zaterdag 15 juli 2017

Review: Daybreak - Daybreak

Gear Fab - 2017 (GF-284)

Daybreak uit Pearl River, New York, werd in 1969 dor 5 high school vrienden opgericht, die dezelfde muzikale interesses hadden.
Oorspronkelijk heette de band Identical Stranger en bestond uit: Graig Kozlow - sologitaar en zang, Vinnie seplesky - basgitaar en zang en Bruce Pollack - drums.
Nadat ook Mike Ciulla - zang en kazoo en Rich Alper - keyboards en saxofoon zich bij het trio hadden gevoegd was de band, die ze vanaf toen Daybreak noemden, een feit.
De band werd vrij bekend in de streek rond Rockland County, New York, trad regelmatig op met andere regionale bands en won een belangrijke bandjes wedstrijd, waardoor ze nog meer bekendheid kreeg.
Het repertoire van Daybreak bestond uit eigen nummers en covers van groepen zoals Steppenwolf, The Who, Grand Funk Railroad, Cream, Mountain, Moody Blues, Rolling Stones en Iron Butterfly.
Hun debuut album "Daybreak" verscheen in 1971 in een beperkte oplage van 400 stuks via het RPC (Recorded Publications Company) label.

Het eerste nummer van het album, dat 7 nummers bevat, heet "Can't Get Down" en hierin speelt de band een heerlijke progressieve rock song, waar enkele prima tempowisselingen in zitten en het gitaarspel zo nu en dan stevig is.
Daarna volgt de Neil Young cover "Down By The River", waarin de band een redelijke uitvoering van deze song ten gehore brengt, om te vervolgen met "(I'm Only) Half Here", een uitstekende progressieverock song, die in een gemiddeld tempo gespeeld wordt en diverse subtiele tempwisselingen heeft.
Dan laat de band een lekker stukje rock & roll horen in "(Were Gonna) Rock Around The Clock" (Bill Haley), waarna de cover "Night In White Satin" (Moody Blues) volgt en Daybreak een song speelt, waarin de muziek zo nu en dan overstuurd is.
In "Monster, Suicide, America", dat bijna 10 minuten duurt, speelt de band een progressieve rock song met diverse tempowisselingen en in het laatste nummer van het album "Alone Again" brengt de band een schitterende rustige rock song ten gehore, die abrupt wordt afgebroken, zodat het idee rijst, dat het nummer een stuk langer behoord te zijn.

Roger Maglio van Gear Fab is er andermaal in geslaagd met behulp van een vriend (Clark Faville) een collector uit begin jaren 70 her uit te brengen en deze CD is opgedragen ter nagedachtenis van Graig Kozlow, die in 2010 overleed.

vrijdag 23 juni 2017

Review: Blues-Rock Festival '70 - Beat Club International

Gear Fab - 2017 (GF-283)

De term "Exploito" werd tijdens halverwege de jaren 60 bedacht, doordat de muziek industrie bands inhuurden, die muziek speelden tegen de laagste kosten.
Veel van de artiesten werden dan ook niet met naam vermeld op de grammofoonplaten hoezen, maar de muziek die deze bands maakten was zeker niet slecht.
Op de vele uitgaven van de labels zoals Europe, en German Fass, waren het hoofdzakelijk leden van uit Hamburg afkomstige The German Bonds en The tonics, aangevuld met Rattles' basgitarist Herbert Hildebrandt, die werden gevraagd.(zie ook GF-274)
Roger Maglio heeft voor deze uitgave weer 2 albums uit die periode op 1 CD gezet, waarvan de eerste "Blues-Rock Festival '70" heet.
Daarop worden bandnamen zoals: Bluegrass Champions, Rock Revival Ltd. en The Moody Five vermeld, maar in feite zijn het de muzikanten, die hierboven zijn  beschreven.

