vrijdag 26 juli 2013

Review: Big Boy Pete - World War 4

Gear Fab 2000-(GF-157)

Omstreeks 1966 begon Pete Miller, beter bekend als Big Boy Pete uit Norwich, Engeland, met het maken van psychedelische muziek.
In de periode 1961 - 1965 was hij gitarist in de band Peter Jay & The Jaywalkers en van 1966 - 1969 in The News.
Hun enige single, die het vinyl haalde was "Baby I Got News For You" uit 1966, waarop behalve Micky Waller ook diverse leden van The Herd meespeelden.
Tussen 1966 en 1968 nam hij in zijn home studio honderden songs op, waarvan er de laatste jaren al veel via CD verschenen.
In 1967 had hij een contract met Polydor Records, waar hij de single "Cold Turkey" / "My Love Is Like A Spaceship" voor het sublabel Camp voor maakte, maar doordat de maatschappij niet Pete's naam op de single zette, maar in plaats daarvan The Performing Light Society, flopte die volkomen en ook de commerciële vooruitzichten voor de single waren slecht, omdat Pete weigerde mee te werken de plaat te promoten.
Ook de opvolgende single, "Nasty Nazi", die Pete voor het label opnam, bracht hem niet verder, want het Duitse Polydor weigerde het nummer uit te brengen en Pete's carrière kwam niet van de grond, iets dat hem trouwens ook niet interesseerde.
Tot 1969 bleef hij in zijn huis te Norwich songs opnemen, totdat hij naar San Francisco, Californië, verhuisde, waar zijn eerste LP, met daarop 14 onuitgebrachte songs in 1996 via het Tenth Planet label verscheen onder de titel "Homage To Catatonia".
Door deze release kreeg Big Boy Pete de aandacht, die hij verdiende en kwam er een vervolg in de vorm van de LP "Summerland", die eveneens door Tenth Planet werd uitgebracht.
Diverse andere labels brachten muziek van hem op de markt, onder andere Gear Fab, die ook beide Tenth Planet releases op CD uitbracht (GF-139 + GF-147).
Ook bracht dit label "The Margetson Demos" (GF-206) en "Cold Turkey" (GF-258) uit, plus de CD "World War IV; A Symphonic Poem", waarvan de nummers van maart 1968 tot maart 1969 opgenomen zijn en in 1969 bijna door het Apple label werden uitgebracht.
Op de CD staan slechts 6 nummers en de eerste daarvan heet "Overture", de enige song, waarop Pete niet alle instrumenten speelt.
De muzikanten, die op dit nummer meespelen zijn: Rob Newton - drums, Pat Barriskil - basgitaar,Norman Samways - trompet, Johnny Byles - tenor saxofoon en Granville Hornsby - Hammond B3 orgel.
"Overture" is een lekker klinkende pop song, die tot ongeveer driekwart van het nummer een ritme bevat, waarbij het tromgeroffel de overhand heeft, maar dan verandert in een zwaar experimenteel nummer.
Daarna krijg ik het 13 minuten durende "Movement 2" te horen en dit is een psychedelische pop song met een kritische tekst, die in een vrij rustig tempo gespeeld wordt en gevolgd wordt door "Movement 3", dat slechts 26 seconden duurt en een voortzetting van het vorige nummer is.
Dan hoor ik "Movement 4", een psychedelische pop song, die hier en daar ook behoorlijk experimenteel klinkt en diverse tempowisselingen bevat.
Vervolgens krijg ik "Quietus" voorgeschoteld en dit is opnieuw zo'n schitterende psychedelische pop song, waarin Pete flink in experimenteert en regelmatig van tempo verandert.
De laatste song heet "Finale", waarin er weer psychedelische pop te beluisteren valt, die vergezeld gaat van experimentele geluiden, waarna het nummer verandert door een tempowisseling, die niet helemaal vlekkeloos verloopt en later in het nummer opnieuw over gaat in het experimentele, waarmee de song begon.
"World War 4" is weliswaar niet zo geweldig als het andere werk van Big Boy Pete, maar desondanks toch een heerlijke CD om te beluisteren.

donderdag 18 juli 2013

Review: The Blues Train - The Blues Train

Gear Fab 2000-(GF-158)

In 1970 werd door een groep Canadese muzikanten de LP "The Blues Train" opgenomen en uitgebracht via het Condor label.
Helaas is er niets over de band The Blues Train bekend en staan alleen de schrijvers van de songs op de LP vermeld, maar waarschijnlijk heet één van de leden Joe Sanchez, die 4 van de nummers schreef.
De LP, die in 2000 door het Gear Fab label op CD werd uitgebracht, bevat 11 nummers, waarvan de eerste "Ride The Train" heet.
Dit nummer begint met het op gang brengen van een stoomtrein, waarna de muziek start en hierin maakt de band een swingende mix van soul en blues, die in uptempo gespeeld wordt.
Daarna hoor ik "Missin' You", een progressieve psychedelische rock song, waarin lichtelijk countryrock invloeden zitten en de muziek me aan die van Country Joe & The Fish doet denken en dit is de eerste van de 4 songs geschreven door Joe Sanchez.
Dan krijg ik "Pain In My Head" te horen en dit is een schitterende rustig gespeelde blues song, die gevolgd wordt door "Some Body To Love", een fantastische swingende psychedelische progressieve rock song, dat de volgende song van de hand van Joe Sanchez is.
Vervolgens krijg ik een uitstekende versie van "Hootchie Kootchie Man" voorgeschoteld en deze wordt gevolgd door "Busted In Chicago", dat eveneens een vrij rustige blues song is en hierin hoor ik de band spelen in de stijl van de Chicago blues.
In "A & R Man" speelt de band weer een swingende psychedelische progressieve rock song in de stijl van Country Joe en evenals het volgende nummer "Coast To Coast", een lekker swingende mix van blues en progressieve rock, geschreven door Joe Sanchez.
"Whole Lot O'Blues" is een instrumentaal blues nummer, waarin gebruik gemaakt wordt van blazers en daardoor een lichte soul invloed bevat.
Met "Got My Eyes On You" laat de band een song horen, die ik van The Animals ken onder de naam "Dimples" en deze versie swingt een stukje meer en hierin gebruikt de band opnieuw blazers.
Als afsluiter krijg ik "Mojo" te horen en deze swingende bluesrock song is beter bekend als "Got My Mojo Workin'" en al door veel blues bands gecovered.
De uitvoering, die ik hier te horen krijg en de snelheid, waarmee de song gespeeld wordt, maakt deze versie tot één van de betere en het nummer swingt dan ook als een trein.
"The Blues Train" is weer zo'n schitterende uitgave van het Gear Fab label, waar ik als muziekliefhebber alleen maar van kan zeggen: Geweldig!

vrijdag 12 juli 2013

Review: Crash Coffin - Crash Coffin

Gear Fab 2013-(GF-267)

Neil Coffin kwam uit Berea, Ohio en groeide op in een gezin met 14 kinderen, waarvan hij de oudste was.
Hij werd muzikaal beïnvloed door de muziek, die radio dj Alan Freed in de late avond uren draaide.
Nadat hij met school gestopt was, kreeg hij van zijn moeder een gitaar, waar hij de muziek van rock & roll muzikanten zoals Chuck Berry op leerde spelen.
In 1959 had hij een rockabilly band, die Neil Coffin And The Pallbearers heette en daarmee deed hij zijn eerste optreden in de Columbia Station City Hall.
Daarna kreeg de band contract als huisband in de Detroiter Club te Detroit, Cleveland en speelde hoofdzakelijk nummers van Little Richard, Chuck Berry en Elvis Presley en in 1962 speelde de band 6 dagen per week in de Three Coins te Detroit.
2 Jaar later stopte Neil met de band en ging als folksinger verder, omdat hij door de muziek van Bob Dylan geïnspireerd werd.
Jaren later, in 1973, vroeg hij enkele muzikanten hem te begeleiden op zijn songs, die hij in een 16 sporen studio wilde opnemen.
De band bestond ten tijde van de opnamen uit: Neil Coffin - slaggitaar, mondharmonica, kazoo en zang, Tom Golli - sologitaar, Mike Shafter - basgitaar, Ron Miller - drums en Ken Miller - keyboards en de achtergrond zang werd gedaan door Tom Coffin en Chris Phillips.
Met deze opnamen ging hij naar een nieuw radio station in Cleveland, WMMS genaamd, die de muziek draaide, die anderen niet wilden draaien.
Tegen de tijd dat Neil thuis was, werd zijn muziek op de radio gedraaid, waarbij de dj zijn naam vermeldde als Crash Coffin en hij ook optredens onder die naam deed en hij jaren later, na uitbrengen van de LP, nog steeds als solo artiest optrad.
Op de LP staan 10 nummers, waarvan de eerste "Masochist Blues" heet en dit is een fantastische rock & roll song, waarin in het pianospel invloeden van Jerry Lee Lewis hoorbaar zijn en de kazoo de song iets extra's meegeeft.
Vervolgens krijg ik een country song te horen, genaamd "Lily" en deze wordt in een rustig tempo gespeeld, waarna er weer een rock & roll song volgt, genaamd "Amazon Woman" en hierin zit een swingend jungle ritme.
Daarna hoor ik "God Loves The Loser" en ook dit is een heerlijk stukje muziek, dat een gemiddeld tempo heeft en licht psychedelisch orgelspel bevat.
In "Mama" speelt de band een swingende uptempo mix van funk en rock en in "Alone Together" laat Crash Coffin een geweldige mix van psychedelische rock en progressieve rock horen.
"Freedom Cake" is een lekkere swingende song in de stijl van Country Joe & The Fish en "The Swing" een licht psychedelisch nummer.
Met "Looney Polka" laat de band horen, hoe een meezinger moet klinken en bij deze dijenkletser is het dan ook moeilijk stil te blijven zitten.
De laatste song heet "Blue Kazoo" en gaat over het geloof en dan met name over Jezus en deze relie pop song wordt in country rock stijl gespeeld, waarbij het ritme aanstekelijk is en hier en daar aan de muziek van Johnny Cash doet denken.
De CD "Crash Coffin" is er één waarop diverse muziekstijlen gespeeld worden, waardoor de veelzijdigheid van Crash Coffin goed naar voren komt en te horen is,
hoe zijn muzikale invloeden van de jaren 50, 60 en begin 70, zijn muziek mede bepaald hebben.
Dit is een CD van grote klasse, die zonder de zoektocht van Roger Maglio waarschijnlijk onopgemerkt was gebleven.

vrijdag 5 juli 2013

Review: The Underground Electrics - Hey Jude / The Generation Gap - Up Up And Away

Gear Fab 2013-(GF-266)

Uitgave 266 van het Gear Fab label bestaat deze keer weer uit 2 LP's, die beide uit 1968 stammen.
De eerste daarvan heet "Hey Jude", die uitgebracht werd via het Crown label en komt van The Underground Electrics met daarop 10 nummers en de plaat start met de titel song "Hey Jude", een cover van The Beatles song.
Het is wel even schrikken als ik deze uitvoering hoor, want die wordt in zo'n langzaam tempo uitgevoerd en met zo'n beroerde zang, dat ik de neiging krijg de CD meteen af te zetten, maar nadat ik toch besluit verder te luisteren, krijg ik een geweldig stukje bluesrock te horen in "Standing At The Crossroads" en hierin klinkt de zang al een stuk beter.
Ook het vervolg "Boogie Children", een progressieve bluesrock, klinkt fantastisch en swingt als een trein.
In "The Syndicator" gaat de band verder met het maken van schitterende progressieve bluesrock en in "No Love In My Heart" krijg ik een lekker swingende blues te horen.
"Goodbye Baby" is een blues ballad en hiermee laat de band horen ook rustigere blues op uitstekende wijze te kunnen spelen en met "Queen Bee" keert de band terug naar het maken van progressieve bluesrock, die deze keer instrumentaal is.
Vervolgens hoor ik meer traditionele bluesrock in "Sunnyland" en die klinkt gewoon lekker, terwijl "Dark And Dreary" weer een geweldig stukje instrumentale progressieve bluesrock is.
Het afsluitende nummer heet "Dust My Blues", een door Elmore James geschreven song en door de band hier op schitterende wijze vertolkt.
Dan krijg ik de LP "Up Up And Away" van The Generation Gap te horen  die via Custom verscheen en ook deze start met de titelsong, dus met "Up Up And Away" en ook dit nummer vind ik ondermaats klinken.
Dan krijg ik "I'm A Man" te horen en hierin gaat het tempo omhoog en verrast de band me met een nummer, dat met lichtelijk aan "Can't Help Myself" van The Four Tops doet denken, die een zelfde soort ritme voor hun song gebruikten.
Vervolgens hoor ik "Make Up Powder And Paint", een rustige pop song met invloeden uit de soul en beat, die gevolgd wordt door "Lisa", een uitstekende uptempo pop song.
"High On Love" heeft invloeden uit blues en soul en deze prima pop song klinkt dan ook heerlijk.
Daarna krijg ik "Woman Of Mine" te horen, waarin de band me een lekker swingende pop song voor schotelt en in "Hard Times", een instrumentaal nummer, wordt de muziek een stukje ruiger en hoor ik de band uitstekende progressieve rock spelen.
In "Strange Shadows" speelt de band een prima instrumentaal beat nummer en in "Fool's Luck" krijg ik een ruige instrumentale progressieve beat te horen, waarin ook lichtelijke soul invloeden te horen zijn, waarna de LP wordt afgesloten met "On The Run", een goed klinkende pop song met bluegrass invloeden.
Na beluistering van deze CD, kan ik maar tot één conclusie komen en dat is dat Roger Maglio van Gear Fab er met deze uitgave weer in is geslaagd geweldige muziek te vinden en uit te brengen.

vrijdag 28 juni 2013

Review: The Ones - The Ones

Gear Fab 2013-(GF-265)

In 1966 nam de Amerikaanse band The Ones hun LP "The Ones" in de National Recording Studios te New York City op, die via het Ashwood House label verscheen en alleen tijdens optredens van de groep werd verkocht.
De band, die erg populair was in New England, bestond uit: Rick McPherson - zang, Rob Schearer - zang, Jeff Costello - sologitaar, Maris Neiburgers - basgitaar, Dickie Stamm - drums en Sam DeSantos - zang en keyboards en werd op de LP bijgestaan door Fred George - piano en orgel en Clay Pitts - vibrafoon.
De LP bevat 12 nummers, waarvan 1 eigen song en begint met "Hang On Sloopy", een uitstekende cover van dit nummer, dat in een iets ruigere versie wordt gespeeld.
De volgende song heet "I Should Have Know Better" en ook dit nummer wordt op een niet onverdienstelijke manier gecoverd, waarna ik het door Clay Pitts geschreven "Maybe It's The Both OF Us" te horen krijg en dit is een lekker swingend klinkende pop song.
Daarna volgt "Don't Make It Over", waarin de band opnieuw een prima cover versie laat horen en hierna krijg ik de heerlijke ballad "My Prayer" te horen.
Dan laat de band hun versie van "I Can't Explain" horen en hoewel deze niet zo rauw als het origineel klinkt, is het toch een goede uitvoering.
Ook "Diddy-Wah-Diddy" is een lekker swingende cover en "(Mr.) You're A Better Man Than I" wordt op een schitterende wijze uitgevoerd en klinkt bijna net zo goed als het origineel.
In de ballad "Unchained Melody" speelt de band een versie van dit nummer, die ik zelfs beter dan die van The Righteous Brothers vind, die er een hit mee scoorden.
"Be My Baby" klinkt eveneens uitstekend, ondanks het feit, dat ik vrouwen zang beter vind in deze song, maar dat is waarschijnlijk omdat ik daar aan gewend ben.
In "Our Day Will Come" hoor ik een prima swingend nummer en in "Goodnight My Love" laat de band me horen ook slaap liedjes te kunnen spelen.
De CD van The Ones geeft het tijdsbeeld van halverwege de jaren 60 goed weer en de band laat met deze cover versies, die zoveel bands uit die periode speelden, horen, tot de betere in dit genre te behoren.

vrijdag 21 juni 2013

Review: Psychedelic States - Florida In The 60s Vol.1

Gear Fab 2000-(GF-159)

In de serie Psychedelic States staat deze keer de CD Florida In The 60s Vol. 1 centraal, waarop 28 nummers van evenzoveel bands te beluisteren zijn.
Het eerste nummer van de CD komt van The Canadian Rogues uit St.Petersburg en heet "Keep In Touch", een lekker swingende garagerock song, die in 1966 via het Texas Charay label verscheen en gevolgd wordt door "You're Gonna Cry" van The Berkley Five, die uit Umatilla, Lake County, kwamen en dit is een geweldige poprock song, waarin ook lichte garagerock invloeden te bespeuren zijn.
Uit Melbourne kwamen The Burlington Esquires, die in 1968 hun single "World", een psychedelische poprock song via Tener uit lieten brengen.
In 1966 bracht de uit Miami afkomstige band The Shades Inc. de single "Who Loved Her?" uit, waarop duidelijk Beatles invloeden te horen zijn en dit nummer had "Sights" als B-kant.
Garagerock klanken gemixt met surf komen van Dr.T & The Undertakers uit Miami, die het instrumentale "Undertaker's Theme" in 1966 zowel via het Target als Epitaph label uitbrachten, maar wel met verschillende achterkanten.
De uitgave van Target had "Blue, Blue Feeling" als B-kant, terwijl "Times Has Changed" de B-kant was van de Epitaph release en dit laatste nummer werd nogmaals als B-kant gebruikt voor hun single "It's Easy Child", die in 1967 via Target verscheen.
Mouse And The Boys uit Jacksonville maakten in 1967 de vrij psychdeleische single "Xcedrin Headache #69" voor het SSS International label.
Het Thames label bracht in 1966 de single "Baby Doesn't Know" / "No Place Or Time" uit, een swingende poprock song met garagerock invloeden van de uit Miami afkomstige band The Echoes Of Barnaby Street. "Cheating", een lekker in gehoor klinkende garagerock song was de A-kant van de single, die "Confession The Blues" als achterkant had en komt van Joshua Dyke uit St.Petersburg, die deze single via het Paris Tower Records label in 1967 uitgebracht zag worden.
The Fewdle Lords kwamen uit Miami en in 1966 bracht het Tiara label hun single "I Know" / "Farewell To Today And Tomorrow" uit en dit laatstgenoemde nummer is een fantastische poprock song.
Rauwe garagerock klanken komen van The Echo uit Miami, die het nummer "Shadow" in 1968 op het Argee label uitbrachten en in 1965 bracht The Twelfth Night uit Orlando het nummer "Grim Reaper", een uitstekende garagerock song, via het eigen DIY label uit.
The Maundy Quintet was een band uit Gainsville, die in 1967 hun single "I'm Not Alone" / "2's Better Than 3", een prachtige pop song, uitbracht en zowel Don Felder als Bernie Leadon, die later met The Eagles succes zouden hebben.
In 1968 verscheen via het Adonis label de single "High Wednesday (I'll Stay With You)", een nogal rommelige song, van Blues Messengers uit Ft.Lauderdale.
Swingend is "She's Coming On Stronger" van The Outsiders uit Tampa, die van dit nummer in 1966 binnen korte tijd meer dan 5000 exemplaren wisten te verkopen.
Het nummer werd via het Knight label uitgebracht en had "Just Let Me Be" als B-kant "You Lied", een prima garagepoprock song, van The Dark Horsemen uit Jacksonville, verscheen in 1966 samen met "Girl, Stand By Me" op een single.
Via het Trip label verscheen in 1969 de single "Secrets" / "Who In The World", een psychedelische pop song, van The Squiremen uit Miami.
The Dead Beats uit Deland brachten hun single "Can't Go On This Way", een prima pop song, in 1967 uit en in dat zelfde jaar bracht The Rare Breed uit Gainsville hun tweede single "I Talk To The Sun", een garagepoprock song, via het Cool As Mouse label uit.
Uit Palaka kwam The Illusions, die in 1966 via zowel het Columbia als het A.C.P. label de single "Take My Heart"/ "I Know", een swingende poprock song, uitgebracht zag worden.
"She Means All The World To Me", een schitterende poprock song, die Beatles invloeden kent, komt van The Magic Circle uit Wildwood-Leesburg, Orlando.
The Jackson Investment Company kwam uit Lakeland en deze band maakte het schitterende "Not This Time", dat swingt als een trein en "What Can I Do?" als achterkant had in 1967.
De tweede uitgave van het Trip label heet "Miss'Blue Three Quarter", een fantastisch ruig garagerock nummer, dat door Neighborhood Of Love opgenomen werd en nogmaals verscheen via het Twin 102 label.
Uit Brevard County kwam Flower Power, die in 1967 het nummer "I Can Feel It" uit bracht, een psychedelische rock song met "Stop" als B-kant.
In april 1966 verscheen de single "Come On Everybody" / "I'll Get By Without You", een heerlijke rustige pop song, van The Members uit St.Petersburg.
Het Manhattan label bracht in 1967 de single "I Find It's True Love" / "Please Agree", een uitstekende uptempo pop song, uit, van de uit Orlando afkomstige band The Mysteries en dat jaar verscheen ook "I Will Make History", een vrij aardige rock song, van The Surprize uit Tampa, die door het Cent label werd
uitgebracht.
Via Tener verscheen in 1966 de single "Ain't It A Shame", een garagerock song, die door The Waveriders uit Orlando opgenomen werd en "Thing In G" als andere kant had.
Eveneens uit Orlando kwam de band The Undertakers en zij maakten in 1967 de single "Searching", een licht psychedelische pop song, die via het (Pine Hills) PH label verscheen.
Op de CD Psychedelic States - Florida In The 60s Vol.1 staat een heleboel heerlijke muziek van onbekend gebleven muzikanten en net als op de andere uitgaven is dit een aanrader voor iedereen, die geïnteresseerd is in jaren 60 muziek.

vrijdag 14 juni 2013

Review: Sigmund Snopek III - Virginia Woolf

Gear Fab 2000-(GF-160)

Eind jaren 60 was Sigmund Snopek III één van de figuren in Milwauki, Wisconsin, die zich serieus bezig hield met het maken van muziek.
Hij verzamelde een aantal muzikanten rond zich, die zijn muzikale ideeën deelden.
Dat waren James Gorton - zang en 12 snarige gitaar, Michael Lorenz - drums en percussie, James Paolo - basgitaar , akoestische gitaar en zang, Byron Wieman - sologitaar en zang, Leonn Kiekowski - drums, , Bou Hwang - viool en Pat Hening - viool.
De band noemde zich Sigmund Snopek & The Bloomsbury People en de muziek, die ze maakten was een mix van progressieve rock, klassiek, blues, psychedelische en experimentele rock, fusion en pop.
Hun LP "Virginia Woolf" werd in 1972 uitgebracht en in 2000 door het Gear Fab label heruitgegeven op CD, aangevuld met 2 bonus nummers.
De CD begint met een kort klassiek aandoend nummer, getiteld "Prelude El Ciudad", dat gevolgd wordt door "Orange", waarin de band een mix maakt van diverse stijlen muziek en tot halverwege overwegend experimenteel psychedelisch klinkt, maar dan over gaat in een swingende progressieve rock song met lichte Beatles invloeden.
Het volgende nummer heet "Blue" en duurt meer dan 13 minuten en ook hierin laat de band horen uitstekende psychedelische muziek te kunnen maken, die gemixt met experimentele rock, rock & roll, fusion en progressieve rock een weergaloos nummer op levert.
Vervolgens hoor ik "Elizabeth", een fantastische pop song, die overeenkomsten vertoont met de stijl van de Engelse band Nirvana uit hun begin periode.
Daarna volgt "Soothsayer's Dove", die de zelfde sfeer uit wasemt en zo nu en dan lichtelijk bombastisch klinkt en over gaat in de titel song "Virginia Woolf", waarin de band met een stukje onvervalste swingende jazz begint, maar dan over schakelt naar een drum solo, waarna opnieuw een overschakeling plaats vindt en de band verder gaat met experimentele jazz en swingende pop.
In "Song Of A Nation" laat de band een lekker swingende pop song horen en in "Epilogue", waarmee het LP gedeelte besloten wordt, hoor ik weer de overeenkomst met Nirvana.
De eerste van de 2 bonus tracks, "Lifencave Book Two (I Am The Moon-Schemamphorus-Culen Calleen-Lady Face)", uit 1973, dat in de Electronic Music Studio van de Universiteit van Wisconsin met minimale middelen is opgenomen en bijna 17 minuten duurt, krijg ik een fantastisch stuk voordrachtskunst te horen, waarin behalve Sigmund Snopek III ook Byron Wieman - zang en James Gorton - zang aan mee werken.
De volgende bonus track stamt uit 1987 en daarop spelen naast Sigmund, de volgende muzikanten een hoofdrol: Duane Stuermer - basgitaar, Brian Richie - 8-snarige bas en harp, Ramy Espinoza - sologitaar en Michael Lorenz - percussie.
Dit nummer ligt in het verlengde van zijn jaren 70 werk, geniaal dus, maar ook bombastisch, orkestraal en experimenteel en de muziek is het beste samen te vatten als RIO (Rock In Opposition).
Hulde aan Roger Maglio voor het uitbrengen van dit stukje pure kunst. Een meesterwerk!