vrijdag 16 mei 2014

Review: Short Cross - Arising

Gear Fab 1998-(GF-119)

De basis voor het ontstaan van de band Short Cross werd in 1965 te Sandston, Virginia, gelegd, toen de 10 jarige Velpo Roberson - zang, akoestische gitaar, solo- en slaggitaar, basgitaar ging spelen in de band met Gray McCalley - drums, percussie en zang, maar dat duurde maar kort.
Ongeveer een jaar later vroeg Gray of Velpo zin had om te komen repeteren en nadat Bob Holmes - slaggitaar, Kenny Roberts - basgitaar en saxofoon en Ben Luck - piano zich bij het duo hadden gevoegd, was de band een feit.
Nadat de band onder de namen The Crusaders en The Resonators had opgetreden, veranderden ze de bandnaam in het voorjaar van 1967 in The Hustlers en wonnen onder die naam de lokale "Battle Of The Bands" in Skateland te Sandston.
Ben Luck verliet de band, om in een andere band, genaamd The Barracudas, te gaan spelen, die reeds een LP hadden gemaakt en hij  werd vervangen door Butch Owens - orgel, piano, moog en zang.
In 1968 won de band opnieuw een "Battle Of The Bands" wedstrijd, waarna ze aan de wedstrijd van de staat Virginia mee mochten doen, waar ze als derde eindigden.
Daarna ging Bob Holmes uit de band en verliet ook Kenny Roberts The Hustlers en hij werd vervangen door Dudley Bird Sharp, zodat de band nu nog maar uit 4 personen bestond.
Maar ook Dudley, die ging trouwen en in de zaak van zijn familie ging werken, waardoor hij niet meer in de band kon spelen, werd vervangen.
Zijn vervanger heette Steve Hicks en met hem werd in 1969 hun debuut single opgenomen, waarna de bandnaam veranderde in Short Cross.
De band was intussen begonnen met het schrijven van eigen nummers en ze lieten zich daarbij beïnvloeden door de muziek van bands als Led Zeppelin, King Crimson, ELP, Grand Funk Railroad, The James Gang, Free, Deep Purple, Black Sabbath, Santana, The Band en een band genaamd Child, die later Steel Mill ging
heten met daarin gitarist Bruce Springsteen.
Short Cross trad in 1970 op tijdens een gratis concert in Monroe Park te Richmond en het 3000 man aanwezige publiek was zo enthousiast, dat ze "More, More, More" begonnen te roepen en de band daardoor op de radio kwam.
Vervolgens kreeg de band de gelegenheid een single op te nemen in de Sigma Studio te Philadelphia, getiteld "On My Own"/"Marching Off To War", die regelmatig op de radio gedraaid werd.
Toen Dudley in 1971 liet weten terug in de band te willen komen, werd Steve ten koste van hem uit de band gezet en in deze formatie werd in december 1971 de LP "Arising" opgenomen in een nieuw gebouwde 16 sporen studio te Richmond, nog voor deze officieel geopend was.
De LP werd in maart 1972 in een oplage van 1000 stuks uitgebracht, waarvan er slechts 300 van verkocht werden, maar de band weigerde ze om ze tijdens optredens te verkopen, want dat vonden ze niet cool.
Ook trad Short Cross op als voorprogramma van Black Sabbath, Black Oak Arkansas, Trapeze en andere bands.
Eind 1972 ging de band opnieuw de Alpha Audio studio in om 2 nummers ("Bomb" en "Before It Rains") op te nemen en stapte Butch uit de band, nadat hij getrouwd was.
Daarna werd het niet meer als het eerder was en verscheidene keyboards spelers kwamen en gingen weer en er werd zelfs een tijdje als trio gespeeld, waarna tegen het eind van 1973 de band uit elkaar ging.
De CD "Arising" begint met de 8 nummers van de LP, waarvan de eerste "Nothin But A Woman" heet en dit is een lekkere snelle progressieve rock song, waarin de band gebruik maakt van een blazerssectie.
Daarna volgt "Wastin Time", eveneens een heerlijke progressieve rock song, waarin subtiel orgelspel te horen is en deze song wordt gevolgd door "Suicide Blues", een schitterende progressieve blues song van 7 minuten, waarvan het begin me aan "Sugar Mama"van Taste doet denken.
Vervolgens speelt de band "Just Don't Care" een uptempo mix van blues en progressieve rock, die swingt als een trein, waarna "On My Own" volgt en ook dit is weer zo'n lekkere bluessong, voorzien van een aanstekelijk ritme.
"Till We Reach The Sun" is opnieuw een fantastische progressieve rock song en hierin zijn invloeden van de muziek van Santana en Chicago Transit Authority te horen en in "Ellen" speelt de band een uitstekende ballad, waarna het laatste nummer van de LP volgt, getiteld "Hobo Love Song", een progressieve rock waarin blues invloeden te horen zijn.
Dan volgt de A-kant van de single en tevens de stereo mix van "On My Own", die in deze versie 2 minuten korter duurt, maar zeker zo lekker klinkt.
De B-kant van de single "Marching Off To War", eveneens de stereo mix, is een vrij rustige, maar schitterende, pop song, die gevolgd wordt door het onuitgebrachte "That's Her Train", een uitstekende mix van blues en progressieve rock, die in een gemiddeld tempo gespeeld wordt.
De laatste 2 nummers komen van een niet af gemaakte demo en de eerste daarvan heet "Bomb", waarin de band een lekkere progressieve rock song speelt en in "Before It Rains" laat de band horen ook prachtige pop songs te kunnen maken.
De CD "Arising" van Short Cross is een heerlijke plaat om naar te luisteren en bewijst maar eens te meer, dat er te veel schitterende muziek onbekend is gebleven en we mogen Roger Maglio dan ook dankbaar zijn, dat hij deze geweldige bands weet te lokaliseren en uit brengt via zijn Gear Fab label.
 

vrijdag 9 mei 2014

Review: American Blues Exchange - Blueprint

Gear Fab 1998-(GF-120)

American Blues Exchange, die in 1968 werd opgericht, bestond uit studenten van het Trinity College uit Hartford.
De band was opgericht door Peter Hartman - basgitaar en Roger Briggs - sologitaar en bestond verder uit: Roy Dudley - zang en mondharmonica en Dale Reed - drums.
Hun repertoire bestond uit nummers van Britse bluesbands zoals Savoy Brown, John Mayall, Cream, Free en anderen plus dat van Amerikaanse blues artiesten als Muddy Waters, Chuck Berry, Canned Heat en Jefferson Airplane.
Gedurende het voorjaar van 1968 speelden ze in koffie huizen en broederschap feesten en in het najaar van 1968 kwam Dan Mixter - sologitaar en zang als vijfde lid bij de band.
In deze formatie zou de band twee-en-een-half jaar blijven bestaan, totdat Dale Reed de band ontbond.
Nadat Roy Dudley flink wat eigen nummers had geschreven, besloot de band in 1969, dat het tijd werd om een LP op te nemen en dat zelfde jaar verscheen de LP "Blueprint", waarop 9 nummers staan, in een oplage van 1000 stuks, waarvan er ongeveer 400 aan mede studenten verkocht werden.
De rest werd onder de bandleden verdeeld en in de loop der jaren door hen weggegeven, op een tiental exemplaren na, die nog geseald zijn.
De CD uitgave bevat 3 extra live nummers, die in de periode 1968-1969 opgenomen zijn.
Het album begint met "On Solitude", een heerlijke mix van een blues en een pop song, waarin enkele prima tempowisselingen zitten en deze wordt gevolgd door "Cold Iron Blues", een schitterend stukje elektrische blues in de stijl van de oude Fleetwood Mac en Chicken Shack, dat in een rustig tempo gespeeld wordt.
Daarna speelt de band het swingende instrumentale "Recorder Thing", waarbij de hoofdrol voor de recorder is weggelegd, waarna "The Taker" volgt en dit is weer zo'n uitstekende mix van pop en blues.
Dan volgt "Burlington Letter", een uitstekende ballad, die gevolgd wordt door "Ode To The Lost Legs Of John Bean", een in uptempo gespeelde blues song.
Vervolgens speelt de band "Big Max Revenge", een zeer swingend instrumentaal blues nummer, dat gevolgd wordt door het schitterende "The True Son Confesses", waarin de band een ballad speelt.
Het laatste en tevens langste nummer van de LP heet "Age Child" en hierin speelt de band opnieuw een heerlijke mix van blues en pop, waarin ook progressieve rock invloeden zitten en dit nummer swingt als een trein.
De eerste van de live opnamens, alle drie covers trouwens, heet "Steppin' Out" en hierin laat de band een swingend instrumentaal nummer horen, dat gevolgd wordt door "One Sunny Day", een lekker in het gehoor klinkende uptempo blues song en het alom bekende en veel gecoverde "Dust My Broom" van Elmore James, dat de band op uitstekende wijze vertolkt.
"Blueprint" van American Blues Exchange" is een heerlijke blues CD en dus een aanrader voor elke liefhebber van dit genre.

vrijdag 2 mei 2014

Review: Tayles - Whoaretheseguys?

Gear Fab 1998-(GF-121)

In 1966 werd te Madison, Wisconsin, de band Tayles opgericht door Jeremy Wilson - basgitaar en zang.
Tayles zou tot de zomer van 1969 covers spelen, maar nadat Jeremy samen met Scott Eakin - dwarsfluit en zang en Pete Rushton ging spelen, begon de band eigen nummers te maken.
De band wisselde regelmatig van samenstelling en nadat Pete in de zomer van 1970 besloot te stoppen, kwamen Bob Schmidtke - sologitaar en zang en Rick Markstrom - drums en zang de band versterken, waarna organist Paul Petzold  als laatste lid aan de band werd toegevoegd.
Tayles trad regelmatig op in de Nitty Gritty en beschouwde deze plaats als hun thuisbasis en het is dan ook niet vreemd, dat de live opnamen van hun LP op 18 maart 1972 in de Nitty Gritty opgenomen zijn, waarna deze door het CineVista label in 1972 uitgebracht werden.
Ook bracht de band in 1971 een dubbele single uit via het Age Of Aquarius label, voordat ze eind 1972 begin 1973 uit elkaar ging.
De CD start met de single, waarvan het eerste nummer "Bizzaro Ben" heet, een lekker in het gehoor klinkende pop song met lichte progressieve rock invloeden, die gevolgd wordt door "She Made Me That Way", een vrij commercieel klinkende pop song, die in een gemiddeld tempo gespeeld wordt.
Kant 3 van de single heet "Funny Paper Sam" en dit is een een heerlijke licht progressieve pop song, waarin Britse invloeden te horen zijn en in "High Time" speelt de band een uitstekende progressieve rock song.
Dan is het tijd voor de live LP, die met "Introduction" begint, waarin de band een 1 minuut durend instrumentaal stukje speelt, gevolgd door de live uitvoering van "Bizzaro Ben" en deze is niet alleen langer dan de single, maar klinkt ook progressiever.
Daarna volgt "Did It", een swingende pop song met latino invloeden en een dansbaar ritme en hierna speelt de band "Baby Doughdough" een swingende pop song in jaren 50 stijl.
Vervolgens speelt de band "Black Widow Spider" een zeer swingende blues song met soul invloeden, "Life On Other Planets Shuffle", dat een lekker swingend instrumentaal blues nummer is en gevolgd wordt door "Angry With My Friend", een uptempo pop song met soul invloeden, waarin de band alle remmen los lijkt te gooien en een geweldig stukje progressieve rock tussendoor speelt.
In "Master Of The Arts" laat Tayles een prima pop song horen en in "Apocalypse Blues"speelt de band een heerlijke blues song met religieuze tekst en in het laatste nummer, dat "Guitar" heet speelt de band de een schitterend instrumentaal rock nummer, waarin de hoofdrol voor de sologitaar is weggelegd en na een tempowisseling laat de band een mix horen van covers van onder andere "Not Fade Away", "Room To Move", "See Me Feel Me","Für Elise" en "Also Sprache Zarathustra".
De CD "Whoaretheseguys?" is weer een uitstekende uitgave van het Gear Fab label en een prima aanvulling op de onbekend gebleven muziek van de jaren 60-70.

vrijdag 25 april 2014

Review: The Projection Company - Give Me Some Lovin' / Staff Carpenborg And The Electric Corona - Fantastic Party

Gear Fab 2014-(GF-271)

Uitgave GF-271 bevat 2 LP's, waarvan niets of nauwelijks iets bekend is omtrent de uitvoerenden, behalve dan de titel van de plaat plus de bandnaam, maar wie de bandleden waren, die de muziek maakten en waar en wanneer de muziek is opgenomen staat niet vermeld.
De eerste 10 nummers worden gespeeld door The Projection Company, die hun LP "Give Me Some Lovin'" via het Custom label uitbrachten in 1967.
De LP start met het alom bekende "Gimme Some Lovin'", een cover van het nummer van de Spencer Davis Group, die op een prima manier vertolkt wordt, waarbij de band ook een lichte eigen inbreng aan het nummer toevoegt.
Daarna speelt de band "Boil The Kettle", een lekker swingend instrumentaal progressief rock nummer, dat gevolgd wordt door "What Else", dat eveneens instrumentaal is en minstens net zo swingend klinkt.
In "Uh Uh Uh" laat de band weer een gezongen nummer horen, waarin een uptempo zit en het ritme vrij dansbaar is en, net als in het vorige nummer, grotendeels door het orgel gedomineerd wordt.
Dan volgt "I Can't Stand It Baby", een swingende gezongen mix van soul en beat en in "Wild Times" laat de band een heerlijke song horen, waarin enkele prima tempowisselingen zitten.
Vervolgens speelt de band "Don't Think Twice" en hierin zit een lekker dansbaar ritme, dat in uptempo gespeeld wordt en klinkt de samenzang uitstekend.
"Kimeaa" is een schitterend instrumentaal psychedelisch nummer, waarbij de band op geweldige wijze gebruik maakt van de sitar, "Our Man Hendrix" laat de kwaliteiten van de sologitarist horen, door het gitaarspel te laten overheersen en in het laatste nummer, "Tune Out Of Place", krijgt ook het Hammond orgel de kans om op de voorgrond te treden.
Dan is het de beurt aan Scott Carpenborg And The Electric Corona, die hun LP "Fantastic Party" in 1971 uitbrachten via het Maritim label en hierop staan 8 nummers, die allemaal geschreven zijn door Paul Bucher, die vermoedelijk het belangrijkste bandlid was.
Ook van deze plaat zijn verder geen gegevens bekend, behalve dan dat dit hoogstwaarschijnlijk een Duitse band was, aangezien de hoes de tekst "Die Tanzplatte Für Heise Stunden" bevat.
De plaat begint met "All Men Shall Be Brothers Of Ludwig", waarin de eerste tonen van "De Vijfde" van Beethoven zijn, maar daarna laat de band er een heerlijke partij psychedelische muziek op los, die in een swingend ritme gespeeld wordt.
Daarna vervolgt de band met "The Every Days Way Down To The Suburbs", waarin de mix van psychedelische muziek, jazz en improvisatie te horen is en het begin van "Lightning Fires, Burning Sorrows" lijkt uit het circus afkomstig, waarbij het hooggeëerd publiek al bijna te horen is, ware het niet, dat de band plotseling besluit een geweldig stukje experimentele muziek te gaan spelen, waarin er ook met het stereo geluid geëxperimenteerd wordt, dat van links naar rechts over gaat.
Het volgende nummer heet "Swing Low, If You Like To Do" en hierin laat de band een swingend stukje rock muziek horen, dat gemixt met experimentele rock en flinke fuzz op de gitaar, een fantastisch nummer oplevert.
"Stainly Heavy Needles" is een heerlijk geïmproviseerd jazz nummer, dat in een hoog tempo gespeeld wordt en "P.A.R.T.Y.", een uitstekende mix van experimentele rock en psychedelische muziek, in een gemiddeld tempo gespeeld.
Daarna volgt "Let The Thing Comin' Up" en ook dit is weer zo'n lekker klinkende vrij experimentele song, waarin deze keer een licht hypnotiserend ritme zit.
Het laatste nummer heet "Shummy Poor Clessford Idea In Troody Traprest Noodles" en hierin speelt de band een schitterend psychedelisch experimenteel instrumentaal nummer, waarin ook nu weer een heerlijk hypnotiserend ritme zit, dat voor een licht trance zorgt.
Roger Maglio is er opnieuw in geslaagd 2 uitstekende uitgaves te vinden en deze te combineren op één CD, waarbij vermeldenswaardig is, dat de LP "Fantastic Party" de naam van de titel volledig waar maakt; Fantastisch!

vrijdag 18 april 2014

Review: Perry Leopold - Experiment In Metaphysics

Gear Fab 1999-(GF-122)

Perry Leopold werd in Philadelphia geboren en luisterde in zijn jeugd naar folk muziek van onder andere Bob Dylan, Phil Ochs, Joan Baez, Tim Buckley en Tim Hardin.
Op zijn vijftiende begon hij met het schrijven en spelen van zijn eigen songs, zichzelf begeleidend op gitaar.
In 1970 maakte hij zijn eerste LP "Experiment In Metaphysics", die in 5 uur tijd in de kelder van een schoenenreparatie winkel was opgenomen en in een oplage van 300 exemplaren was geperst.
De meeste van de 300 exemplaren, die op het WS label verschenen, werden gratis weggegeven in Philadelphia en enkele daarvan doken dertig jaar later op in Hong Kong en Singapore.
Het album bevat 7 nummers en bestaat uit 2 verschillende kanten: kant 1: Kommercial, waarop 4 songs staan en kant 2: Acid-Folk met daar op 3 songs, maar de CD versie heeft nog 3 bonusnummers extra.
De plaat begint met "The Absurd Paranoid", een iets meer dan 8 minuten durende mooie folk song, die in een rustig tempo wordt gespeeld en gezongen en lichte psychedelische invloeden bevat, waarbij de tekst van serieuze aard is.
Daarna volgt "Cold In Philadelphia", eveneens een rustige folksong met een tekst, die met het leven te maken heeft en een licht religieuze achtergrond bevat.
In "And Then, The Snow Came" speelt Perry een psychedelisch instrumentaal nummer met wisselende ritmes en in "The 35Th Of May" speelt hij opnieuw een uitstekende rustige folk song.
"Experiment In Metaphysica" is weer een instrumentaal nummer en daarin speelt Perry een lekker stukje muziek met afwisselende ritmes, dat gevolgd wordt door "When You're Gone (Everything Goes)", een prettig in het gehoor klinkende religieuze folk song en "The U.S.S. Commercial", een prachtige folk song, waarin opnieuw wisselende tempo's zitten.
De eerste van de bonus nummers heet "Jets They Roar" en daarin laat Perry een aanklacht tegen het oorlogsysteem horen en ook in "The Prophesy" speelt hij eenfolk song met een serieuze aanklacht tegen het systeem.
De laatste song is "The Dawning Of Creation" getiteld en hierin speelt hij een uitstekende folk song, die prima in het gehoor klinkt.
De CD "Experiment In Metaphysics" bevat heerlijk rustige muziek, die vergezeld gaat van een boodschap en is daarom alleen al de moeite van het beluisteren waard.

vrijdag 11 april 2014

Review: Psychedelic Crown Jewels - Vol.2

Gear Fab 1999-(GF-123)

Psychedelic Crown Jewels Vol.2 is een verzamel CD, waarop 29 nummers van 28 bands staan, die in de periode 1965-1969 actief waren.
Het eerste nummer van de CD komt van The Counselors uit Columbus, Ohio en heet "Love Go Round", een uitstekende psychedelische song, die in 1968 opgenomen werd en uitgebracht werd via het Ironbeat label met "Why Don't You" als achterkant.
De volgende song heet "Why", een schitterende pop song van Joel Tessler uit Miami, Florida, die deze demo in 1966 maakte en die naar Jack Blanchard van het Zodiac label stuurde.
Daarna volgt Northbridge Company uit Peoria, Illinois, die eind 1967 begin 1968 de geweldige licht psychedelische single "Strange Land, Strange People" via het Sand G label uitbracht.
Het nummer "Come Back )To Me Baby", een heerlijke uptempo beat song uit de periode 1965-1966 komt van een proef persing, waarvan de band gegevens ontbreken, maar door uitvoering van de muziek is het aannemelijk te veronderstellen, dat deze groep waarschijnlijk uit Californië kwam.
The Rockin' Roadrunners uit Orlando, Florida, maakten met "Urban Meadows" een fantastische psychedelische beat song, die in een rustig tempo gespeeld wordt en via het Tener label werd uitgebracht in 1967 en "Go Away", dat in mei 1966 werd uitgebracht via het Lee C (Lee Hazen) label, is een uitstekende beat song.
De demo "Over You" van The Mark V, een high school band, is eveneens een rustige song, die een licht psychedelisch karakter heeft en The Marauders uit Californië maakten met "Our Big Chance" een schitterende garagerock song, die in 1966 als proef persing verscheen.
The Baroque Monthly uit Columbus, Ohio, die in in hun begin periode onder de naam The Jaguars speelden, maakten in 1968 de single "You Are Your Only Mystery" , een lekker klinkende psychedelische pop song, waarin de band zich had laten inspireren door de muziek van The Beatles en The Left Bank.
Oorspronkelijk heette The Jelly Bean Bandits, een New Yorkse band, The Mirror en in 1967 schreven ze alle nummers voor hun gelijknamige LP, waarvan de garagerock song "Salesman" er één was en voor dit nummer haalden ze inspiratie uit The Beatles single "Paerback Writer".
The Menn kwam waarschijnlijk uit Californië en deze band bracht in 1967 de single "Things To Come" uit, een psychedelische beat song met een aanstekelijk dansbaar ritme.
Dan volgt The Hustlers uit Miami, Florida, met de demo van "If You Try", een heerlijke garagerock song, waarvan invloeden van The Byrds en The Beatles lichtelijk hoorbaar zijn.
In April 1968 verscheen het nummer "It Won't Rain On Me", een licht psychedelische pop song van The Sons Of Joseph uit Wyandotte, Michigan en in augustus 1967 werd "Talk To Me", een uptempo psychedelische beat song, door The Checkmates uitgebracht via het Champ label.
Associated Artists bracht in 1967 de single "People Say", een fantastische psychedelische pop song, van The Rogues uit Savannah, Georgia, uit en The Illusion uit Birmingham, Alabama maakten het nummer "Shadows Of You", een snelle beat song, die een prettig ritme bevat.
The Prime Mover uit New York City, New York, bracht, via het Socko label, in november 1967 de single "When You Made Love To Me" uit, een uitstekende licht psychedelische rock song.
In 1967 verscheeen het nummer "Have A Good Time On Me", een lekker in het gehoor klinkende garagepoprock song van The Grapes Of Wrath uit Phoenix, Arizona, via het Storm label en januari van dat zelfde jaar bracht The Off-Beats, die waarschijnlijk uit Louisiana kwam, het nummer "Tired Of Crying", een op "The Harlem Shuffle" geïnspireerde song uit, via het Rhythm label.
Het PKB label bracht in april 1966 het nummer "Yes It's Too Bad" uit, een heerlijke swingende pop song van The Gang Of Saints uit Adel, Georgia, waarvan het gitaarspel me aan dat van Chris Isaak doet denken.
Substantial Evidence uit Biloxi, Mississippi, nam in 1968 3 nummers op: "Hang Loose Mother Goose ('Cause You Got Soul)", "Please Walk By" en "Death Angel", dat via het Groovy Grape label op single verscheen.
Het nummer, een prettig klinkende pop song, haaldeniet alleen de eerste plaats van de Biloxi's radio hitparade, maar ook bereikte het de eerste plaats in Los Angeles bij radio Bogalosa.
Uit Portland, Oregon kwam The Phantoms en hun nummer "The Story Of A Rich Man", dat een mix lijkt van "And Your Bird Can Sing" en "Paperback Writer", werd in maart 1968 via het Grapes label uitgebracht.
In augustus 1967 verscheen, via het Tener label, de single "Drawbridge", een schitterende garagerock song van The Barons uit Orlando, Florida en in dat zelfde jaar kwam ook "The Third Eye" uit, een swingende psychedelische pop song van The Joint Effort uit Texas.
The Kracker Barrell Komplex uit Oglesby en Peru, Illinois, nam hun enige single "My World" / "Different Than Me", een prima pop song, in de David Kennedy Recording Studio op en deze verscheen in 1968 via het Page label.
De single "Gator, Tails And Monkey" / "Bad News", een geweldige garagerock song van The Six & Stonz uit Florida heeft wel iets weg van "I'm Not Your Steppin' Stone" van The Monkees en verscheen via het Tiny Pat label.
In 1966 nam The Individuals, uit New York City, New York, een lekker klinkend licht instrumentaal psychedelisch garagerock nummer, op, getiteld "She's Gone Away", waarvan eerder een gezongen versie verscheen, die op hun LP terecht kwam.
The Jaguars uit Columbus, Ohio, maakten in 1965 de fantastische demo "Two Can Play", een lekker in het gehoor klinkende pop song, waarna de band verder ging onder de naam The Baroque Monthly.
Het laatste nummer van de CD heet "Five Steps To Hell", een schitterende psychedelische rock song", die in 1967 via het D&C label verscheen en komt van The Viceroys uit Sunnydale, Californië.
De CD bevat veel obscure uitgaven, waarvan er maar weinig exemplaren in omloop zijn gebracht en is dus een schitterende aanvulling voor elke jaren 60 muziek verzamelaar.

vrijdag 4 april 2014

Review: Wizard - The Original Wizard

Gear Fab 1999-(GF-124)

Wizard werd in 1970 te Tampa, Florida opgericht door Paul Forney - zang en basgitaar en Ben Schultz - solo-, slaggitaar en zang en bestond tot 1972.
Nadat Chris Luhn, die roadie was van de band Brother, als drummer bij dit duo was gekomen, was de band een feit.
Nadat de bandleden een gedegen repertoire had opgebouwd en goede kritieken kregen, werden ze gevraagd als voorprogramma te fungeren voor Iron Butterfly.
Helaas voor Wizard was dat maar voor korte duur, want het aanwezige publiek vond Wizard geweldig en liet de band niet van het podium gaan, waardoor Iron Butterfly het voorprogramma schrapte.
Ook speelde Wizard begin jaren 70 als voorprogramma van onder andere Chicago, Mountain, Flock en Rod Stewart en bracht in 1971 hun enige LP "The Original Wizard" via het Penguin label uit, waarop 11 nummers staan.
Tevens verscheen dat jaar hun single "Got Love" / "Freedom", die door het Penguin label werd uitgebracht en ook op de CD uitgave van het Gear Fab label te vinden is.
De geremasterde CD The Original Wizard start met "Freedom", een lekker klinkende stevige progressieve rock song, die gevolgd wordt door "Come And See The Bride", dat in een rustig tempo begint, waarna de band er met enkele tempowisselingen in slaagt een prima song te laten horen.
Daarna volgt "What Do You Know About Mary?", een heerlijke stevige rock song, die gevolgd wordt door "Opus Ate", eveneens een uitstekende stevige rock song, waarin een vrolijk aanstekelijk ritme zit.
Dan speelt de band het korte "Goin' Away", dat een in uptempo gespeeld wordt en aanzet tot dansen, waarna "Killing Time" volgt, een schitterende song, waarin de muziek hier en daar iets weg heeft van het Jimi Hendrix nummer "Purple Haze".
In "Got To See My Way" laat Wizard een vrij ruige progressieve rock song horen, die swingt als een trein en in "Ride" speelt de band een mix van country en rock in een prima dansbaar nummer.
"Seance" is wederom een lekker klinkende progressieve rock song, die heftig eindigt, "Talkin' To God", een religieuze rock song die swingt en het laatste nummer van de LP "Evergreen", een schitterende progressieve rock song.
Vervolgens volgt de A-kant van de single "Got Love", een uitstekende dansbare vrij commerciële rock song, waarna de single versie van "Freedom" te horen is en dit is een net zo lekker klinkende uitvoering als die van de LP.
Zoals veel van de uitgaven van Gear Fab is dit wederom een kwaliteitsproduct, die het beluisteren meer dan waard is.