Het album, dat 12 live nummers bevat, werd destijds via het Metronome Perl Serie label uitgebracht en verscheen later via TT en Astan Records.
Het eerste nummer van de plaat heet "Blue Tail Fly", een lekker in het gehoor klinkende progressieve rock song, die in een gemiddeld tempo gespeeld wordt en deze wordt gevolgd door "The Girl I Left Behind", een uitstekende mix van blues en pop, waarin de zang lichtelijk aan die van Robert Plant van Led Zeppelin doet denken.
Daarna volgt "Trapeze", een swingende uptempo bluesrock song, die gevolgd wordt door "Old Dan Tucker", waarin de band een swingende bluesrock song met een aanstekelijk ritme speelt.
In "The Valley So Low" speelt de band een dansbare rock song, in "Devil" een swingende rock song met hardrock invloeden en in "Barbara Allen" een mix van garagerock, hardrock en pop.
Het volgende nummer heet "Stewball" en dit is een heerlijke progressieve rock song, die gevolgd wordt door "From College", waarin de band een prima stukje progressieve rock ten gehore brengt.
"Sugar In Your Tea" begint vrij rustig, maar na korte tijd verandert dat en speelt de band een uptempo mix van progressieve rock en bluesrock, die enkele tempowisselingen heeft en gevolgd wordt door "Sleep Tight", een slaap liedje, dat in een uptempo gespeeld wordt, waarna het laatste nummer van de LP, een fantastisch stuk instrumentale bluesrock, te horen is, getiteld "Race".
Ook de LP Beat Club International werd live opgenomen en verscheen via het Metronome Perl Serie label en werd later door TT en Astan Records uitgebracht.
De plaat begint met "Aunt Rhody", een swingende rock song, die een hoog meezing gehalte heeft en gevolgd wordt door "Wayfaring Stranger", een uitstekende pop song.
Daarna speelt de band "Betsy", een swingende rock met een aanstekelijk ritme, waarna "Careless Love" ten gehore gebracht wordt, een schitterende progressieve rock song.
Dan volgt "King In Heaven", een prachtige rustige pop song, die in de stijl van Elvis Presley gezongen wordt en instrumentaal wel iets weg heeft van "A Whiter Shade Of Pale" van Procul Harum en dit nummer wordt gevolgd door "Railroad", een fantastische progressieve rock song.
In "Blow The Man Down" speelt de band een verrukkelijke swingende progressieve rock song en in "Drill Your Dog" een mix van bluesrock en progressieve rock.
Vervolgens speelt de band "Matty Groves", een mix van pop, rock en reggae, waarna "Brother" volgt, een lekker in het gehoor klinkende swingende rock song met progressieve rock enn soul invloeden.
Verder staan "Lost Women", een geweldige bluesrock song en "Mr Whyler", een swingende rock song, op het album.

Roger Maglio is er met behulp van Hans von Seydlitz (NL) weer in geslaagd 2 fantastische albums boven water te brengen en op CD uit te brengen en deze is het aanschaffen meer dan waard.

woensdag 12 april 2017

Review: Psychedelic States - Missouri In The 60s Vol.1 & Vol.2

Gear Fab 2017 (GF-282)

In de serie Psychedelic States staat deze keer Missouri centraal en heeft Roger Maglio van het Gear Fab label weer veel bands weten te lokaliseren, waardoor dit een 2CD is geworden, want staan maar liefst 54 nummers van 48 bands op deze dubbel CD, die samen goed zijn voor 140 minuten muziek.

CD 1 start met The Nightcaps uit Manchester, die "Tell My Baby" spelen, een lekker in het gehoor klinkende beat song, die samen met 3 andere nummers van hun EP uit februari 1966 komt en deze werd door het Vettis label uitgebracht.
Larry & The Upsetters uit St. Louis brachten in januari 1966 de single "Everything Gone's Wrong", een mooie rustige pop song, met "Hurt Me" als achterkant, uit.
In maart 1968 verscheen "You Could Help Me Eae The Pain", een prachtige melodisch klinkende pop song, van The Unknown's uit Belleville, die "All Over The World" als B-kant had.
De band bracht 3 singles uit, waarvan deze via het Cinema label en is op deze 2CD met 3 nummers vertegenwoordigd.
Uit St.Louis kwam de band The Intruders, die in maart 1966 de single "That's The Way" / "I'll Go On", een aanstekelijke mix van beat en surf via het Marlo label uitbrachten en ook deze band is met meerdere nummers op de 2CD te horen.
The Happy Return uit St.Louis bracht in juni 1969 de single "I Thought I Loved Her" / "To Give Your Lovin'", een swingende rock song, via het Cadet lable uit en van Roy & The Bristols, die eveneens uit St.Louis kwamen, verscheen in augustus 1966 hun enige single "I Love You" / It's Your Fault", een mix van rock & roll en rhythm & blues en had geen label aanduiding.
In juni 1967 verscheen "What You've Shown" van Symbols uit St.Louis, een schitterende aanstekelijke rock song met diverse tempowisselingen, die "I Know That I" als andere kant had, via het Anaconda label en in mei 1967 bracht het G.A.R. label de single "To Forgive Is Devine", een zeer rustige pop song met "High Heeled Sneekers" als achterkant van Jekyl & The Hydes uit Columbia uit.
The Esquires uit Springfield staan met twee nummers op dit album en "She's My Woman", een swingende beat song uit oktober 1966, die "Misfortune" als B-kant had en op het Dot label verscheen, is de eerste hiervan.
The Blue Velvets kwam uit Kansas City en van deze band verscheen in maart 1965, op het Damon label, de single "Some Other Time" / "Don't Leave Me This Way", een lekker swingende beat song.
Uit St.Joseph kwam The Catalinas, die in 1967 via Chase Candy de single "The CoCo Cherry Mash" / "Talkin' Bout You Now", een mix van rhythm & blues en een  garagerock song en in september 1966 bracht The Fab(ulous) Four uit Kansas City de single "Young Blood" / "I'm Always Doing Something Wrong", een schitterende beat song, uit, via het Brass label.
The Chesmann Square uit Kansas City zag hun single "Try" / "Circles", een uitstekende cover van het Who nummer, door het Lion label uitgebracht worden in februari 1969 en The Vectors uit Frederickstown bracht in juli 1968 de single "Cry Me A 1,000 Tears" / "Pailey Haze", een fantastische licht psychedelische song, op hun eigen Custom label uit.
Ook The Herde uit St.Louis bracht in oktober 1966 een cover via het Cinema label uit en wel van de Britse band Manfred Mann  die het nummer "Mister (You're A Better Man Than I)" meerdere malen gecovered zag en in deze uitvoering speelt de band een geweldige garagerock song, waarvan de zang sterk op die van Wally Tax van The Outsiders lijkt.
Swingende klanken komen van The Guise uit St.Louis, die een mix van psychedelische muziek en garagerock maakten en het nummer "Biographical Except File 6319Q" ten gehore brengen van hun in augustus 1967 via het Musicland verschenen single, die "The Looking Glass" als achterkant had.
In mei 1966 verscheen de single "Whistling Surfer" / "Last Laugh", een prima pop song, van The Cholos uit Ft. Leonard Wood en The Coachmen uit Independence bracht in de jaren 60 een demo proefpersing op het Damon label uit, getiteld "To Many Reasons", een uitstekende swingende rock song met progresseieve rock en garagerock invloeden.
Van St.Petersburg Paradox uit St.Louis verscheen in 1967 de single "Where She's Gone" / "Won't You Take Me", een licht psychedelische pop song, die op een label zonder aanduiding, maar via Technisonic Custom uitgebracht en ook de volgende band, die Electric Sensation heet en eveneens uit St.Louis kwam, bracht hun single "Mary" / "Goodbye Boy", een redelijke pop song, via dat zelfde label uit.
The Clann uit Columbia zag, in juni 1967, hun single "Hey Baby" / "Tall Towers", een heerlijke aanstekelijke swingende pop song, door het G.A.R. label verschijnen.
De uit Kansas City afkomstige band The Blazers bracht in november 1965 op het Brass label hun single "I Don't Need You", een licht psychedelische pop song uit, die Lovin' To Do" als andere kant had en ook in oktober van dat zelfde jaar verscheen via het Theta-Chi label de single ""Contenment" / "Kapo", een live opname, waarin de band een pop song met soul invloeden ten gehore brengt.
In 1967 verscheen "Where Are You", een schitterende mix van garagerock en beat van The Kyks uit Marshall, via het RAF Prductions label met "When Love Comes Search For Me" als achterkant.
Hoss & The Lords uit St.Louis maakte een onuitgebrachte demo, getiteld "Merry Go Round", een uitstekende pop song, die diverse tempowisselingen bevat en prettig in het gehoor klinkt en ook "It's No Use", een swingende beat song van Oliver's Warlocks uit St.Louis is een onuitgebrachte demo.
Het laatste nummer van CD 1, "Go Naked In The Rain" van The Body, is een rustige pop song, die plotseling van tempo en ritme verandert en uitmondt in een geweldige heftige rock song met veel fuzz op de gitaar.
Het eerste nummer van CD 2 komt uit 1968 en heet "Facts Of Life", een fantastische garagerock song van The Extreems uit St.Louis, die door het Star Trek label werd uitgebracht en "Substitute" als achterkant had en gevolgd wordt door "You Want Me Too", een prima uptempo beat song, van The Unknowns, die in 1965 verscheen het Marlo label met Baby's In Black" als B-kant.
In april 1967 verscheen, via het G.A.R. label, de single "Someone Else Like You" / "You Lied To Me", een swingende beat song, van The Vandals uit Columbia en in maart 1968 bracht het Musicland label de single "The Next Thing To Nothing" / "I'm Going To Fight", een uitstekende licht psychedelische pop song, van The Last Resort uit.
The Statics uit St.Louis zagen hun single "I Cant Hold It Back" / "Again And Again", een mix van beat en psychedelische pop, door het Leeander label verschijnen.
Op het Norman label verscheen in maart 1967 de single van The Ovaitt Brothers uit Jefferson City, getiteld "Don't You Think I Know" / "How Can I", een heerlijke beat song, waarin enkele subtiele tempowisselingen zitten en in mei 1968 bracht Cole And The Embers uit Kirkwood H.S. hun single "Hey Girl" / "Love Won't Hurt You", een schitterende licht psychedelische mix van beat en garagerock, via het Star Trek label uit.
The Aardvarks uit St.Louis brachten in augustus 1968 via het Arch label hun single "Unicorn Man" uit, een swingende pop song met "Subconsious Train Of Thought" als andere kant en Those Few uit Springfield liet het Damon label hun single "Will You Love Me" / "It's All Right", een fantastische beat song in Britse stijl, uit brengen.
Het Technisonic Custom label bracht de single van de uit St.Louis afkomstige band Kempion uit, getiteld "Red Sunrise", een rustige licht psychedelische pop song met Bad Boy From St.Louis" als achterkant en van The Esquires verscheen in juli 1967 de single "Summer Nights" / "Settle Down", een lekker in het gehoor klinkende psychedelische pop song.
B.J.And The Hobson Brothers kwam uit Granby en liet hun single "To Those Wishing" / "Mad Sad Man", een uitstekende pop song in gemiddeld tempo, uit 1965, door het Valor label uitbrengen en The Rogues uit St.Louis bracht in dat jaar de nummers "Come Back Home" en "Oh Why", een prima uptempo beat song in Britse stijl, via het Norman label uit.
St.Louis is de plaats waar de meeste bands vandaan kwamen en The Squires was er daar één van.
Hun single uit 1965, "Pieces" / "Wonderin'", een heerlijke vrij rustige beat song, verscheen via Crestfine en in 1966 verscheen via het Marlo label de single "I'll Feel A Whole Lot Better" / "The Modern Era", een vrij rustige pop song met een aangenaam ritme, van The Unknowns.
The Four Of Us uit Kansa City maakte in 1967 voor het Damon label de demo "She's No Fool", een swingende beat song, die prima tempowisselingen bevat en "Harlem Shuffle" als achterkant heeft, terwijl in dat jaar The Belearaphon Expedition uit St.Louis het onuitgebrachte nummer "All We Really Need Is Love" opnam en dit is werkelijk een verrukkelijke swingende progressieve rock song met een aanstekelijk ritme.
In november 1968 verscheen, via het Cadet label, "I Can", een lekker klinkende pop song met diverse tempowisselingen, die "A Day Like Today" als B-kant had, van The Truth uit St.Louis  en in 1969 bracht het Lion label de single "Virgin Lover" / "If I Didn't Wan To See You Anymore", een praachtige licht psychedelische pop song, van Morning Star, uit Kansas City, uit.
The Loved Ones was een band uit Kansas City, die voor Damon de demo "La Da Do Da Da" / "Life Of My Own", een heerlijke garagerock song, opnam en in 1967 verscheen de single "Time" / "News", een uitstekende garagerock song met een swingend ritme, van The Guise op het Musicland label.
Het Farad label bracht in 1968 de single "European Traveler" / "Early In The Morning", een mooie pop song met diverse tempowisselingen en psychedelische rock invloeden, van de uit Rolla afkomstige band The Last Exit uit.
In 1965 maakte The Inquires uit Kansas City voor Diamond een promo demo, getiteld "Midnight Blues" / "Never Meant To Be", een schitterende beat song in Britse stijl en The Intruders brachten in november 1966 op het Cinema label de single "Ruins" / "Total Raunch", een lekker in het gehoor klinkende swingende pop song, uit.
"Watermelon Man", een uitstekende mix van rhythm & blues en beat, van The Others uit Kansas City, die "I Love You So" als achterkant had, werd in 1966 door de band als proef persing gemaakt en in the Mid Western Recording Studios opgenomen.
Van The Happy Return uit St.Louis verscheen op het Stack label in november 1967 de single "Maybe" / "Longed For", een zeer swingende beat song met een aanstekelijk dansbaar vrolijk ritme en Summit uit Clinton bracht in 1969 de single "Thank You Mr. Jones" / "The Darkness", een schitterende hardrock song, via het North Room label uit.

Net als alle andere Psychedelic States, is ook "Missouri In The 60s" een fantastische uitgave, die vol staat met onbekend gebleven zestiger jaren bands en naar mijn idee, een "Must" voor de liefhebbers van dit genre.




donderdag 2 maart 2017

Review: Merrell Fankhauser And H.M.S.Bounty - Things

Gear Fab 2017 (GF-281)

In 1967 bestond de band Fapardokly (zie GF-280) uit: Merrell Fankhauser - zang, sologitaar en sitar, Bill Dodd - zang en sologitaar, John Oliver - zang en basgitaar en Dick Lee - drums.
Merrell en Bill besloten naar Los Angeles te verhuizen om een platen contract te krijgen, maar John en Dick besloten niet mee te gaan.
Zij werden vervangen door Jack Jordan - zang en basgitaar en Larry Meyers - drums.
De groep veranderde de bandnaam in HMS Bounty en kreeg een contract bij Uni/Shamley Records, waarna "Things", het album van Merrell Fankhauser And HMS Bounty, in november 1968 verscheen.
De band scoorde hits in de nationale hitlijst met 2 van de nummers van het album en trad op met onder andere Canned Heaat, Chicago Transit Autority (later alleen Chicago genoemd), The Blues Image en vele anderen.
Helaas voor de band stak het Uni label weinig tijd in de band, omdat het te druk was met het promoten van Neil Diamond, hun nieuwste aanwinst, waarna HMS Bounty eind 1969 besloot uit elkaar te gaan.
Merrell richtte daarna met Jeff Cotton, Larry Willey en Randy Wimer de band Mu op, maar dat is een ander verhaal.

Het album "Things" bevat 13 nummers, waarvan het titelnummer "Things", een heerlijke opgewekte aanstekelijke uptempo pop song, het eerste is en deze wordt gevolgd door "Girl I'm Waiting For You", een prima, vrij rustige, pop song, die, net als "Things", de hitparade haalde.
Daarna volgt "What Does She See In You", waarin de band een lekker in het gehoor klinkende pop song met lichte psychedelische invloeden speelt, waarna "Lost In The City" volgt en dit is een schitterende progressieve rock song.
Dan speelt de band "Your Painted Lives", een uitstekende aanstekelijke pop song, die licht psychedelische invloeden heeft en gevolgd wordt door "Drivin' Sideways On A One Way Street", een swingende mix van garagerock en pop.
In "In A Minute Not Too Soon" brengt H.M.S.Bounty een heerlijk stukje progressieve rock ten gehore en in "A Visit With Ashiya" speelt de band een geweldige psychedelische pop song.
Vervolgens speelt de band "The Big Grey Sky", een vrolijk klinkende pop song, waar lichte psychedelische invloeden in zitten, "Rich Man's Fable" is een uptempo pop song, die aanzet tot dansen en "Ice Cube Island" is een mooie rustige melodische pop song.
Verder staan "Madam Silky", een prima mix van progressieve rock en pop en "I'm Flyin' Home", eveneens een licht progressieve rock song, op het album.

