donderdag 29 december 2011

Review: Psychedelic States - Ohio In The 60s Vol.3

Gear Fab 2005-(GF-218)

De reeks Psychedelic States wordt steeds verder uitgebreid en Ohio In The 60 Vol.3 is er weer één uit die schitterende serie.
Deze uitgave bevat 26 nummers van 25 bands, dus slechts 1 band is hier met 2 songs vertegenwoordigd, dat in tegenstelling met andere releases.
The Soul Survivors zijn de openingsband van de CD en er zijn geen gegevens van hun bekend is, behalve de bandnaam, het label waarop de single werd uitgebracht (Mark II), het jaar (1966) en natuurlijk de titels van de single "All My Love" /  "I Won't Worry", waarvan alleen eerstgenoemde te horen is.
"All My Love" is een heerlijke garagerocksong, waarin de basgitaar de boventoon voert.
Ook over The Counts is niets bekend en hun single "Now You're Gone", een fantastische poprocksong, werd in 1965 door het Teen label uitgebracht met "Old Man River" als B-kant.
De high school band The Dantes, uit Worthington, die tussen 1964 en 1968 bestond, staat er met de complete single op, die in 1967 via het Mainline label verscheen en de A-kant is de Rolling Stones cover "Connection", die de band prima uitvoert, terwijl de B-kant "Satisfied", een eigen compositie, een heerlijke vrolijke country song in de stijl van Country Joe & the Fish is.
Uit 1966 stamt "A Girl Like You", een schitterende popsong van Bittervetch uit Dayton, gemaakt in de stijl The Beatles, hun Britse voorbeelden en uitgebracht op het Pixie label.
Voordien heette de band The Chandells, die het nummer "I've Told You", eveneens een prima popsong naar Brits voorbeeld, in 1966 opnamen en hierin bespeur je ook Yardbirds klanken.
Het Sandwich label bracht in 1970 "Long Way To Go", een popsong met up tempo ritme en "Old Comedy" als B-kant uit van Salt(verder geen gegevens bekend).
The Fifth Order uit Columbus maakte in 1966 de single "Goin' Too Far", een geweldige poprocksong, met "Walkin' Away" als achterkant en hun single werd door zowel het Counterpart als Diamond label uitgebracht.
In 1965 bracht het Flo-Roe label "It's A Bit Of Alright", een popsong in Britse stijl, uit van Tony & The Bandits, die uit Bond Hill kwamen.
"Yesterday's Dawn" van The Shillings uit Dayton klinkt als een song van Herman's Hermits en werd in 1967 door het Dayton Band Company label uitgebracht.
Arthur Lee van Love schreef de song "7 And 7 Is" en deze garagerock uitvoering van The Blues Inc. uit Warren mag er zijn, verschenen in 1967 via United Audio met "I Can't Live Without You" als andere kant.
Pictorian Skifulls kwamen uit Dayton en richtten hun eigen Skifull label op, waar ze hun in 1965 verschenen single "In Awhile", een schitterende popsong op uitbrachten met "You've Done Me Wrong" als B-kant.
Uit Cincinnati kwam The Fabulous Fish, die in 1968 het schitterende psychedelische "Scratch My Egg", dat ook nog een stipteaseshow ritme heeft, via het Jewel label uitgebracht zag.
The Streys uit Wooster brachten in 1968 via het B-W label de geweldige garagerocksong "She Cools My Mind" uit en Kenny & The Kasuals, uit Warren, maakten in 1965 de single "I Never Had It So Good", een aardige popsong, met "The Girl I Love" als B-kant.
In december 1965 verscheen de single "What Could I Do", een rustige popsong met tempowisselingen via het Adco label met "Anymore" als achterkant van The Group uit Cincinnati.
Het Wes Mar label bracht in 1966 "Why, Why, Why", een goeie garagepoprocksong, uit met "Save It For Me" van The Cliches, die uit Canton kwamen.
"All You Had To Do Was Ask" is een te gekke beatsong, waarin de mondharmonica een belangrijke rol speelt.
De single, die "Who Does She Love?" als B-kant had, was gemaakt door The Baskervill Hounds uit Cleveland en verscheen in 1966 via het Team label.
De band bracht verscheidene singles uit in de periode 1965-1969, via de labels Dot Tema en Buddah en maakte 1 LP voor het Dot label.
Het volgende nummer, dat "Stay In My Life" heet, lijkt in het begin veel op "I'm A Man" van The Spencer Davis Group, maar gaandeweg verandert dat en deze uit Youngstown afkomstige band, The Pied Pipers, maakte met dit nummer een prima single, die via Hamlin Town verscheen in 1967.
The Four uit Akron lieten hun single "Good Thing Going", een lekkere popsong, 1967 via Nashville North uitbrengen in 1967 met "Cy's Been Drinking Cider" als achterkant.
The Endless kwam uit Springfield en maakte in 1966 de single "Tomorrow's Song", een up-tempo popsong, voor het Cardinal label, die "Prevalling Darkness" als andere kant had.
Uit 1965 stamt de single "I Can Tell", een garagepoprocksong, die door The Mersey Men uit Salem werd gemaakt en via het Wildwoods label werd uitgebracht.
Het Togy label bracht in 1966 de single "Don't Tell Me", een heerlijke poprocksong, met als B-kant "I Need Your Love" uit van de uit Marion afkomstige band The Last Times, die onder de naam The 69ers begon.
Progressieve soul klanken komen van The Chylds uit Canton, die hun single "I Want More" in 1967 via het Giant label zagen verschijnen.
In 1967 verscheen de single "See What's Right", een lekkere popsong, via het Counterpart label van The Wyngates uit Cincinnati en het had "Persian Night Flight" als achterkant.
"Behind Locked Doors" is een schitterende garagerocksong, die de CD op waarlijke wijze afsluit.
Het nummer werd in 1966 door de uit Cleveland afkomstige band The Missing Lynx uitgebracht via het Dynovoice label met "Anymore" als B-kant.
Deze 13e release van de serie Psychedelic States staat weer vol schitterende obskure opnamen en is daarom een welkome aanvulling van de reeks.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen