donderdag 24 november 2011

Review: The Oxfords - Flying Through The Sky One and Two

Gear Fab 2001-(GF168) + Gear Fab 2007-(GF-226)


Het verhaal van The Oxfords uit Louisville, Kentucky, begon op high school in 1964, toen Jay Petach net als de meeste jongeren uit die tijd, in de ban van de muziek van The Beatles was geraakt.
Jay speelde al een jaar gitaar en had al in enkele bandjes gespeeld, maar die bleven nooit lang bestaan, totdat hij eindelijk een band bijeen had, waarmee hij optredens ging doen.
Ze noemden zich The Spectres en Jay speelde daarin sologitaar, Bill Tullis - zang, Bill Turner - basgitaar, Glen Howerton - drums en Danny Marshall - slaggitaar.
Toen in 1965 een andere band uit Louisville, genaamd The Oxfords, interne problemen had, wisselden de bands van drummer en de band van Jay kreeg Jim Guest als drummer en ging zich The Oxfords noemen, terwijl Glen Howerton verhuisde naar de oude Oxfords, die zich vanaf toen The Rugbys noemden (zie review The Rugbys).
Toen The Oxfords in 1966 voor de eerste keer een opname studio in gingen, was basgitarist Bill Turner vervangen door Ray Barrickman en slaggitarist Danny Marshall door Ronnie Brooks.
Hun allereerste opname was de Burt Bacharach song "(There's) Always Something There To Remind Me" die via het Bell records label werd uitgebracht en dat door Ray Barrickman gezongen werd.
Ray verliet de band in het najaar van 1966 om een studie buiten de stad te gaan doen, waardoor Ronnie over schakelde op basgitaar en Bill Tullis slaggitaar ging spelen.
Ook hun volgende single "Sun Flower Sun" / "Chicago Woman", uit 1967, werd door Bell records uitgebracht en het bracht het tot uitzending in Dick Clark's American Bandstand "Rate the record", maar de band haalde daar slechts 65 punten mee, wat betekende dat de single gedoemd was een flop te worden.
Later dat jaar verliet Ronnie de groep en zijn vervanger heette Gary Johnson, maar enkele maanden later stapte hij weer op om basgitaar te gaan spelen in de pas opgerichte band Elysian Field.
Ondertussen bestond er in Louisville een meiden band, genaamd The Hearby, waarvan Jill DeMarco de zangeres was, die geholpen door Jim Guest en Jay Petach, hun enige single hadden gemaakt en toen in 1968 er weer wisselingen in de band plaatsvonden, vroeg Jay haar om bij The Oxfords te komen zingen.
Drummer Jim Guest werd vervangen door Donnie Hale en Dill Asher werd de nieuwe basgitarist en in deze formatie werden de meeste songs voor hun LP opgenomen, waarvan het orchestrale gedeelte door Keith Spring gedaan werd, die een vriend van Donnie Hale was.
Dat jaar speelde de band regelmatig in Fort Knox gedurende de Vitnam oorlog en stond als voorprogramma op het podium van Frank Zappa & The Mother's Of Invention in de Louisville Rock Club en van The Grateful Dead in Bellamine College.
In 1969 deed zich nogmaals een bandwisseling voor en deze keer waren het Dill Asher, waarvoor basgitarist Larry Holt in de plaats kwam en drummer Donnie Hale, die door Paul Hoerni vervangen werd, Wiens broer Mike in The Rugbys basgitaar speelde.
Deze groep nam de rest van de songs voor de LP op plus de laatste single "Come On Back To Beer", die de eerste plaats haalde bij Rock Radio te Louisville en door Paula Records werd uitgebracht.
De LP was in 1970 eindelijk klaar en de band had de keus tussen twee labels om het uit te brengen, maar omdat beide labels komplete controle wilden, besloot de band de release en de promotie zelf te doen en werd hun LP "Flying Through The Sky", met daarop 9 songs, via het Union Jack label uitgebracht.
The Oxfords zouden tot 1972 blijven bestaan en nogmaals bandwisselingen ondergaan, voordat dat jaar het doek voor de band definitief zou vallen.
Wat er over is gebleven zijn 2 CD's met daarop totaal 36 songs, die in verschillende samenstellingen zijn opgenomen.
CD 1 opent met de songs van hun LP, waarin de zang in 8 van de 9 songs verzorgt wordt door Jill DeMarco en "My World", een schitterende popsong met een vrolijk aanstekelijk ritme, uit 1968, is daar de eerste van.
Ook "Lighter Than Air" heeft een opgewekt ritme en is een lekker in het gehoor klinkende popsong, die gevolgd wordt door het schitterende rustige psychedelische "Sung At Harvest Time", waarin de band op zijn best is.
Echt spannend wordt het in "Two Poems By E.E. Cummings", waarin je eerst oosterse klanken met een gesproken intro hoort, waarna de band uitpakt met een prima stukje psychedelische muziek gecombineerd met lichtelijke jazzy invloeden en de song afsluit met een gesproken outro.
De titelsong "Flying Up Through The Time" is weer zo'n schitterende popsong met vrolijk ritme en prachtige orchestrale begeleiding, net als de meeste andere songs van de CD, die in 1968 opgenomen zijn.
In "Come On 'Round", dat wel iets steviger klinkt, maar toch die vrolijkheid vast blijft houden, zitten zelfs wat rock en blues invloeden plus een geweldig stukje drumwerk en dit plus het volgende nummer "Young Girl's Lament", waarin de band ook meer rock heeft verwerkt, werden in 1969 opgenomen.
"Trix Rabbit" is een heerlijke popsong, waar de vrolijkheid van af straalt en de laatste song van de LP stamt uit 1966 en is de A-kant van hun eerste single "(There's) Always Something There To Remind Me", een prima uitvoering van dit nummer.
De B-kant staat niet op de LP, maar natuurlijk wel op de CD en het is dan ook de volgende song, die je te horen krijgt en ik prefereer deze kant, die een stuk progressiever klinkt.
Lichtelijk psychedelische pop hoor je in "Sun Flower Sun" en in "Chicago Woman" hoor je de invloed van The Beatles.
Dan volgt de laatst uitgebrachte single van de band "Come On Back To Beer", een bluesrocksong, die het folky "Your Own Way" als B-kant had.
Daarna hoor je "In The City" uit 1970, een lekkere progressieve popsong in de stijl van Jefferson Airplane.
De rest van de nummers komt uit 1972 en "Flute Thing", een progressief rock nummer, waarin de dwarsfluit centraal staat is daar de eerste van.
In "Cuttin' You Loose" hoor je de band countryrock spelen en evenzo in "Sweet Lover Man", maar in "Those Winds" gaat de band richting jazz en in het fantastische 6 minuten durende "Tornado Baby" krijgt dat een vervolg, alleen speelt de band hierin pure progressieve jazzrock, waarin de dwarsfluit optimaal wordt benut.
Op CD 2 staan alleen maar nummers, die niet uitgebracht zijn en tussen 1967 en 1971 opgenomen werden.
"The Harm I Do", een prachtige song, dat oorspronkelijk een song was van Jill DeMarco's band The Hearby, wordt hier ondersteund door het orkest van Keith Spring en stamt uit 1968 en was waarschijnlijk een song voor de LP, want het heeft dezelfde sfeer als de songs van de LP.
Vervolgens hoor je "Reno, Nevada", een nummer geschreven door Richard Farina, die het samen met zijn vrouw Mimi Baez, de jongere zus van Joan, uitbracht via Vanguard.
The Oxfords maakten de song een stukje sneller en pasten het aan aan de stem van Jill en maakten er een heerlijk swingend nummer van.
In "Lightning Sally" gaat de band vrolijk de richting van de country op en "Dance" is een swingende popsong, die aanzet tot dansen, hoe kan het ook anders met zo'n titel.
Dan volgt er een ballad, getiteld "I Can't Remember Your Name", waarna je een song over de oorlog in Vietnam hoort, genaamd "Goin'Home".
Daarna hoor je eerst de intro van "Year Of Jubilo", meteen gevolgd door de schitterende progpoprocksong, die je vrolijk maakt en daardoor is de overgang naar het volgende nummer "Sit Down", een prima country song weliswaar, te groot.
"Sunshine Can Still Feel Warm" is een nummer uit de beginperiode , toen Jill nog maar pas bij de band zat en daarin is te horen dat de positiviteit en vrolijkheid er vanaf straalt.
Vervolgens "Make Me One Of Your People", dat uit die zelfde periode komt en ook die opgewektheid heeft net als "I Gave You My Name".
Een nummer uit de beginjaren 70 is "When You Decide (To Say Goodbye)", waarin de stijl en bezetting van de band al totaal anders is, dus ook de muziek, hoewel deze prima popsong niet onder doet voor de rest van de nummers.
De cover van het Del Shannon nummer "Runaway" had de band wat mij betreft beter achterwege gelaten, want deze uitvoering vind ik niet te pruimen en een regelrechte verkrachting van de song.
Uit 1966 komt de Jesse Colin Young cover "Foolin' Around Waltz" en deze wordt niet onverdienstelijk door Jim Guest gezongen, waarna de CD wordt afgesloten met het rustige instrumentale "Underscore".
Ik vind beide CD's van The Oxfords geweldig en verplichte kost voor alle liefhebbers van jaren 60 muziek.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen