zondag 30 juni 2019

Review: Mad Timothy - A Very Snug Joiner

Gear Fab-2019 (GF-291)

In 1969 bracht de Amerikaanse band Mad Timothy, die waarschijnlijk uit New Jersey kwam, een proefpersing uit, die na jaren terug gevonden werd in een winkel te Chicago.
Roger Maglio werd op deze LP attent gemaakt door zijn vriend Alex Guerssen uit Spanje (Out-Sider Records) en deze stelde hem voor om de muziek van deze band eens te gaan beluisteren.
Helaas zijn er geen gegevens omtrent de band bezetting bekend, zodat het dus een vraag zal blijven, wie de leden waren, maar gelukkig vond Roger de muziek van het album goed genoeg om het na 50 jaar alsnog uit te geven, waardoor wij dus voor de eerste maal in de gelegenheid zijn te horen hoe deze band klonk.
Het album, dat 9 nummers bevat, begint met "Strong Enough", een uitstekende progressieve bluesrock song, waarin de zang geïnspireerd lijkt door die van Jimi Hendrix, terwijl de muziek invloeden bevat van Blue Cheer en Majic Ship en eveneens licht jazz invloeden heeft en dit nummer wordt gevolgd door "Drain Pipe",
een fantastische progressieve rock song met diverse tempowisselingen, die in een niet al te hoog tempo gespeeld wordt en bluesrock invloeden heeft.
Daarna volgt een cover van een Bob Dylan song, gititeld "Masters Of War" en daarin speelt de band een geweldige uitvoerig van dit nummer, dat een licht psychedelische ondertoon plus een terugkerend ritme bevat, waarna "Find My Place", een heerlijke blues song met een aanstekelijk ritme, te horen is.
In "Snug Joiner" brengt Mad Timothy een vrij experimentele instrumentale jam ten gehore, in "Running" volgt weer een swingende mix van bluesrock en progressieve rock en in "J.P.", speelt de band nogmaals zo'n uitstekende blues gerelateerde rock in een gemiddeld tempo.
Verder volgen "You Will Die If You Go Away", een progressieve bluesrock song met eenterugkerend ritme en het door Harpo geschreven blues nummer "King Bee", dat vooral via The Rolling Stones bekend is geworden en hierin speelt de band een verrukkelijke uitvoering in een niet al te hoog tempo, die lichte jazz invloeden heeft.

Roger Maglio is er met behulp van Alex Guerssen opnieuw in geslaagd een geweldige CD uit te brengen, die veel liefhebbers van progressieve blues en rock zal aanspreken en dit is één van zijn beste vondsten ooit.

zondag 12 mei 2019

Review: Various Artists - Louisville In The 60's The Lost Allen-Martin Tapes

Gear Fab 2019 (GF-290)

In de schitterende serie Psychedelic States is het deze keer de beurt aan Louisville, Kentucky en deze wordt uitgegeven onder de naam: "The Lost Allen-Martin Tapes".
De Allen-Martin Studio uit Louisville was de meest populaire studio in de regio en werd dus ook hoofdzakelijk gebruikt door bands uit de streek.
Toen Ray Allen en Hardy Martin in 2006 met pensioen gingen, werd de studio gesloten en bleven de opgenomen banden op de planken liggen.
Drummer Marvin Maxwell (Soul Inc. en Elysian Field) en gitarist Walker Ed Amick (Delaney & Bonnie, Eric Clapton en Joe Cocker) namen het initiatief om de opname banden, die in de afgelopen 40 jaar waren opgenomen, te redden en Jay Petach werd, later dat jaar, bij dit proces betrokken.
Met behulp van Roger Maglio van Gear Fab Records werden er al CD's heruitgebracht van bands als: Soul Inc., Elysian Field, The Oxfords, The Rugbys, The Keyes, Leslie's Motel en Goliath en nu is er, via Gear Fab Records, een verzamel album uitgebracht met 18 nummers van 17 zoveel bands uit de periode 1966-1973.

Het album start met Doug Cook, die in 1973 "British Invasion" voor het label op nam en hierin speelt hij een heerlijke beat song met een melodisch ritme, die overeenkomsten heeft met de muziek van eind jaren 70 en door The Clash opgenomen had kunnen zijn en dit nummer wordt gevolgd door "Earth And Sea" van The Oxfords uit 1971, die een geweldige licht psychedelische uptempo mix van folk en progresieve rock spelen, die gevolgd wordt door "Lonesome Town", een mooie rustige folk song van Debbie Tuggle uit 1972.
Daarna volgt The Rugbys met "I Want You Baby" (1966), een lekker swingende garagerock song met rhythm & blues invloeden, die een aanstekelijk ritme heeft, waarna JB And The Young Wheels "Silly Girl" (1968) speelt en een uitstekende licht psychedelische uptempo song ten gehore brengt en deze wordt gevolgd door "Drive Me Mad" (1968), een afwisselende pop song van The Waters.
In "Just Be You" (1968) speelt The Illusions een verrukkelijke uptempo pop song met beat en psychedelische invloeden, in "Dear, Mr.Fantasy" (1968) brengt The Keyes een cover van het nummer van Traffic ten gehore, waar progressieve rock en folk invloeden in te ontwaren zijn en dat tevens een stukje van "Hey Jude" van The Beatles bevat en in "Drink Your Wine" (1970) van Free Reign speelt de band een uitstekende rock song, die diverse tempowisselingen heeft.
Dan volgt Conception met "Babylon" (1969), een progressieve rock song met diverse tempowisselingen, "Recollection" (1967) van Copperfield, een melodische pop song, die enkele tempowisselingen heeft en Company Front, die "Blackbird" (1967) speelt en deze cover van het Beatles nummer wordt niet klakkeloos na gespeeld, maar dit nummer heeft een eigen inbreng.
Vervolgens speelt Debbie Tuggle opnieuw een prachtige rustige folk song, getiteld "The Days I Have With You"(1972) en deze wordt gevolgd door "Nothing Lasts Forever" van The Premiers, waarin de band een schitterende uptempo rhythm & blues song speelt met invloeden van Bo Diddley, waarna "Brothers Pride het door Burt Bacharach geschreven nummer "Let The Music Play" (1968) speelt, dat een stuk sneller is dan de uitvoering van The Drifters.
Verder spelen Roc "Open Up", een lekker in het gehoor klinkende uptempo pop song, die countryrock invloeden en tempowisselingen heeft, Blues "Rats In My Room" (1967), een geweldige uptempo psychedelische pop song, die een humoristische tekst bevat en Magnificent 7, die "I Wasn't Gonna Tell Nobody" (1968), een progressieve rock song, speelt, die lichte soul invloeden heeft.

Ook nu weer is Roger Maglio er, met behulp van Maxwell, Amick en Petach, in geslaagd een fantastische CD samen te stellen, waar je als liefhebber van jaren 60-70 muziek van gaat watertanden.

zondag 20 januari 2019

Review: Please Feed The Animals - San Franciscan Nights

Gear Fab 2019 (GF-289)

De muziek op CD "San Fanciscan Nights" komt van zogenaamde Exploito muzikanten, die onder de naam Please Feed The Animals deze plaat maakten, die in 1968 via het ARC verscheen, maar welke muzikanten deze plaat hebben gemaakt is helaas niet bekend.
Exploito muzikanten wil zeggen, dat de meeste muzikanten op dit soort albums niet of nauwelijks bij naam genoemd werden op de hoezen en veel te weinig betaald kregen voor hun bijdrage aan de muziek.

Het album bevat 11 nummers, waarvan de meeste hits waren van The Animals en het eerste daarvan is "San Francisco Nights", die perfect door de band nagespeeld wordt en als het stemgeluid van de zanger iets donkerder had geklonken, kon je het verschil niet horen.
Dan volgt "Bring It Home To Me" en ook dit nummer wordt met grote klasse ten gehore gebracht en "Don't Let Me Be Misunderstood" is eveneens weer zo'n geweldig nagespeelde song, die op de zang na, klinkt alsof het The Animals zijn.
In "Don't Bring Me Down" toont Please Feed The Animals nogmaals hun klasse en in "It's My Life" speelt de band opnieuw de sterren van de hemel.
Daarna is het de beurt voor "We've Gotta Get Out Of This Place" ook dit nummer benadert het origineel sterk en wordt gevolgd door "I'm Crying", waarin de band een schitterende uitvoering van deze song laat horen.
Vervolgens speelt de band "The Tracker", een swingende song, die geweldig Hammond orgel spel bevat en een hoog meedein gehalte heeft en "Still I'm Said", een prima cover van het Yardbirds nummer.
Verder volgen "Wrapping Paper", een nummer in de stijl van de muziek van The Mamas And The Papas, dat geschreven werd door Jack Bruce en Pete Brown en op de  B-kant van de Cream single "Cat's Squirrel" staat en het laatste nummer "All Or Nothing" is een uitstekende cover van The Small Faces song, die enigszins afwijkt van het origineel.

Roger Maglio van Gear Fab is er ook nu weer in geslaagd een prima plaat te lokaliseren, die liefhebbers van jaren 60 muziek zeker zullen weten te waarderen, want alle covers van "San Franciscan Nights" van Please Feed The Animals zijn het beluisteren meer dan waard.

donderdag 26 juli 2018

Review: The Countdown 5 - Complete Recordings

Gear Fab 2018-(GF-288)

The Countdown 5 was een band uit Galveston, Texas, die oorspronkelijk in de zomer van 1962 onder de naam D & The Dominoes werd opgericht door de vrienden Tommy Williams - drums, Tommy Murphy - basgitaar en zang en Elesio Delao - zang.
Delao werd al spoedig vervangen door Mack Hayes - zang en keyboards, die Starling Mosley - sologitaar en Steve Long - saxofoon, keyboards en zang introduceerde, maar binnen enkele maanden verliet Mosley de band al en kwam John Balzer in zijn plaats.
Gedurende de volgende jaren werd de legendarische Bamboo Hut en later de Grass Menagerie en Galveston Beach Club hun thuisbasis voor de lente en zomer maanden.
Rond 1964 besloot Don Gomez hun manager te worden, omdat hij de potentiële mogelijkheden van de band zag en tijdens een optreden in The Bamboo Hut, trok de band de aandacht van een TV producer uit Houston, die de band contracteerde voor een wekelijkse TV show, die "Impact" heette en een lokale versie was van "Where The Action Is" van Dick Clark.
De TV producer wilde dat de band hun naam veranderde en de groep besloot The Countdown 5 te gaan heten, waarna de bandleden erg gedreven werden en hun eigen nummers gingen schrijven en opnemen, in de hoop een nationale hit te scoren.
Ook werd de apparatuur aangepast en kwamen er roadies bij en tijdens live optredens, waar de band veel covers speelde, zette The Countdown 5 de zaal aardig op zijn kop, door een energieke set te spelen.
De band trad op diverse plaatsen in Texas op, onder andere in: Houston, Fort Worth, Austin, Dallas, Corpus Christi, Beaumont en meerdere plaatsen en tevens speelde The Countdown 5 in Louisiana , waaronder: New Orleans, Lafayette, Lake Charles en Baton Rouge.
De band deed tevens nog regelmatig mee aan band battles, waar ze het op moesten nemen tegen sterke bands uit Houston, zoals: The Moving Sidewalks (pre ZZ Top), 13th Floor Elevators, The Clique en The Coastliners, die net als The Countdown 5 in Dallas mochten gaan strijden voor de State titel.
Halverwege de jaren 60 schreef de band een hoop eigen nummers, die opgenomen werden en waren ze gedeeltelijk mede eigenaars van de opname studio 'Andrus Productions' en 2 van hun singles kwamen in de top 100 terecht ("Uncle Kirby" en "Shake Na Na").
Om die reden begonnen concert promoters hun te boeken als voorprogramma van bekende bands, zoals: Dave Clark Five, Paul Revere And The Raiders, Grass Roots, Sam The Sam And The Pharaohs, The Fifth Dimension en anderen.
In 1969 besloten de bandleden, dat het tijd was om ieder hun eigen te gaan en werd de band opgeheven, om tot nu toe niet meer bij elkaar te komen, maar met achterlating van hun muziek, die te beluisteren valt op de 2CD "Complete Recordings", die hun singles, proefpersingen, compilatie nummers en alternatieve stereo versies bevat en tevens onuitgebrachte opnamen uit de periode 1967-1969, die de band maakte in de Walter Andrus Studio; al met al zo'n 40 nummers, waarbij het vermelden waard is, dat hun 9 singles via diverse labels werden uitgebracht, waaronder: Cinema, Audiodisc Recording, Pic, Polar, Toucan Records, Saint Martin Record en Cobblestone Records.

CD 1, die 54 minuten duurt en de helft van de nummers bevat, opent met "Bamboo Hut", een swingende uptempo rock & roll song, die gevolgd wordt door "Shout", dat in een hoog tempo gespeeld wordt, waarna "Do What You Do Well", een lekker swingende uptempo country song.
Dan volgt "My Own Style Of Living", een uptempo song in de stijl van de muziek van The Everly Brothers en de zestiger jaren Britse beat bands en dit nummer wordt gevolgd door "Uncle Kirby (From Brazil)", een fantastische mix van garagerock en psychedelische rock, die gevolgd wordt door "Spectaculation", een heerlijke dansbare pop song, die lichte barok invloeden heeft.
Daarna speelt de band "Time To Spare", een opgewekte aanstekelijke song, waarbij stil zitten geen optie is, "Elevator", eveneens een vrolijk klinkende pop song, die aanzet tot dansen en gevolgd wordt door "Maybe I'll Love You", een swingende aanstekelijke song, die enkele prima tempowisselingen heeft.
In "Willie And The Hand Jive" speelt The Countdown 5 een nummer in de stijl van Bo Diddley, dat swingt, in "We Are All One", een mooie rustige pop song en in "Skaka Shaka Na Na", een swingend nummer met lichte soul invloeden, dat live opgenomen lijkt te zijn.
Vervolgens speelt de band "Money Man", een geweldige swingende aanstekelijke pop song, waarna de stereo versie van "Uncle Kirby (From Brazil)" volgt, waarin de muziek voller klinkt en dat is evenzo het geval in de stereo uitvoeringen van "Time To Spare", We Are All One" en "Money Man", die daarop volgen.
Verder staan "Something On Her Mind" een vrolijke pop song, die prachtige samenzang bevat, "Candy", een schitterende garagerock song en "Sweet Talk", een uitstekende uptempo rock song met soul invloeden op de CD.

CD 2 duurt bijna 53 minuten en start met "Don't Buy Meet From The Milkman", een lekker in het gehoor klinkende dansbare pop song, die gevolgd wordt door "Big Big Man", een fantastische swingende country rock song, waarbij stil zitten niet aan de orde is en "Unfair To Me", een progressieve rock song met wisselende tempo's.
In "Good Woman" speelt de band een afwisselende progressieve rock song en in "Beneath My Rug" een uitstekende rock song, die in een gemiddeld tempo gespeeld wordt en progressieve rock invloden heeft en in "We're Just People" een prachtige pop song, die invloeden uit filmmuziek heeft.
Dan speelt de band "I Gotta Keep What I Take" een prima uptempo poprock song, die zeer dansbaar is en enkele subtiele tempowisselingen bevat en gevolgd wordt door "So Pass Me By", een mooie rustige pop song, waarin de band orkestraal begeleid wordt, waarna "What Can You Do When You're Down" volgt, een swingende pop song, die diverse subtiele tempowisselingen bevat.
Daarna volgen "When I'm Gone Away", een uitstekende poprock song, die in een gemiddeld tempo gespeeld wordt, "Legs", een schitterende swingende uptempo poprock song, die een aanstekelijk ritme heeft en "Sallazar", een vrij rustige pop song met prima samenzang.
Vervolgens speelt The Countdown 5 "Sally Green", een fantastische swingende pop song, "Stone Fire Garden", een erg rustige mooie pop song en "One Way Traffic", waarin een deel van een nummer van Booker T. and The Onions in verwerkt zit en de band een lekker in het gehoor klinkende song ten gehore brengt.
"These Few Things" is een verrukkelijke pop song met sterke zang, "I Gotta Leave You", een mooie, vrij rustige, song, waarin enkele subtiele tempowisselingen zitten en "Hair" is één van de vele covers van dit nummer, dat een hit was voor de Nederlandse band Zen.
Verder staan de gesproken "Countdown's Radio Commercial", dat 34 seconden duurt en de "New Year's Eve Greeting", die 36 seconden duurt op de CD.

Dankzij Roger Maglio van Gear Fab is er weer een juweeltje uit de jaren 60 opgedoken en zij, die de muziek uit dit tijdperk verzamelen, zullen er zeker blij mee zijn en hopelijk zullen er nog velen zoals deze volgen.

donderdag 15 maart 2018

Review: The Blues Goes On - The Blues Goes On

Gear Fab 2018 (GF-287)

De muziek op CD The Blues Goes On komt van zogenaamde Exploito muzikanten.
Dat wil zeggen, dat de meeste muzikanten op dit soort albums niet of nauwelijks bij naam genoemd werden op de hoezen en veel te weinig betaald kregen voor hun bijdrage aan de muziek.
Een van die bands was Sphinx Tush uit Hamburg, die onder de naam The Live Experience Band, die diverse Jimi Hendrix tribuut albums uit zagen brengen door de Duitse labels Ken en TT en de Italiaanse labels Joker en Broadway Internationaal.
Ook maakten ze enkele andere LP's, waaronder het in 1971 verschenen album "The Blues Goes On", dat onder de bandnaam The Blues Goes On verscheen.

Het album werd in 1971 via het Ken label uitgebracht en bevat 7 nummers, waarvan "Big Pink Vol.1 (Give Me A Horsecat)" het eerste is.
Daarin speelt de band een uitstekende swingende mix van progressieve rock en bluesrock in een gemiddeld tempo, waarna "He Died In Prison" volgt en de band een lekker in het gehoor klinkend rock nummer speelt, dat jazz invloeden heeft.
Dan brengt de band "Rimmer Blues" ten gehore, een mix van jazz en progressieve rock, die lichtelijk chaotisch klinkt en gevolgd wordt door "Hey Joe", waarin de band een vrij goede uitvoering van dit nummer laat horen.
In het 14 minuten durende "What Do See When You Turn Out This Life" speelt The Blues Goes On een fantastische progressieve rock song in een niet al te hoog tempo en na een minuut of 10 zit daar een heerlijke drums solo in, die ongeveer 2 minuten duurt.
Vervolgens speelt de band "Tribute To Lorenz Westphal", een schitterende instrumentale mix van bluesrock en progressieve rock en "Randolph Never Song", eveneens een verrukkelijk progressief rock nummer, dat met hoge snelheid gespeeld wordt.

Ook deze keer is Roger Maglio, met behulp van Hans Von Seyditz, die tevens voor de begeleidende tekst zorgde, er weer in geslaagd een geweldig album te lokaliseren, dat in de periode van uitbrengen sterk onder gewaardeerd is, waardoor het destijds in de schappen is blijven liggen.
Echte verzamelaars van jaren 60 en 70 muziek zullen zeker in hun nopjes zijn met deze her uitgave.

donderdag 16 november 2017

Review: The Bleu Forest - Ichiban Live At Jimmie's

Gear Fab-2017 (GF-286)

Eind 1965 begonnen Michael Cullen - zang en sologitaar, Gary Heuer - zang en sologitaar en Jack Caviness - drums, uit Moorpark, Californië, samen te spelen en eigen nummers te schrijven.
Na een half jaar kwam Ed Steele (basgitaar) dit trio versterken en nadat hij ingewerkt was, begon de band in en rond Moorpark op te treden, waarbij het publiek goed reageerde op hun zelf geschreven nummers.
De band werd geboekt voor een open microfoon avond, die in The Troubadour te Hollywood plaats vond en werd daar ontdekt door Jimmy Haskell, die onmiddellijk een afspraak met hen maakte om een demo in zijn huisstudio op te nemen.
Gary en Michael werden opgeroepen om hun militaire dienstplicht te vervullen en gingen naar Canada, waar vandaan Gary na enkele maanden terug keerde.
De band bestond toen weer in de oorspronkelijke bezetting op Michael na hij werd vervangen door Larry Wiseman - keyboards en Rohn Barkley - sologitaar en zang.
De nieuw ontstane band, die zich The Bleu Forest noemde, begon eigen nummers te schrijven en Michael, die de eerdere songs had geschreven, gaf de band toestemming, deze te gebruiken.
Jimmy Haskell had studio tijd voor hen geregeld bij Valley Recording Studio in Noord Hollywood, om een album op te nemen, dat "A Thousand Trees Deep" ging heten en onder leiding van Freddie Piro, die onder andere met The Grassroots had gewerkt en later ook de producer van Ambrosia en vele anderen zo worden, maakte de band de opnamen van hun plaat, die ongeveer 6 maanden zouden duren en in 1968 op een Ampex 8 sporen 2" recorder werden opgenomen.
Er was veel interesse voor het album van diverse grote platen labels, waaronder Tower Records, maar nadat er enkele maanden verstreken waren verliet Rohn de band om persoonlijke redenen en omdat The Bleu Forest nu geen zanger meer had, ging de platen deal niet door.
Antonio Barreiros van Golden Pavillion Records bracht het album alsnog op vinyl uit in januari 2016 en informeerde Roger Maglio van Gear Fab Records over de plaat en de mogelijkheid deze op CD uit te brengen en dat resultaat is te horen via de uitgave Gear Fab 279 (GF-279).
In augustus 1967 nam Jimmy Haskell een sessie van de band live via een 2 sporen recorder met 2 microfoons bij hem thuis in Hollywood op en de 11 nummers zijn via Gear Fab onder de naam "Ichiban Live At Jimmie's" als uitgave Gear Fab 286 verschenen en tevens als LP via het Golden Pavillion Records label.

Het album start met "Bitter Street" een lekker in het gehoor klinkende uptempo mix van garagerock en licht psychedelische rock, die gevolgd wordt door "Story Of A Sort", een uitstekend swingend stukje rock muziek met een aanstekelijk ritme.
Het volgende nummer heet "When I'm Alone" en daarin speelt de band een psychedelische song met diverse subtiele tempowisselingen, waarna "One I Love" volgt, een swingende beat song, die uitnodigd tot dansen.
Daarna speelt de band "I Need Sunshine", een schitterende beat song, die de sfeer van de jaren 60 prima weer geeft en dit nummer wordt gevolgd door "You Said You're Leaving", een heerlijke, vrij rustige, beat song met garagerock en pop invloeden.
In "Looking In (Introspection Song)" speelt The Bleu Forest een mooie rustige pop song met uitstekende samenzang en in "For You", speelt de band eveneens een prachtige rustige song.
Dan volgen "A Woodland Spring", een dansbare uptempo pop song, die halverwege tijdelijk van tempo verandert, "At Times", een prima rustige pop song en "Colored Rings", een geweldige swingende aanstekelijke pop song, die uptempo gespeeld wordt.

Ook deze keer is het Roger Maglio weer gelukt een vergeten tijdsdocument boven water te krijgen en dit is een ware aanvulling voor hen, die de muziek van de jaren 60 in hun hart hebben gesloten.

zondag 5 november 2017

Review: Mourning Dayze - A Wisconsin Garage Band (McIver Publishing, 2016) (Boek+DVD)

Nadat Gear Fab de CD Psychedelic States - Illinois In The 60s Vol.1 (GF-207) in 2004 had uitgebracht en daar een korte beschrijving van het wel en wee van de band uit die periode had bij vermeld, besloten Rick Pfeifer van The Mourning Dayze en enkele vrienden een compleet verhaal van de band te schrijven, om geïntereseerden meer informatie te verstrekken.
Het boek is in 2 delen gesplitst, waarbij deel 1 de periode van 1965 tot 1970 weergeeft en deel 2 van 1970 tot 2016.
Deel 1 bestaat uit 5 hoofdstukken: 1) De oprichting in 1965; 2) The Coachmen; 3) Mourning Dayze; 4) Fly My Paper Airplane; 5) De laatste maanden van de band en deel 2 uit 7: 1) Najaar 1970, waarin een nieuwe band samengesteld wordt; 2) 28 Jaar in Alpine Valley; 3) Aan het toeren; 4) 1981 The Rise Band; 5) Hergroepering in Queen Street; 6) Steve Dougherty - drums en zang, Jerry Lehr - basgitaar en zang; 7) The drum machine / werkstation; 8) Er van genieten nu het nog kan.
Verder staat er een voor- en slotwoord in het boek plus enkele voetnoten, een dankwoord en stukken, die free-lance journalist Lyle Ernst schreef.

Mourning Dayze werd in 1965 te Whitewater, Wisconsin door Doug Henry - sologitaar en cornet en Rick Pfeifer - slaggitaar en drums onder de naam The Coachmen opgericht.
Verder bestond de eerste formatie uit: Steve Ellmann - zang en drums, Ralph Wells - basgitaar en Ron Wolfe - drums.
Aan drummers had de band dus geen gebrek, maar er werd afgesproken, dat Rick slagitarist werd, Steve zanger en Ron drummer, terwijl Doug sologitarist en Ralph basgitarist was.
Nadat Ron in 1966 in militaire dienst moest, nam Steve de drums voor zijn rekening en omdat Ralph van band veranderde, werd hij vervangen door sologitarist Ken Polacheck, waarna Doug besloot basgitaar te gaan spelen.
Ken zou echter slechts 4 maanden in de band blijven, omdat hij in februari 1967 de kans kreeg studio werk in Californië te gaan doen en werd vervangen door sologitarist, zanger John Valentine.
Aangezien er nog een andere band onder de naam The Coachmen actief was, werd de bandnaam veranderd in Mourning Dayze en door de verscheidene bandwisselingen en veranderende muziek cultuur, werd ook hun muziek anders.
Dat resulteerde in het maken van de enige single "Fly My Paper Airplane" / "Sad Man's Dayze", die in 1967 op de markt verscheen via het Kiderian label, maar helaas voor de band weinig gedraaid werd via de radio stations.
In de zomer van 1968 stapte John uit de band en vonden de anderen in Chuck Amato, die orgel speelde, een vervanger en vond de band tevens een goede oefenruimte in de garage van Ray en Betty Pfeifer.
De volgende band wisseling was dat Chuck de groep verliet en vervangen werd door Mike Warner, die oorspronkelijk drummer was, maar ook kon zingen en in 1969 als zanger bij de band kwam, om in mei 1970 uit de band te stappen.
Doug was in 1969 getrouwd en begon in het najaar les te geven aan studenten en vervolgens moest Steve eind september 1970 in militaire dienst, zodat er werd besloten om de band op te heffen
De band was erg populair in het mid-westen en speelde regelmatig op de vele campussen, die Wisconsin rijk was en in café's waar veel jongeren kwamen.
Niet alleen waren ze populair door hun muziek, maar ook door hun geweldige lichtshows en ze waren één van de eersten, die stroboscopes gebruikten.
Mourning Dayze speelde niet alleen in Wisconsin, maar trad ook op in de staten New York, New Jersey, Florida, Idaho en Canada.
Enkele bekende muzikanten speelden in Mourning Dayze gedurende de eerste vijf jaar, dat de band bestond, zoals Curly Cook (gitarist van Steve Miller Band),  Berry Oakley (basgitarist van Allman Brothers Band) en Mike Warner (drummer van Curtis Mayfield en The Impressions).
Ook opende de band voor verschillende bekende bands, zoals Ohio Express, Lemon Pipers, The Trashmen, New Colony Six en The Music Explosion.
Het boek geeft tevens een overzicht van de plaatsen, waar Mourning Dayze tijdens de eerste 5 jaar van hun bestaan optradplus diverse kantekeningen daarbij.

Deel 2 begint met het moment, dat Rick besloot een nieuwe band te vormen en drummer Dennis Ketterman als eerste daar voor benaderde.
Vervolgens vroeg hij basgitarist "Boom Boom" Bob Jenson en zijn zuster Risé, die de zang voor haar rekening zou nemen, maar omdat Dennis andere plannen had en stopte met de band, zocht hij een andere drummer, die hij vond in de persoon van Robert E. Lee, waarna de nieuwe Mourning Dayze een feit was.
Daarna wordt er een stuk beschreven over de jaren 1972-2000, waar Rick en zijn zuster Rise vaak als duo optraden.
Gedurende de 28 jaar, dat de band actief was, deden er zich veel bandbezettingswisselingen voor, waaronder de vervanging van Bob Jenson door Vaughn Monogue, die op zijn beurt vervangen werd door Doug Matz, maar ook hij bleek geen vaste kracht en zijn vervanger was een basmachine.
In 1978 ging Robert uit de band en kwam Mike Harmon voor hem in de plaats en in 1979 kwam Johnn Stull als basgitarist de plek van de basmachine over nemen, althans tot 1980, want in het najaar van 1980 werd hij vervangen door Tom McGirr.
Omdat de band niet genoeg werk had, besloten Tom en Mike, die beide full time muzikanten waren, te stoppen en Rise en Rick vormden een nieuwe band met de naam The Rise Band, waarin Leroy Dehny de basgitarist werd en Herman Sarduey de drummer.
Leroy verliet de band om deel te gaan uitmaken van The Neville Brothers om later bij Prince in de band te spelen en Herman stopte eveneens, waarna Rick, Risé en Jerry Hebebrand, die inmiddels getrouwd waren, naar Whitewater terug gingen.
Verder staan er weer enkele stukken in, die door Lyle geschreven zijn en betrekking hebben op de periode 1970-2016 en duurt de bijgevoegde DVD ruim 2 uur en 30 minuten.

De DVD start met de single "Fly My Paper Airplane" en gaat vergezeld met live beelden en foto's van de band, waarna Lyle Ernst, een interview doet met de  bandleden van het eerste uur: Rick Pfeifer, Doug Henry en Steve Ellmann, die het verhaal van de band vertellen.
Na 1 uur en 15 minuten krijg ik het verhaal van Risé Hebebrand, Rick Pfeifer, Bob Jenson en Wayne Skau te horen, die in de laatste formatie speelden, om na een half uur te vervolgen met alleen Rick en Risé, die over de muziek, het boek, hun ouders en andere zaken praten, waarna de DVD afgesloten wordt door "Sad Man's Madness", dat de B-kant van de single is.

Mourning Dayze treedt nog steeds elk jaar op tijdens het voorjaar en herfst in de westelijke staten door hun speciale voorliefde voor het toeren.
De band bestond in ieder geval tot 2016, waarbij de formatie tussen 1998 en 2016 hoofdzakelijk bestond uit: Rise, Rick, Bob Jenson (basgitaar) en Wayne Skau (drums).

Hieronder volgt nog een recensie van het album The Lost Recordings met opnamen uit hun periode 1965-1970.

Mourning Dayze - The Lost Recordings (GF-225) (2011)
De CD bevat 8 songs, waarvan de single er één is en hier begint de CD dan ook mee.
"Fly My Paper Airplane" is een geweldige progressieve rock song met een aanstekelijk swingend ritme, dat in sneltreinvaart gespeeld wordt en het volgende nummer, "Sad Man's Madness" is een psychedelische rocksong.
Dan volgen er zes onuitgebrachte songs, waarvan de opname kwaliteit niet helemaal lekker klinkt, maar dat wordt grotendeels gecompenseerd door de prima muziek, die de band ten gehore brengt.
"Man With The Thin Mind" is de eerste van die zes en dit is een heerlijke progressieve rock song, die gevolgd wordt door "Moon That Gives No Sunlight", een countrypop song, die in de stijl van late Byrds songs gespeeld wordt.
Daarna krijg je een schitterend psychedelisch stukje muziek voorgeschoteld in "Rain Time" en "The Mourning Dayze", zoals het volgende nummer heet, klinkt me erg bekend in de oren, al kan ik even niet bedenken waar ik dit van herken, in ieder geval is het een prima popsong, die zeker hit kansen had gehad, als het uitgebracht was geweest.
Nu is het tijd voor een ballad moet de band gedacht hebben en met "Are We Going To Say Goodbye?" verrast The Mourning Dayze me, want dit rustige stukje muziek klinkt fantastisch.
Als afsluiter is er gekozen voor een altenatieve versie van "Fly My Paper Airplane", die helaas door de geluidskwaliteit een stuk minder klinkt, dan het origineel, dat op single verscheen.

Ondanks het feit dat de songs niet helemaal optimaal klinken, vind ik toch dat de CD van Mourning Dayze een waardevol document is, waarop schitterende songs staan en alleen al daarom verdiend om beluisterd te worden.