De CD "Things" van Merrell Fankhauser And H.M.S.Bounty bevat 13 uitstekende songs, die naar mijn mening bij elke jaren 60 liefhebber in de smaak zullen vallen en ik kan hen dan ook aanraden, deze schijf eens te gaan beluisteren.

vrijdag 9 december 2016

Review: Fapardokly - Fapardokly

Gear Fab 2016 (GF-280)

Eind 1963 stopte zanger/sologitarist Merrell Fankhauser met de surf band The Impacts uit Pismo Beach en verhuisde hij naar Lancaster, Californië.
Daar ontmoette hij sologitarist Jeff Cotton en vormde hij de band Merrell And The Exiles, waarbij de andere leden Jim Ferguson - basgitaar en Greg Hampton - drums waren.
De band werd door Glenn Records, uit Palmdale, ontdekt en begon hun nummers in de studio op te nemen, waarvan "Too Many Heartbreaks", dat Merrell in 1961 had geschreven, de A-kant van hun debuut single op het Glenn label werd en "Please Be Mine", een nieuwe song, de B-kant.
De single kreeg de nodige airplay en belandde, in april 1964, op de negende plaats van het lokale radio station KUTY, waarna het Glenn label nog 3 singles van de band uitbracht in 1965, 1966 en 1967, respectievelijk: "Send Me Your Love"/"Don't Call On Me", "Sorry For Yourself"/"I Saw Susie Cryin" en "Tomorrow's Girl"/"When I Get Home", waarvan laatstgenoemde het meest succesvol was en nationaal airplay kreeg, zelfs in Dick Clarks radio programma American Band Stand.
In de tussentijd was de band ook diverse malen van samenstelling veranderd, waarbij alleen Merrell de constante factor was en werden er door de band en diverse studio muzikanten genoeg songs opgenomen om meer dan 2 albums te vullen.
Nadat de band in 1967 hun laatste single "Tomorrow's Girl" had opgenomen, verhuisde Merrell in mei dat jaar terug naar Pismo Beach, waar hij de band Fapardokly oprichtte.
De naam kwam van de begin letters van de achternaam van de leden van de band, die bestond uit: Merrell Fankhauser - zang en sologitaar, Parrish - basgitaar (die slechts tijdelijk mee speelde), Bill Dodd - zang en sologitaar en Dick Lee - drums.
Na korte tijd werd Parrish vervangen door zanger/basgitarist John Oliver, waarna enkele maanden later het Glenn Records label contact met Merrell opnam om te vragen, of de band een LP uitbrengen met sommige oudere en nieuwe nummers.
De band reisde naar Palmdale en ging de studio in, waar diverse songs werden opgenomen, maar ook nam de band een nummer op in de Gold Star Studio te Hollywood.
Het Fapardokly album, dat 12 nummers bevat, verscheen in 1967 via het UIP Records label, waarbij de chronologische volgorde niet aangehouden werd, maar bij de songs wel vermeld staat, wie er speelt.

Het album start met "Lila", een mooie rustige pop song uit 1966, die in de Gary Paxton studio te Hollywood werd opgenomen in de bandbezetting: Merrell - zang en sologitaar, Mark Thompson - orgel, Jody Cobb - basgitaar, John Parr - drums, Don Aldridge - zang en Gary Lotspeich - zang.
Daarna staat "The Music Scene" van Fapardokly op het album, dat in 1967 in de Gold Star te Hollywood werd opgenomen door: Merrell Fankhauser - zang en sologitaar, Bill Dodd - zang en sologitaar, John Oliver - zang en basgitaar en Dick Lee - drums en dit is een prettig in het gehoor klinkende pop song, die in een gemiddeld tempo gespeeld wordt, waarna "Sorry For Your Self" volgt en Merrell And The Exiles een song in de stijl van Buddy Holly spelen, waarbij de band bestaat uit: Merrell Fankhauser - zang en sologitaar, Larry Willey - zang en basgitaar, Jim Ferguson - basgitaar, Greg Hampton - drums en John Dey - orgel, terwijl het nummer in 1965 in de Glenn Records studio werd opgenomen.
Het volgende nummer heet "Glass", een aanstekelijke, vrij rustige, licht psychedelische pop song uit 1966 (Gary Paxton studio) en hierop zijn: Merrell - zang en sologitaar, Mark Thompson - orgel, Jody Cobb - basgitaar, John Parr - drums, Don Aldridge - zang en Gary Lotspeich - zang de spelers en dit nummer wordt gevolgd door "Tomorrow's Girl" (Audio Arts Studio te Hollywood, 1967) dat weer onder de naam Merrell And The Exiles vermeld staat en Merrell - zang en sologitaar, Larry Willey - zaang en basgitaar, Mark Thompson - orgel en Randy Wimer - drums de band vormen,  die een lekker swingende uptempo mix van garagerock en beat ten gehore brengen.
In "Susie Cryin" van Merrell And The Exiles (Glenn Records studio, 1965) is een rustige jaren 50 achtige pop song te horen, die vertolkt wordt door: Merrell - zang en sologitaar, Jim Ferguson - basgitaar, Greg Hampton - drums, John Day - orgel en Bruce Ulch - trompet en in "Mr.Clock" (Gary Paxton studio, 1966) speelt de band weer een heerlijke aanstekelijke licht psychedelische pop song, waarbij de bezetting bestaat uit: Merrell - zang en sologitaar, Mark Thompson - orgel, Jody Cobb - basgitaar, John Parr - drums, Don Aldridge - zang en Gary Lotspeich - zang.
Vervolgens staat Fapardokly vermeld (Merrell, Bill, John en Dick) die "Gon To Pot" uit 1967 (Glenn Records studio) spelen en een schitterend psychedelisch instrumentaal laten horen, waarna "No Retreat", een uitstekende licht psychedelische pop song van Fapardokly (Merrell, Bill, John en Dick) te horen is.
Daarna volgen "Too Many Heartbreaks", een lekkere opgewekte swingende jaren 50 song, (Glenn Records,1964) van Merrell And The Exiles (Merrell, Jim, Greg en Jeff Cotton - sologitaar), "When I Get Home", een dansbare pop song met jaren 50 invloeden (Audio Arts studio, 1967) van Merrell And The Exiles(Merrell, Mark, Larry en Randy Wimer - drums) en "Supermarket", een swingende pop song, waarin de trompet ook nu weer een belangrijke rol speelt en in 1966 in de Gary Paxton studio door Merrell, Mark, Jody, John en Bruce opgenomen werd.

"Fapardokly" van Fapardokly is weer zo'n uitstekende CD, die op het Gear Fab label is verschenen en vol staat met heerlijke zestiger jaren muziek en ik kan deze dan ook van harte aanbevelen aan hen, die naar die periode terug verlangen, maar ook aan hen, die benieuwd zijn naar de muziek van toen.

zondag 28 augustus 2016

Review: The Bleu Forest - A Thousand Trees Deep

Gear Fab-2016 (GF-279)

Eind 1965 begonnen Michael Cullen - zang en sologitaar, Gary Heuer - zang en sologitaar en Jack Caviness - drums, uit Moorpark, Californië, samen te spelen en eigen nummers te schrijven.
Na een half jaar kwam Ed Steele (basgitaar) dit trio versterken en nadat hij ingewerkt was, begon de band in en rond Moorpark op te treden, waarbij het publiek goed reageerde op hun zelf geschreven nummers.
De band werd geboekt voor een open microfoon avond, die in The Troubadour te Hollywood plaats vond en werd daar ontdekt door Jimmy Haskell, die onmiddellijk een afspraak met hen maakte om een demo in zijn huisstudio op te nemen.
Gary en Michael werden opgeroepen om hun militaire dienstplicht te vervullen en gingen naar Canada, waar vandaan Gary na enkele maanden terug keerde.
De band bestond toen weer in de oorspronkelijke bezetting op Michael na hij werd vervangen door Larry Wiseman - keyboards en Rohn Barkley - sologitaar en zang.
De nieuw ontstane band, die zich The Bleu Forest noemde, begon eigen nummers te schrijven en Michael, die de eerdere songs had geschreven, gaf de band toestemming, deze te gebruiken.
Jimmy Haskell had studio tijd voor hen geregeld bij Valley Recording Studio in Noord Hollywood, om een album op te nemen, dat "A Thousand Trees Deep" ging heten en onder leiding van Freddie Piro, die onder andere met The Grassroots had gewerkt en later ook de producer van Ambrosia en vele anderen zo worden, maakte de band de opnamen van hun plaat, die ongeveer 6 maanden zouden duren en in 1968 op een Ampex 8 sporen 2" recorder werden opgenomen.
Er was veel interesse voor het album van diverse grote platen labels, waaronder Tower Records, maar nadat er enkele maanden verstreken waren verliet Rohn de band om persoonlijke redenen en omdat The Bleu Forest nu geen zanger meer had, ging de platen deal niet door.
Antonio Barreiros van Golden Pavillion Records bracht het album alsnog op vinyl uit in januari 2016 en informeerde Roger Maglio van Gear Fab Records over de plaat en de mogelijkheid deze op CD uit te brengen en dat resultaat is te horen via deze nieuwe uitgave (GF-279).

Het album, dat 10 nummers bevat, start met de titel song "A Tousand Trees Deep" en daarin speelt de band een heerlijke licht psychedelische pop song in een gemiddeld tempo, die gevolgd wordt door "Look At Me Girl", een schitterende rustige pop song, die orkestrale begeleiding heeft.
Daarna volgt "Bitter Street", een uptempo song, waar uitstekende samenzang in zit en ook dit nummer wordt orkestraal begeleid, waarna "Story Of A Sort" te horen is en hierin speelt de band een vrij rustige pop song, die diverse subtiele tempowisselingen heeft.
Het volgende nummer, dat "That's When Happiness Began" heet, lijkt instrumentaal lichtelijk op "Hey Little Girl" van The Syndicate Of Sound en is een lekker in het gehoor klinkende mix van beat, garagerock en pop.
In "Words In My Mind" laat The Bleu Forest een fantastische swingende mix van garagerock en beat horen, die iets over de helft tijdelijk rustiger wordt, maar al snel weer terug keert naar het tempo en ritme, waar mee begonnen was en in "Through With You" speelt de band weer zo'n prima pop song, die een licht progressief orgelspel bevat.
Verder staan "She Said She's Leaving", een prachtige pop song, die in een gemiddeld tempo gespeeld wordt, "Knock Knock", een heerlijke aanstekelijke pop song, waar lichte progressieve invloeden in zitten en "Trouble", een uitstekende afwisselende pop song met een aanstekelijk ritme.

Ook nu weer is Roger Maglio er in geslaagd een prima onbekende band uit de jaren 60 her uit te brengen en ik vermoed, dat iedere liefhebber van zestiger jaren muziek, deze uitgave zeker op waarde zal weten te schatten.

zondag 29 mei 2016

Review: Reason - The Age Of Reason

Gear Fab 2016-(GF-278)

Over de band Reason is weinig bekend, behalve, dat de band bestond uit: Billy Windsor - sologitaar en zang, Tommy Dildy - keyboards en zang, J.Jenson - basgitaar, T. Gorka - basgitaar en Bill Manning - drums en zang.
Ook is bekend, dat Reason in 1969 het album "The Age Of Reason" via het Georgetown Records label uitbracht, dat in dat zelfde jaar bij Track Records te Washington werd opgenomen onder leiding van opname leider Bill Tate en gemixt werd door Jose Williams, terwijl de productie door Bill Manning gedaan werd.

"The Age Of Reason" bevat 8 nummers, waarvan "This Wheel's On Fire" de eerste is en daarin speelt de band een heerlijke progressieve rock uitvoering van de Bob Dylan cover, waarbij het orgel een belangrijke bijdrage levert en tevens zijn er lichte symfonische rock invloeden in deze song te horen.
Daarna laat de band een versie van "Stay With Me Baby" horen, waarin soul en progressieve rock invloeden gemixt worden en er een uitstekende van deze song te beluisteren is, die gevolgd wordt door "I'm Blue", een verrukkelijke swingende mix van soul, pop en progressieve rock, waarbij het moeilijk is om stil te blijven zitten.
Dan volgt "Don't Try To See Through Me", waarin de band een mooie pop song speelt, die een gemiddeld tempo bevat, waarna Reason vervolgd met "The View From Tim Thompson's Cell", de eerste van de 2 eigen composities.
Hierin doet de zang enigszins denken aan die van Grand Funk Railroad en ook de muziek heeft een progressief karakter, waardoor dit een fantastisch nummer is om naar te luisteren.
In het volgende eigen nummer, "Letter To Home" speelt de band een vrij rustige countryrock song en in "Bang Bang", dat door Sonny Bono (Sonny & Cher) geschreven werd, brengt de band een geweldige progressieve rock uitvoering van dit nummer ten gehore, waarin diverse tempowisselingen zitten en kan wedijveren met "The Beat Goes On" van Vanilla Fudge, dat eveneens van de hand van Sonny Bono is.
Het laatste nummer van het album heet "Temptations Bout To Get Me" en daarin speelt Reason een prima mix van soul en rock in de stijl van The Peddlers in een niet al te hoog tempo.

Roger Maglio van Gear Fab is er ook deze keer weer in geslaagd een schitterend album van een onbekend gebleven band te vinden, dat naar mijn mening in elke collectie van progressieve rock liefhebbers thuis hoort.