons Of Liberty (Wellsburg) met "Love Babe" (1968), een prachtige pop song, Fantastic Emanons (Mountsville) met "Duh" (1965), een garagerock song met een aanstekelijk ritme en hoog meezing gehalte, Mysterians (Clarksburg) met "My Little Girl" (B-kant van "Walking Home"), een mix van garagerock en pop, die subtiele tempowisselingen heeft en  Plastic Menagerie ((plaats onbekend) met "Tryin' To Come Back", een uitstekende pop song, die enigszins doet denken aan de muziek van The Byrds.

Psychedelic States - "West Virginia In The 60s" is een schitterend tijdsdocument, dat, dankzij Roger Maglio en enkele van zijn vrienden, uitstekende muziek van onbekende bands uit de jaren 60 in de spotlights zet.


woensdag 11 september 2019

Review: Locksley Hall - Locksley Hall

Gear Fab 2019 (GF-292)

Locksley Hall uit Spokane, Californië, Amerika bestond uit leden, die net van high schools uit die plaats kwamen gedurende de periode 1965-1968.
Door hun psychedelische optredens werden de bandleden lokale underground helden en namen in Seattle een album op, onder leiding van gitarist Ned Neltner, die de productie deed en geluidstechnicus Kearney Barton, dat de aandacht trok van producer Pete Welding van Epic Records.
De band, die bestond uit: Ben Staley - zang en sologitaar, Shannon Svenson - zang, Denny Langdale - orgel, Roy Castleman - basgitaar en fluit, Kevin Svenson - zang en Randy Thompson - drums, verhuisde door beloftes en hoop naar Los Angeles om het daar te gaan maken, maar keerde gedesillusioneerd weer terug naar Spokane, om in 1970 uit elkaar te gaan.

Dankzij een her persing uit 1995 op vinyl, besloot Roger Maglio contact op te nemen met John Johnson, die de biografie van de band voor een eventuele her uitgave op CD schreef en omdat de originele muziek banden, na het overlijden van Ben Staley kwijt zijn, werd besloten de als tweede opgenomen banden te gebruiken.

Het album, waar 13 nummers op staan, begint met "Locksley Hall (Poem)", een korte gesproken tekst, die begeleid wordt door een kerk orgel en op een preek lijkt, waarna "Boy" volgt, waarin de band een uitstekende rhythm & blues song volgt, die soul invloeden heeft en in een gemiddeld tempo gespeeld wordt, dat enkele tempowisselingen heeft en gevolgd wordt door "Let Me Blow Out Your Candles", een geweldige progressieve rock song, die in een niet al te hoog tempo gespeeld wordt.
Daarna volgen "Baby Blue Eyes", een swingende pop song, "D-O-P-E", een country song in de stijl van de muziek van Country Joe & The Fish, dat met een korte introductie begint en "Some Say Love", waarin de band opnieuw een swingende song ten gehore brengt.
In "What Does A Lonely Heart Do?" speelt Locksley Hall een schitterende rustige pop song met progressieve rock invloeden en ook in "Que-Bell" speelt de band een prima uptempo progressieve pop song, die een aangenaam ritme heeft.
Dan volgen "Wake Up (Tubby's Tune)", een vrolijk klinkende pop song, die aanzet tot dansen, "When Autumn Leaves Turn To Gold", een licht psychedelische progressieve pop song, die in een gemiddeld tempo gespeeld wordt en over gaat in "Locksley Hall (Poem)", waarin de band opnieuw een korte gesproken tekst declareert met ondersteuning van het kerk orgel.
Verder speelt de band "After Thought", een kort stukje gitaarspel en "Studio Chatter", dat bestaat uit studio grapjes en gepraat van de bandleden.

Roger Maglio is er ook deze maal in geslaagd een uitstekende plaat op te sporen, die met behulp van John Johnson tot stand is gekomen en een prima beeld weergeeft van de jaren 60 begin 70 van de Amerikaanse muziek.

zondag 30 juni 2019

Review: Mad Timothy - A Very Snug Joiner

Gear Fab-2019 (GF-291)

In 1969 bracht de Amerikaanse band Mad Timothy, die waarschijnlijk uit New Jersey kwam, een proefpersing uit, die na jaren terug gevonden werd in een winkel te Chicago.
Roger Maglio werd op deze LP attent gemaakt door zijn vriend Alex Guerssen uit Spanje (Out-Sider Records) en deze stelde hem voor om de muziek van deze band eens te gaan beluisteren.
Helaas zijn er geen gegevens omtrent de band bezetting bekend, zodat het dus een vraag zal blijven, wie de leden waren, maar gelukkig vond Roger de muziek van het album goed genoeg om het na 50 jaar alsnog uit te geven, waardoor wij dus voor de eerste maal in de gelegenheid zijn te horen hoe deze band klonk.
Het album, dat 9 nummers bevat, begint met "Strong Enough", een uitstekende progressieve bluesrock song, waarin de zang geïnspireerd lijkt door die van Jimi Hendrix, terwijl de muziek invloeden bevat van Blue Cheer en Majic Ship en eveneens licht jazz invloeden heeft en dit nummer wordt gevolgd door "Drain Pipe",
een fantastische progressieve rock song met diverse tempowisselingen, die in een niet al te hoog tempo gespeeld wordt en bluesrock invloeden heeft.
Daarna volgt een cover van een Bob Dylan song, gititeld "Masters Of War" en daarin speelt de band een geweldige uitvoerig van dit nummer, dat een licht psychedelische ondertoon plus een terugkerend ritme bevat, waarna "Find My Place", een heerlijke blues song met een aanstekelijk ritme, te horen is.
In "Snug Joiner" brengt Mad Timothy een vrij experimentele instrumentale jam ten gehore, in "Running" volgt weer een swingende mix van bluesrock en progressieve rock en in "J.P.", speelt de band nogmaals zo'n uitstekende blues gerelateerde rock in een gemiddeld tempo.
Verder volgen "You Will Die If You Go Away", een progressieve bluesrock song met eenterugkerend ritme en het door Harpo geschreven blues nummer "King Bee", dat vooral via The Rolling Stones bekend is geworden en hierin speelt de band een verrukkelijke uitvoering in een niet al te hoog tempo, die lichte jazz invloeden heeft.

Roger Maglio is er met behulp van Alex Guerssen opnieuw in geslaagd een geweldige CD uit te brengen, die veel liefhebbers van progressieve blues en rock zal aanspreken en dit is één van zijn beste vondsten ooit.

zondag 12 mei 2019

Review: Various Artists - Louisville In The 60's The Lost Allen-Martin Tapes

Gear Fab 2019 (GF-290)

In de schitterende serie Psychedelic States is het deze keer de beurt aan Louisville, Kentucky en deze wordt uitgegeven onder de naam: "The Lost Allen-Martin Tapes".
De Allen-Martin Studio uit Louisville was de meest populaire studio in de regio en werd dus ook hoofdzakelijk gebruikt door bands uit de streek.
Toen Ray Allen en Hardy Martin in 2006 met pensioen gingen, werd de studio gesloten en bleven de opgenomen banden op de planken liggen.
Drummer Marvin Maxwell (Soul Inc. en Elysian Field) en gitarist Walker Ed Amick (Delaney & Bonnie, Eric Clapton en Joe Cocker) namen het initiatief om de opname banden, die in de afgelopen 40 jaar waren opgenomen, te redden en Jay Petach werd, later dat jaar, bij dit proces betrokken.
Met behulp van Roger Maglio van Gear Fab Records werden er al CD's heruitgebracht van bands als: Soul Inc., Elysian Field, The Oxfords, The Rugbys, The Keyes, Leslie's Motel en Goliath en nu is er, via Gear Fab Records, een verzamel album uitgebracht met 18 nummers van 17 zoveel bands uit de periode 1966-1973.

Het album start met Doug Cook, die in 1973 "British Invasion" voor het label op nam en hierin speelt hij een heerlijke beat song met een melodisch ritme, die overeenkomsten heeft met de muziek van eind jaren 70 en door The Clash opgenomen had kunnen zijn en dit nummer wordt gevolgd door "Earth And Sea" van The Oxfords uit 1971, die een geweldige licht psychedelische uptempo mix van folk en progresieve rock spelen, die gevolgd wordt door "Lonesome Town", een mooie rustige folk song van Debbie Tuggle uit 1972.
Daarna volgt The Rugbys met "I Want You Baby" (1966), een lekker swingende garagerock song met rhythm & blues invloeden, die een aanstekelijk ritme heeft, waarna JB And The Young Wheels "Silly Girl" (1968) speelt en een uitstekende licht psychedelische uptempo song ten gehore brengt en deze wordt gevolgd door "Drive Me Mad" (1968), een afwisselende pop song van The Waters.
In "Just Be You" (1968) speelt The Illusions een verrukkelijke uptempo pop song met beat en psychedelische invloeden, in "Dear, Mr.Fantasy" (1968) brengt The Keyes een cover van het nummer van Traffic ten gehore, waar progressieve rock en folk invloeden in te ontwaren zijn en dat tevens een stukje van "Hey Jude" van The Beatles bevat en in "Drink Your Wine" (1970) van Free Reign speelt de band een uitstekende rock song, die diverse tempowisselingen heeft.
Dan volgt Conception met "Babylon" (1969), een progressieve rock song met diverse tempowisselingen, "Recollection" (1967) van Copperfield, een melodische pop song, die enkele tempowisselingen heeft en Company Front, die "Blackbird" (1967) speelt en deze cover van het Beatles nummer wordt niet klakkeloos na gespeeld, maar dit nummer heeft een eigen inbreng.
Vervolgens speelt Debbie Tuggle opnieuw een prachtige rustige folk song, getiteld "The Days I Have With You"(1972) en deze wordt gevolgd door "Nothing Lasts Forever" van The Premiers, waarin de band een schitterende uptempo rhythm & blues song speelt met invloeden van Bo Diddley, waarna "Brothers Pride het door Burt Bacharach geschreven nummer "Let The Music Play" (1968) speelt, dat een stuk sneller is dan de uitvoering van The Drifters.
Verder spelen Roc "Open Up", een lekker in het gehoor klinkende uptempo pop song, die countryrock invloeden en tempowisselingen heeft, Blues "Rats In My Room" (1967), een geweldige uptempo psychedelische pop song, die een humoristische tekst bevat en Magnificent 7, die "I Wasn't Gonna Tell Nobody" (1968), een progressieve rock song, speelt, die lichte soul invloeden heeft.

Ook nu weer is Roger Maglio er, met behulp van Maxwell, Amick en Petach, in geslaagd een fantastische CD samen te stellen, waar je als liefhebber van jaren 60-70 muziek van gaat watertanden.

zondag 20 januari 2019

Review: Please Feed The Animals - San Franciscan Nights

Gear Fab 2019 (GF-289)

De muziek op CD "San Fanciscan Nights" komt van zogenaamde Exploito muzikanten, die onder de naam Please Feed The Animals deze plaat maakten, die in 1968 via het ARC verscheen, maar welke muzikanten deze plaat hebben gemaakt is helaas niet bekend.
Exploito muzikanten wil zeggen, dat de meeste muzikanten op dit soort albums niet of nauwelijks bij naam genoemd werden op de hoezen en veel te weinig betaald kregen voor hun bijdrage aan de muziek.

Het album bevat 11 nummers, waarvan de meeste hits waren van The Animals en het eerste daarvan is "San Francisco Nights", die perfect door de band nagespeeld wordt en als het stemgeluid van de zanger iets donkerder had geklonken, kon je het verschil niet horen.
Dan volgt "Bring It Home To Me" en ook dit nummer wordt met grote klasse ten gehore gebracht en "Don't Let Me Be Misunderstood" is eveneens weer zo'n geweldig nagespeelde song, die op de zang na, klinkt alsof het The Animals zijn.
In "Don't Bring Me Down" toont Please Feed The Animals nogmaals hun klasse en in "It's My Life" speelt de band opnieuw de sterren van de hemel.
Daarna is het de beurt voor "We've Gotta Get Out Of This Place" ook dit nummer benadert het origineel sterk en wordt gevolgd door "I'm Crying", waarin de band een schitterende uitvoering van deze song laat horen.
Vervolgens speelt de band "The Tracker", een swingende song, die geweldig Hammond orgel spel bevat en een hoog meedein gehalte heeft en "Still I'm Said", een prima cover van het Yardbirds nummer.
Verder volgen "Wrapping Paper", een nummer in de stijl van de muziek van The Mamas And The Papas, dat geschreven werd door Jack Bruce en Pete Brown en op de  B-kant van de Cream single "Cat's Squirrel" staat en het laatste nummer "All Or Nothing" is een uitstekende cover van The Small Faces song, die enigszins afwijkt van het origineel.

Roger Maglio van Gear Fab is er ook nu weer in geslaagd een prima plaat te lokaliseren, die liefhebbers van jaren 60 muziek zeker zullen weten te waarderen, want alle covers van "San Franciscan Nights" van Please Feed The Animals zijn het beluisteren meer dan waard.

donderdag 26 juli 2018

Review: The Countdown 5 - Complete Recordings

Gear Fab 2018-(GF-288)

The Countdown 5 was een band uit Galveston, Texas, die oorspronkelijk in de zomer van 1962 onder de naam D & The Dominoes werd opgericht door de vrienden Tommy Williams - drums, Tommy Murphy - basgitaar en zang en Elesio Delao - zang.
Delao werd al spoedig vervangen door Mack Hayes - zang en keyboards, die Starling Mosley - sologitaar en Steve Long - saxofoon, keyboards en zang introduceerde, maar binnen enkele maanden verliet Mosley de band al en kwam John Balzer in zijn plaats.
Gedurende de volgende jaren werd de legendarische Bamboo Hut en later de Grass Menagerie en Galveston Beach Club hun thuisbasis voor de lente en zomer maanden.
Rond 1964 besloot Don Gomez hun manager te worden, omdat hij de potentiële mogelijkheden van de band zag en tijdens een optreden in The Bamboo Hut, trok de band de aandacht van een TV producer uit Houston, die de band contracteerde voor een wekelijkse TV show, die "Impact" heette en een lokale versie was van "Where The Action Is" van Dick Clark.
De TV producer wilde dat de band hun naam veranderde en de groep besloot The Countdown 5 te gaan heten, waarna de bandleden erg gedreven werden en hun eigen nummers gingen schrijven en opnemen, in de hoop een nationale hit te scoren.
Ook werd de apparatuur aangepast en kwamen er roadies bij en tijdens live optredens, waar de band veel covers speelde, zette The Countdown 5 de zaal aardig op zijn kop, door een energieke set te spelen.
De band trad op diverse plaatsen in Texas op, onder andere in: Houston, Fort Worth, Austin, Dallas, Corpus Christi, Beaumont en meerdere plaatsen en tevens speelde The Countdown 5 in Louisiana , waaronder: New Orleans, Lafayette, Lake Charles en Baton Rouge.
De band deed tevens nog regelmatig mee aan band battles, waar ze het op moesten nemen tegen sterke bands uit Houston, zoals: The Moving Sidewalks (pre ZZ Top), 13th Floor Elevators, The Clique en The Coastliners, die net als The Countdown 5 in Dallas mochten gaan strijden voor de State titel.
Halverwege de jaren 60 schreef de band een hoop eigen nummers, die opgenomen werden en waren ze gedeeltelijk mede eigenaars van de opname studio 'Andrus Productions' en 2 van hun singles kwamen in de top 100 terecht ("Uncle Kirby" en "Shake Na Na").
Om die reden begonnen concert promoters hun te boeken als voorprogramma van bekende bands, zoals: Dave Clark Five, Paul Revere And The Raiders, Grass Roots, Sam The Sam And The Pharaohs, The Fifth Dimension en anderen.
In 1969 besloten de bandleden, dat het tijd was om ieder hun eigen te gaan en werd de band opgeheven, om tot nu toe niet meer bij elkaar te komen, maar met achterlating van hun muziek, die te beluisteren valt op de 2CD "Complete Recordings", die hun singles, proefpersingen, compilatie nummers en alternatieve stereo versies bevat en tevens onuitgebrachte opnamen uit de periode 1967-1969, die de band maakte in de Walter Andrus Studio; al met al zo'n 40 nummers, waarbij het vermelden waard is, dat hun 9 singles via diverse labels werden uitgebracht, waaronder: Cinema, Audiodisc Recording, Pic, Polar, Toucan Records, Saint Martin Record en Cobblestone Records.

CD 1, die 54 minuten duurt en de helft van de nummers bevat, opent met "Bamboo Hut", een swingende uptempo rock & roll song, die gevolgd wordt door "Shout", dat in een hoog tempo gespeeld wordt, waarna "Do What You Do Well", een lekker swingende uptempo country song.
Dan volgt "My Own Style Of Living", een uptempo song in de stijl van de muziek van The Everly Brothers en de zestiger jaren Britse beat bands en dit nummer wordt gevolgd door "Uncle Kirby (From Brazil)", een fantastische mix van garagerock en psychedelische rock, die gevolgd wordt door "Spectaculation", een heerlijke dansbare pop song, die lichte barok invloeden heeft.
Daarna speelt de band "Time To Spare", een opgewekte aanstekelijke song, waarbij stil zitten geen optie is, "Elevator", eveneens een vrolijk klinkende pop song, die aanzet tot dansen en gevolgd wordt door "Maybe I'll Love You", een swingende aanstekelijke song, die enkele prima tempowisselingen heeft.
In "Willie And The Hand Jive" speelt The Countdown 5 een nummer in de stijl van Bo Diddley, dat swingt, in "We Are All One", een mooie rustige pop song en in "Skaka Shaka Na Na", een swingend nummer met lichte soul invloeden, dat live opgenomen lijkt te zijn.
Vervolgens speelt de band "Money Man", een geweldige swingende aanstekelijke pop song, waarna de stereo versie van "Uncle Kirby (From Brazil)" volgt, waarin de muziek voller klinkt en dat is evenzo het geval in de stereo uitvoeringen van "Time To Spare", We Are All One" en "Money Man", die daarop volgen.
Verder staan "Something On Her Mind" een vrolijke pop song, die prachtige samenzang bevat, "Candy", een schitterende garagerock song en "Sweet Talk", een uitstekende uptempo rock song met soul invloeden op de CD.

CD 2 duurt bijna 53 minuten en start met "Don't Buy Meet From The Milkman", een lekker in het gehoor klinkende dansbare pop song, die gevolgd wordt door "Big Big Man", een fantastische swingende country rock song, waarbij stil zitten niet aan de orde is en "Unfair To Me", een progressieve rock song met wisselende tempo's.
In "Good Woman" speelt de band een afwisselende progressieve rock song en in "Beneath My Rug" een uitstekende rock song, die in een gemiddeld tempo gespeeld wordt en progressieve rock invloden heeft en in "We're Just People" een prachtige pop song, die invloeden uit filmmuziek heeft.
Dan speelt de band "I Gotta Keep What I Take" een prima uptempo poprock song, die zeer dansbaar is en enkele subtiele tempowisselingen bevat en gevolgd wordt door "So Pass Me By", een mooie rustige pop song, waarin de band orkestraal begeleid wordt, waarna "What Can You Do When You're Down" volgt, een swingende pop song, die diverse subtiele tempowisselingen bevat.
Daarna volgen "When I'm Gone Away", een uitstekende poprock song, die in een gemiddeld tempo gespeeld wordt, "Legs", een schitterende swingende uptempo poprock song, die een aanstekelijk ritme heeft en "Sallazar", een vrij rustige pop song met prima samenzang.
Vervolgens speelt The Countdown 5 "Sally Green", een fantastische swingende pop song, "Stone Fire Garden", een erg rustige mooie pop song en "One Way Traffic", waarin een deel van een nummer van Booker T. and The Onions in verwerkt zit en de band een lekker in het gehoor klinkende song ten gehore brengt.
"These Few Things" is een verrukkelijke pop song met sterke zang, "I Gotta Leave You", een mooie, vrij rustige, song, waarin enkele subtiele tempowisselingen zitten en "Hair" is één van de vele covers van dit nummer, dat een hit was voor de Nederlandse band Zen.
Verder staan de gesproken "Countdown's Radio Commercial", dat 34 seconden duurt en de "New Year's Eve Greeting", die 36 seconden duurt op de CD.

Dankzij Roger Maglio van Gear Fab is er weer een juweeltje uit de jaren 60 opgedoken en zij, die de muziek uit dit tijdperk verzamelen, zullen er zeker blij mee zijn en hopelijk zullen er nog velen zoals deze volgen.

donderdag 15 maart 2018

Review: The Blues Goes On - The Blues Goes On

Gear Fab 2018 (GF-287)

De muziek op CD The Blues Goes On komt van zogenaamde Exploito muzikanten.
Dat wil zeggen, dat de meeste muzikanten op dit soort albums niet of nauwelijks bij naam genoemd werden op de hoezen en veel te weinig betaald kregen voor hun bijdrage aan de muziek.
Een van die bands was Sphinx Tush uit Hamburg, die onder de naam The Live Experience Band, die diverse Jimi Hendrix tribuut albums uit zagen brengen door de Duitse labels Ken en TT en de Italiaanse labels Joker en Broadway Internationaal.
Ook maakten ze enkele andere LP's, waaronder het in 1971 verschenen album "The Blues Goes On", dat onder de bandnaam The Blues Goes On verscheen.

Het album werd in 1971 via het Ken label uitgebracht en bevat 7 nummers, waarvan "Big Pink Vol.1 (Give Me A Horsecat)" het eerste is.
Daarin speelt de band een uitstekende swingende mix van progressieve rock en bluesrock in een gemiddeld tempo, waarna "He Died In Prison" volgt en de band een lekker in het gehoor klinkend rock nummer speelt, dat jazz invloeden heeft.
Dan brengt de band "Rimmer Blues" ten gehore, een mix van jazz en progressieve rock, die lichtelijk chaotisch klinkt en gevolgd wordt door "Hey Joe", waarin de band een vrij goede uitvoering van dit nummer laat horen.
In het 14 minuten durende "What Do See When You Turn Out This Life" speelt The Blues Goes On een fantastische progressieve rock song in een niet al te hoog tempo en na een minuut of 10 zit daar een heerlijke drums solo in, die ongeveer 2 minuten duurt.
Vervolgens speelt de band "Tribute To Lorenz Westphal", een schitterende instrumentale mix van bluesrock en progressieve rock en "Randolph Never Song", eveneens een verrukkelijk progressief rock nummer, dat met hoge snelheid gespeeld wordt.

Ook deze keer is Roger Maglio, met behulp van Hans Von Seyditz, die tevens voor de begeleidende tekst zorgde, er weer in geslaagd een geweldig album te lokaliseren, dat in de periode van uitbrengen sterk onder gewaardeerd is, waardoor het destijds in de schappen is blijven liggen.
Echte verzamelaars van jaren 60 en 70 muziek zullen zeker in hun nopjes zijn met deze her uitgave.